Waarom Coevordenstraat

In Suriname is het plan opgevat om straatnamen te vernoemen naar de voetballers Davids en Seedorf. Dat zou in Nederland niet gauw gebeuren. Veel gemeentes eren personen liever via naamgeving als zij dood en begraven zijn. Het gevaar dat de benoemde in een schandaal verwikkeld raakt is dan immers uitgesloten. Als later ontdekt wordt dat de persoon in het verleden iets onoorbaars heeft gedaan, is het probleem minder groot dan bij een levende. Die les hebben we geleerd bij Winnie Mandela.

Lokale straatnaamcommissies zullen zich aan allerlei regels houden, aan zichzelf opgelegd of gedicteerd door de gemeentelijke overheid. Toeval kan daarin een grote rol spelen. Een merkwaardig geval is Den Haag.

Wie het Postcodeboek doorbladert of de Haagse index van een stratengids bekijkt, zal zien dat opvallend veel straten naar steden en dorpen zijn genoemd. Het wemelt er van namen als Assendelftstraat, Denekampstraat, Dordtsestraat, Velpsestraat en Zutphensestraat. Het zijn er veel: een ruwe schatting komt boven de 200 uit.

Andere grote steden hebben hiervan veel minder gebruikgemaakt. Ze beperken zich bovendien vaak tot namen uit de nabije omgeving, zoals Rotterdam doet met de Puttershoekstraat, de Raamsdonkweg en de Ridderkerkstraat.

Bijzonder aan het Haagse namenpalet is de oneerlijke verdeling over de provincies. Nabije gebieden scoren logischerwijs hoog, maar ook namen uit Gelderland, Overijssel en Drenthe zien we zeer frequent benut. Drenthe is misschien wel de koploper met benoemde plaatsnamen als Coevorden, Eelde, Erica, Exlo, Gasselte, Gieten, Havelte, Hoogeveen, Koekange, Norg, Nijeveen, Oosterhesselen, Rolde, Ruinerwoldt en nog een tiental meer. Groningen en Friesland zijn daarentegen nauwelijks benoemd en Limburg is evenmin duidelijk vertegenwoordigd.

Op het Haagse Gemeente Archief doen ze er laconiek over. Deze instelling is van oudsher bij de naamgeving betrokken - vooral de plaatsen waar archiefmedewerkers destijds vakantiehuisjes hadden blijken in de straatnamen terug te vinden. Toeristische gebieden van vroeger zijn daarom in de Haagse namen oververtegenwoordigd, andere regio's ontbreken bijkans. Was de actieradius van de archiefmedewerkers destijds wat groter geweest dan woonden er in Den Haag nu mensen in een Kirchberglaan, een Saas Fee-allee en een Aostastraat.

Voor Drenten dragen al die Drentse straten in 's-Gravenhage tegelijkertijd een on-Drents karakter. In Drenthe zelf spreken ze over de Coevorderstraat en niet over de Coevordenstraat en de Gasseltestraat heet in Gieten zeker de Gasselterstraat. De Haagse namen zijn samenstellingen van een benoemde plaatsnaam en de geografische aanduider straat, laan, pad en dergelijke. In Drenthe wordt van de betrokken plaatsnaam een bijvoeglijk naamwoord gemaakt. Dat kan ook op een on-Nederlandse manier zoals bij de Smildegerstraat die naar Smilde leidt. In Groningen voert het Damsterdiep op dezelfde wijze naar Appingedam. Dat systeem met bijvoeglijke naamwoorden werkt in 's-Gravenhage weliswaar ook, maar dan is het bijna helemaal beperkt tot de directere omgeving. Dat is te zien aan de Wassenaarsestraat, de Naaldwijksestraat, de Rotterdamsestraat en de Poeldijksestraat. Als de plaats nabij is, weet men het bijvoeglijk naamwoord wel te maken. Utrecht en Noord-Holland vormen een overgangsgebied tussen nabij en veraf. De Maarseveensestraat, de Muiderbergsestraat en de Soestdijksekade wisselen af met de Amerongenstraat, de Bunnikstraat en de Driebergenstraat. Voor Noord-Holland zien we de Hoogkarspelstraat en de Volendamlaan als kale samenstellingen voorkomen tegenover de Alkmaarsestraat en de Haarlemsestraat. De residentiële onzekerheid is het duidelijkst bij dubbelvormen als de Zandvoortselaan tegenover de Zandvoortstraat en de Katwijkselaan naast de Katwijkstraat.

Was de Haarlemsestraat wel een juist voorbeeld in dat rijtje van tegenstellingen? Alle hoofdsteden van de andere provincies heeft Den Haag namelijk vernoemd met zo'n vertrouwelijk aandoende -se-afleiding, hoe ver de plaats ook verwijderd mag zijn. De reeks begint met de Groningse-, de Leeuwardense- en de Assensestraat en eindigt met de Middelburgse-, de Bossche- en de Maastrichtsestraat. Alleen Zuid-Holland is niet vertegenwoordigd - een 's-Gravenhaagseweg in Den Haag leidt nu eenmaal nergens toe.