Woekeraars

Je moet het geld halen waar het zit. Bij het grootkapitaal. Of klinkt dat te veel als de strijdkreet van een radikalinsky uit de tijd dat het poldermodel nog niet een scrabblewoord was? Voorzitter Maarten Boll van de Vereniging Rembrandt en van een nieuwe kunststichting voor nationale aankopen weet waar je het geld vandaan haalt. De Nederlandsche Bank schenkt 110 miljoen gulden van haar winst van dit jaar aan de kunststichting.

Wie volgt? “We hebben allemaal gelezen over de grote overschotten van de pensioenfondsen”, zei Boll drie maanden geleden in weekblad Elsevier. In het dagelijks leven is hij lid van de Raad van State. “Al die woekerwinsten uit beleggingen, geweldig. Maar je kunt met dat geld ook nog iets anders doen zonder dat je daarmee de positie van de verzekerden in de waagschaal stelt. Het gaat per saldo om de kwaliteit van het bestaan.”

De pensioenfondsen beheren samen meer dan 700 miljard gulden. Dat is weliswaar geld voor de pensioenvoorziening van u en mij, maar als De Nederlandsche Bank overwinsten uit haar publieke taak kan uitkeren, waarom anderen ook niet?

En dan kunnen banken (250 miljard spaargeld) ook wel een bijdrage leveren. En de verzekeraars ook, die meer dan 300 miljard gulden beleggen. Sommige verzekeraars zijn ook nog gelieerd aan rijke verenigingen, zoals Aegon. Dat is twee keer kassa. De vereniging Aegon bezit 35 procent van de Aegon-aandelen, goed voor een vermogen van 38 miljard gulden. Boll kan eens een balletje opgooien bij zijn collega in de Raad van State, G. Posthumus, die commissaris is bij Aegon. Zelf kan hij de ledenraad van de vereniging Aegon polsen. Boll is een van de leden.