Boek

Alle ellende is begonnen met de boekdrukkunst. Nu ook in de sport. Sporters die een boek willen schrijven of laten schrijven, slopen hun eigen mythe. Je leert hun vrouwen kennen, hun nachtmerries, hun lievelingsgerechten, hun angst voor de tandarts, hun Oidipoescomplex. De hele microcosmos van haat en liefde komt op papier. Ze laten zelfs weten dat ze op Kok hebben gestemd en in sommige gevallen voor de doodstraf zijn.

Ruud Gullit heeft tien jaar rondgelopen met het parfum van een charismatisch man die nog meer gehoor gaf aan zijn gevoelige antennes voor mensenrechten dan aan zijn honger naar de bal. Tot hij met zijn boek over leven en werk kwam. Sindsdien weten we dat zijn menselijk formaat veel kleiner is dan zijn voetbalinstinct. Dat hij, in ieder geval, een stuk hoogmoediger is dan de door hem zo bewonderde Nelson Mandela. Gullit was meer cabaretier van de mensenrechten dan activist.Toen Wim Jonk op het WK in Frankrijk het tragische bericht bereikte dat zijn beste vriend was omgekomen in een auto-ongeluk greep de middenvelder naar de pen. De volgende dag liet hij in de wakkere krant van Nederland een dodengedicht van zijn hand afdrukken. Het werd zijn dodelijkste striptease. Een slobberpass kon hij nog doen vergeten door een magistrale dribbel, maar de dichter Jonk blijft getekend door de afgedrukte smartlap. De Dichter Zonder Naam. Schrifturen zijn de vijand van sportheroïek. Heldenlevens moeten worden naverteld, niet opgeschreven.De Engelse bondscoach Glenn Hoddle is ook met een boek gekomen. Een soort WK-dagboek. Hoddle steekt de tabloids in sensatie ver voorbij. Hij beschrijft hoe het enfant terrible, Paul Gascoigne, wankelend van de drank, zijn kantoortje kort en klein wilde slaan na de mededeling dat hij niet mee naar Frankrijk zou gaan. Nieuws is niet dat Gascoigne dronken was, nieuws is dat Hoddle het opschreef. Het boek van Hoddle heeft de treurigheid van achterklap uit het bed. Die proletische luxe kunnen bondscoaches zich niet permitteren. Exit Hoddle dus. Je kan er gif op innemen dat voetbaltrainer Zeman aan een boek bezig is. De propagandamachine draait op volle toeren. Opeens blijkt dat Zeman een zeloot is.

Hij klaagt linea recta het dopegebruik van een aantal Italiaanse stervoetballers aan. Voorlopig zonder bewijs. Zeman gaat al behoorlijk lang mee in het calcio. Hij is nog steeds trainer van het prestigieuze AS Roma. Waarom opeens die felle uitval naar vedetten als Allesandro del Piero en Gianluca Vialli die hij onder verdenking van doping heeft geplaatst? Was het een eruptie van gewetensnood? Daar zijn ervaren voetbaltrainers te cynisch voor. Bovendien, Zdenek Zeman is een Tsjech - hij zou dus de eerste ex-Oosteuropeaan zijn die het dopingdebat op morele hoogte tilt. Nee, Zeman komt straks met een boek. Er is een raar soort nestbevuiling aan de gang in de sport. Zouden ze allemaal gek geworden zijn van het geld? Of is er sprake van een nieuw moralisme? Ik denk het eerste. Gullit, Hoddle, Zeman weten niet hoe rijk ze zijn. Dan gaat het leven - inclusief de bereikte status - gauw vervelen.

Bestuurders, sporters en coaches willen graag spraakmakend zijn. Als het niet via de titel kan, dan maar in de slipstream van de goede doelenindustrie of langs de weg van de minste weerstand: de roddelterreur. Het hele dopingverhaal in en na de Tour is ook het verhaal van oude vetes, afrekeningen, broedermoord. Wat Riis over Massi zei, heeft een voorgeschiedenis. Bij de Rabobank sluimerde leedvermaak toen Cees Priem op water en brood zat. Het succes van Juventus steekt al jaren de ogen uit van het eergevoelige Rome. Ethiek als inzet van een rel is in de sport oogverblinding.De absolute kampioenen van de nestbevuiling zijn Jorien van den Herik en Michael van Praag. Zo ordinair worden bonzen niet meer geboren. De furie waarmee beide heren elkaar dezer dagen te lijf gaan, onstijgt de bedenkelijke elegantie van het feodale tijdperk. Ik durf te wedden dat Jorien en Michael op een boek zitten te broeden.