Criticus van Rugova wordt leider UÇK; Tegenslag onderhandelingen Kosovo

PRIŠTINA, 15 AUG. Adem Demaçi heeft gisteren het politieke leiderschap van het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK, dat strijd voor onafhankelijkheid van Kosovo, geaccepteerd. Demaçi geldt als een belangrijk criticus van Ibrahim Rugova, de 'president' van de eenzijdig uitgeroepen 'Republiek Kosovo'.

Demaçi, leider van de oppositionele Parlementaire Partij van Kosovo, zegt het politieke leiderschap van het UÇK op zich te hebben genomen omdat het “de concrete uitdrukking van ons verlangen naar vrijheid” vertegenwoordigt.

De benoeming van Demaçi is een tegenslag voor de Amerikaanse bemiddelaar Christopher Hill, die probeert de onderhandelingen tussen de Albanese gemeenschap en de regering in Belgrado nieuw leven in te blazen. Hill had zowel Rugova als oppositionele partijen gevraagd om in een nieuw onderhandelingsteam zitting te nemen. Demaçi weigert samen met Rugova te gaan onderhandelen met de Joegoslavische president Slobodan Miloševic.

Rugova heeft een nieuwe ploeg van onderhandelaars samengesteld. Hij wil echter pas met Miloševic praten als er een einde komt aan aanvallen op de burgerbevolking van Kosovo. “Eerst moet een einde komen aan het offensief, om een sfeer te creëren waarin dialoog mogelijk is”, aldus Rugova. Het overleg werd in mei gestaakt, na de gewelddadige acties van Servische politie-eenheden en het Joegoslavische leger.

De regering in Belgrado heeft een televisieploeg van de Duitse ARD het land uit gezet. Volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken hebben de journalisten een verhaal verzonnen over een politie-aanval op een dorp in Kosovo die niet heeft plaatsgehad, waarbij bovendien de indruk werd gewekt dat veel burgerslachtoffers zouden zijn gevallen. Daarmee hebben ze “de toch al moeilijke situatie in dit deel van Servië geprobeerd nog te verslechteren, en zowel de wet, als de gastvrijheid van het land en journalistieke codes met voeten getreden”, aldus het officiële Joegoslavische persbureau Tanjug.

Eerder werd ook al een Duitse journalist uitgewezen, die schreef over een massagraf met ruim driuehonderd burgers in de buurt van Orahovac, dat hij op aanwijzing van de plaatselijke Albanese bevolking zou hebben ontdekt. Volgens de Servische autoriteiten was er alleen een graf waar ongeveer dertig Albanese terroristen begraven waren. (AFP, AP, Reuters)