Supranationaal Europa

In zijn column van 7 augustus schrijft J.L. Heldring dat het er naar uitziet dat Europa niet verder komt dan het door De Gaulle gewenste 'Europa der Staten', om vervolgens te stellen: “Over het supranationale Europa hoor je in elk geval niet meer spreken.”

Dit lijkt een duidelijke miskenning van de werkelijkheid of een verhaspeling van begrippen. Er wordt misschien weinig meer gesproken over een supranationaal Europa, in vele opzichten bestaat het natuurlijk al. Wat is er 'supranationaler' dan de onafhankelijke Europese Centrale Bank in Frankfurt? Het is dan ook moeilijk voorstelbaar dat De Gaulle zou hebben ingestemd met de komst van deze instelling.

Ook het Europese Hof van Justitie, het Europees Parlement en de Europese Commissie zijn supranationale organen. De meerderheidsbesluiten die in de Europese Raad van Ministers worden getroffen zijn een supranationaal verschijnsel, zoals bijv. ook het Europese landbouwbeleid dat is.

Op een aantal terreinen kan men inderdaad van het 'Europa der Staten' spreken zoals bij het buitenlands en veiligheidsbeleid, waar unanimiteit is vereist. Men kan daarom stellen dat de Europese samenwerking deels een supranationaal, deels een intergouvernementeel karakter heeft. Dit draagt er toe bij dat de Europese besluitvorming vaak moeilijk te volgen is. Naar verwachting zal de toekomstige Economische en Monetaire Unie harmonisatie van beleid afdwingen op de haar omringende terreinen en daarmee de ontwikkeling in supranationale richting versterken. Hoever dat zal gaan is thans nog moeilijk te voorspellen. Maar reeds nu dringt de vraag zich op: “Kan men effectief op monetair gebied met één stem spreken indien men dit op buitenlands gebied niet doet?”