Waarom zweet ik zo?

Trek op een warme dag je schoenen en sokken eens uit. Of nog erger: laat iemand anders met warme voeten zijn schoenen uitdoen. Buuh, gauw naar buiten. Maar als je aan het sporten bent en zweetdruppels bij iedereen van het gezicht op de grond druipen, ruik je helemaal niet zo veel. Stinkt zweet zelf dan niet? En waar is zweten eigenlijk goed voor?

Zweetvoeten ruiken vooral naar bacteriën die op voeten, in sokken en in schoenen groeien als het daar warm en vochtig is. De bacteriën gebruiken het zweet als voedsel. In zweet zit zout en melkzuur en nog wat andere moleculen en dat is snoepgoed voor een paar bacteriesoorten. En zweet zit er genoeg in schoenen die niet ventileren. In dichte kunststoffen sportschoenen kunnen echte zweetvoeten wel een kopje zweet per dag vullen.

Zweet komt uit zweetklieren die onderin het dunne laagje van je huid liggen. De kliertjes maken zweet uit bloed dat in kleine bloedvaatjes langs de zweetklieren stroomt. De zweetklieren halen water en zouten uit het bloed en maken daar zweet van. Door een klein afvoerkanaaltje stroomt het zweet daarna naar buiten. Maar je lichaam is zuinig op zout en wint zout terug uit zweet dat door het kanaaltje stroomt. Hoe langzamer het zweet door het kanaaltje stroomt, hoe meer zout kan je lichaam weer terughalen. Als je hard sport, of als het heel warm weer is, zweet je zo veel dat het zweet hard door het kanaaltje naar buiten stroomt. Dan is je zweet erg zout. Maar als je weinig zweet is het niet zo zout. Het verschil kun je proeven.

Zweten doe je om af te koelen. Je lichaam houdt zichzelf steeds op een temperatuur waarbij het het beste werkt. Dat is 37 graden Celsius. Maar je lichaam produceert steeds warmte. Dat komt doordat je energie verbruikt om je eten te verteren, om je hart te laten kloppen, om te kijken, om te denken en om te bewegen. De energie die je nodig hebt om te leven haal je uit je eten. En heel veel van de energie die je verbruikt zet je lichaam uiteindelijk om in warmte. Je lichaam is eigenlijk een soort kacheltje, waar voedsel in gaat en warmte uit komt. Maar het kacheltje mag niet warmer worden dan 37 graden, want dan werkt het niet goed meer. Daarom zorgt je lichaam ervoor dat het zichzelf steeds afkoelt.

Het bloed dat in je lichaam stroomt verzorgt de koeling. Bloed warmt op als het door je lever, hart en andere organen en je spieren stroomt. Dat zijn de plaatsen waar je lichaam energie verbruikt waarbij warmte ontstaat. Even later stroomt dat warme bloed door de bloedvaatjes in je huid en daar koelt het af. Je huid straalt warmte uit en verliest warmte aan de langsstromende lucht en aan de kleren die je aan hebt en aan dingen die je aanraakt. Als de buitenlucht en de dingen om je heen tenminste kouder zijn dan je lichaam zelf is. Maar wat moet je doen als het buiten warmer is dan je zelf bent? Of als je zoveel energie verbruikt en warmte produceert dat je huid de warmte niet snel genoeg kan uitstralen? Dan zit er niets anders op dan te gaan zweten.

Van zweet koel je af als het water op je huid verdampt. Om te kunnen verdampen heeft water warmte nodig en verdampende zweetdruppels halen die warmte uit je huid. Van zweetdruppels die je van je hoofd afveegt, of van zweetdruppels die op de grond vallen koel je dus niet af.

Als je in een land bent waar het warmer is dan je zelf bent en je doet de hele dag niets, dan zweet je per dag ongeveer drie liter water uit om niet te heet te worden. En als je ook nog gaat lopen of rennen kunnen het makkelijk vijf of zes liters zweet worden. Al dat water moet je dezelfde dag weer opdrinken om niet uit te drogen. En je moet ook veel meer zout eten dan je gewend bent. Maar als je een paar weken in zo'n warm land bent went je lichaam. Je zweet dan nog wel, maar er zit veel minder zout in je zweet. Niet omdat je lichaam het zout er weer uit haalt als het door een zweetkanaaltje stroomt, maar omdat je zweetklieren minder zout uit het bloed halen.

Ook als het niet warm is en je helemaal niet zweet, verdampt er toch iedere dag nog bijna twee glazen water uit je lichaam. En met de lucht die je uitademt gaat net zoveel water naar buiten. Dat merk je vaak in de klas. Als het buiten koud is beslaan de ramen. Water dat jullie uitademen en -zweten condenseert dan weer tot kleine waterdruppeltjes op de koude ramen.

Je hebt trouwens behalve zweetklieren die zweet maken als je het warm hebt ook nog zweetklieren die zweet maken als je bang bent, of zenuwachtig. Angstzweet kun je aan de binnenkant van je handpalmen krijgen. En er zitten ook zenuwzweetklieren op je voeten. Dus zweetvoeten komen niet alleen van de warmte maar ook van de zenuwen. Volwassen mensen hebben in hun oksels ook nog speciale zweetklieren die een persoonlijk geurtje verspreiden. Dat zweet zorgt er voor dat andere mensen hen aardiger vinden dan mensen waarvan de geur hen niet aanstaat. Zonder dat ze doorhebben waarom.

    • Wim Köhler