Zwitserland nog niet klaar met 'oorlogsverleden'

De kwestie van de niet-opgeëiste joodse banktegoeden op Zwitserse banken is opgelost, maar voor de Zwitsers blijft nog een belangrijk probleem uit de Tweede Wereldoorlog over: de gedragingen ten opzichte van vluchtelingen.

ZÜRICH, 14 AUG. “De meeste andere Europese landen kregen nooit de kans om fouten te maken in de oorlog, domweg omdat ze bezet waren.” Alfred Häsler zegt het niet om Zwitserland vrij te pleiten. Dat heeft de 75-jarige auteur van Das Boot ist voll nooit gedaan. Integendeel, toen in 1967 Häslers boek over de Zwitserse vluchtelingenpolitiek tussen 1933 en 1945 verscheen, waarin hij veel voorbeelden geeft van joden die door de overheid naar Duitsland werden teruggestuurd, werd hij door velen in zijn land een 'nestbevuiler' genoemd, een man die het keurige Zwitserland voor het oog van de wereld te kijk zette. En vorig jaar, op het hoogtepunt van de kritiek op zijn land, verscheen Wahrheit verjährt nicht, waaraan hij de ondertitel gaf 'Een oriëntatie in moeilijke tijden'.

Moeilijk zijn de tijden in Zwitserland al sinds 1995, toen het land onder vuur kwam te liggen in verband met geruchten over slapende rekeningen van slachtoffer van de Holocaust bij banken - die daaraan miljarden zouden hebben verdiend - en over de bloeiende goudhandel met de nazi's.

Gisteren bereikten de grote Zwitserse banken in New York een akkoord met joodse groeperingen. Voor 2,5 miljard gulden zijn alle verdere financiële claims afgekocht. De verhalen over geld en goud zullen wel gauw verstommen. Maar de Zwitsers zijn daarom nog niet klaar met hun verleden. Als het goed is verschijnt volgend jaar een (tussentijds) rapport van de commissie-Bergier over de vluchtelingenkwestie. Dit is in de ogen van Häsler het belangrijkste onderwerp. Als het over geld gaat is hij snel uitgepraat. In Wahrheit verjährt nicht schrijft hij: “Het is erg als een regering vermijdbare fouten maakt. Nog erger is het, als ze probeert dat soort fouten te verdringen en te verdoezelen.”

Häsler, van huis uit typograaf, woont in een nieuwbouwflatje in het noorden van Zürich. Zijn werkkamer staat vol met oude boeken en stapels papieren. Regelmatig sjokt hij tijdens het gesprek naar een van de stapels en tovert er een boek of een tijdschrift uit. Häsler is eerder een verhalenverteller dan een schrijver. Zijn boeken zijn gebundelde herinneringen, anekdotes uit zijn jeugd, toen Zwitserland omringd was door de vijand. Hij komt uit een zeer religieus, zoals hij zelf zegt, “piëtistisch en sterk sociaal georiënteerd” milieu. “Toen in 1933 in Duitsland joodse mensen in elkaar werden geslagen, zei mijn moeder: 'Met Hitler zal het nog slecht aflopen, omdat hij de joden vervolgt'. Voor haar waren de joden het uitverkoren volk.”

Häsler heeft nooit geaarzeld zijn landgenoten aan pijnlijke momenten in de Zwitserse geschiedenis te herinneren. Maar volgens hem getuigt de manier waarop het land de afgelopen drie jaar vooral vanuit de Verenigde Staten onder vuur heeft gelegen, van onbekendheid met de Zwitserse situatie.

“We zijn afgeschilderd als een land van collaborateurs, maar een meerderheid van de Zwitsers was anti-Hitler. Ook de pers was vrijwel unaniem tegen de nazi's. Bovendien hebben we ons verleden na de oorlog wel degelijk zorgvuldig onderzocht. Het was een Zwitserse krant, de Schweizerische Beobachter, die ontdekte dat de nazi's op Zwitsers initiatief een 'J' stempelden in paspoorten van Duitse joden - om ze er aan de grens uit te kunnen pikken en ze terug te sturen. De regering heeft toen onmiddellijk een onderzoek gelast naar de vluchtelingenpolitiek. Het resultaat daarvan, het rapport van prof. Carl Ludwig uit 1957, was zeer kritisch, hoewel hij nog tot de conclusie dat zo'n 10.000 joden zijn uitgewezen en inmiddels gebleken is dat het er ongeveer 30.000 zijn geweest - nog afgezien van de tienduizenden die nooit geregistreerd werden omdat ze aan de grens al werden teruggewezen.”

Häsler staat op en trekt het inmiddels bruin geworden exemplaar van het rapport-Ludwig uit een kast. Wat nog het meeste opvalt in de conclusies, is de bureaucratie waarmee de Zwitserse overheid in de oorlog met het vraagstuk omging. “Zwitserland heeft, wat je zou kunnen noemen, een zeer efficiënte anti-joodse traditie”, zegt Häsler. “Die is ook heel nauwkeurig te traceren, omdat we zo'n overzichtelijke geschiedenis hebben. Goed gedocumenteerd en nooit aangetast door buitenlandse mogendheden, doordat niemand ons ooit heeft ingelijfd.”

Volgens Häsler bestond onder delen van de Zwitserse bevolking een soort vage angst voor “verjoodsing” van Zwitserland. “De Bundesrat (de Zwitserse regering, red.) heeft die angst in de oorlog versterkt door Zwitserland in toespraken te vergelijken met een klein, overbeladen reddingsbootje: liever degenen redden die in de boot zitten, dan zoveel mensen toelaten dat de boot zinkt. Maar lang niet iedereen was het daarmee eens”, aldus Häsler. “Ik herinner me de verontwaardiging toen de regering liet doorschemeren dat ze niet van plan was de vluchtelingenkampen te ontruimen, als Hitler Zwitserland toch zou binnenkomen. Dat zou een regelrechte uitlevering aan Duitsland zijn geweest van de joden die daar zaten.”

Volgens Häsler had Zwitserland de pech dat de Bundesrat in de oorlog nogal zwak was. “Niet echt Hitlerfreundlich, maar van oudsher Duits georiënteerd”, meent Häsler. “Bundesrat Marcel Pilet-Golaz was zelf niet eens pro-Duits, maar vooral anti-Brits. Hij heeft een toespraak gehouden, die de geschiedenis is ingegaan als de Anpasserrede, waarin de Bundesrat zich leek neer te leggen bij wat werd beschouwd als de nieuwe orde in Europa.”

De legerleiding moest volgens Häsler niets hebben van Anpasser, die werden door generaal Henri Guisant kaltstgestellt. De generaal vertegenwoordigde voor veel Zwitsers een weerbarstige mentaliteit tegenover de nazi's. “Ik herinner me een muiterij van drie hoofdofficieren, gesteund door zestig of zeventig onderofficieren. Die zeiden openlijk dat ze zouden doorvechten als de Bundesrat kapituleerde. Guisant was daarop gedwongen ze te laten arresteren, maar is naar ze toegegaan en schijnt gezegd te hebben: 'Waarom hebben jullie dat op deze manier gedaan? Waarom zijn jullie niet gewoon bij mij gekomen? Ik ben het toch met jullie eens'.”

Tegen deze achtergrond heeft Häsler er begrip voor dat de Zwitsers “allergisch” reageren op de aanhoudende kritiek vanuit de VS. “Amerika heeft in veel zaken niet beter gehandeld dan Zwitserland. Joden mochten daar alleen het land binnenkomen als ze 10.000 dollar bij zich hadden. De Amerikaanse overheid had het aantal vluchtelingen vastgesteld op maximaal 20.000, en dat aantal hebben ze niet eens gehaald. Zwitserland heeft grote fouten gemaakt, maar de algemene sfeer was tijdens de oorlog liberaler, humaner en democratischer dan je op grond van de handelwijze van de regering en de banken zou denken.”