Sporen in de marge

De Strand Bookstore in New York, op de hoek van Broadway en de 12de straat, maakt aanspraak op de titel 'grootste boekhandel ter wereld': 8 Miles of Books. Ergens aan de spoorlijn tussen Hilversum en Amersfoort laat De Slegte weten, twintig of dertig miljoen boeken in de magazijnen te hebben. Als je de dikte van het gemiddelde boek op twee centimeter schat, is het dan meer? Ik weet het dus nog niet. Maar de Strand is waarschijnlijk wel de boekwinkel met de grootste boekendichtheid: breed en diep, de hoge kasten zo dicht mogelijk naast elkaar, zodat je al speurend, met de beleefde behoedzaamheid die boekenzoekers eigen is, je medebewoners in de kloof van je belangstelling moet passeren.

Bijna alle boeken in de Strand zijn al van iemand anders geweest. Dat kan zijn voordelen hebben. Vaak is zo'n boek goedkoper, zeker in deze winkel, en bovendien kan het zijn dat de vorige eigenaar er zeer persoonlijke sporen in heeft achtergelaten. Als volgende lezer krijg je iets extra. Ik noem een voorbeeld. Ik heb daar eens een boek gevonden dat voor typisch Nederlands wordt versleten, hoewel het grote moeite zal kosten hier een exemplaar te vinden: Hans Brinker, van Mary Mapes Dodge. Deze schrijfster had zich in Amerika een voorstelling gemaakt van het dagelijks leven in Nederland. Men weet wat er gebeurt: de overstroming dreigt, Hans hoort de dijk lekken, vindt het gaatje dat nog met zijn vinger te dichten valt en redt de polder. Voor Nederlanders is het onwaarschijnlijke lectuur, alleen al door de voornamen van de vriendjes van de held. Zo is er een jongen die Vozenbader heet. (Als ik het me goed herinner). Mijn exemplaar kwam uit een schoolbibliotheek. Een lezer had op pagina 16 in de kantlijn geschreven: lousy story!

Een jaar of veertig geleden leende ik uit de Amsterdamse Universiteitsbliblitheek Freuds Vorlesungen zur Einführung in die Psychoanalyse. Het was in de tijd dat er nog analine-, of 'inktpotloden' werden gebruikt. Likte je aan het puntje dan scheidde de stift een vette, paarse stof af die doordrong in het papier en niet meer viel uit te vlakken. Een vorige lezer had zo'n potlood gebruikt om zijn verontwaardiging lucht te geven. VIESPEUK!! stond er. Dit gaat te ver!!! en nog veel meer kanttekeningen van deze orde. Veel langer geleden had doctor van Dieren, tropenarts die bij vergissing dacht dat hij het middel tegen de beri beri had ontdekt, Freud bestreden in zijn boek over de psychoanalyticus 'en het perverse gevaar'. Deze lezer was een late nakomeling van dr. van Dieren. Wat ik wil zeggen: kanttekeningen kunnen sporen van de tijdgeest zijn. Als dat het geval is, maken ze een boek meer waard. Zelfs al is de auteur niet van de hoogste orde en de kanttekenaar naamloos.

Nu was ik in de Strand Bookstore op zoek naar een boek van Frederick Lewis Allen, de chroniqueur-historicus die praktisch heet van de naald Only Yesterday heeft geschreven, de beschrijving van Amerika kort na de grote beurskrach van 1929. De voortzetting die ik zocht heet Since Yesterday. Dat hadden ze niet, maar wel een ander boek van dezelfde auteur: het in 1952 verschenen The Big Change. Hierin wordt beschreven hoe Amerika zichzelf in de eerste helft van deze eeuw verandert. Allen is een auteur die niet wacht tot het stof is opgetrokken.

De vorige eigenaar had zijn naam en adres in zijn exemplaar geschreven: E.E.Stein, McIntire House. Daarna had hij zijn lectuur kwistig met rood potlood bewerkt. De heer Stein - vraag niet waarom, maar ik denk dat het een man is - hoort tot de bijvalslezers: hij heeft aangestreept waar hij het mee eens was, en dubbel als hij het er gloeiend mee eens was. Jong kan hij toen al niet meer geweest zijn; wel geestdriftig. Een enkele streep loopt nog recht, parallel aan de regel; de meeste zijn hobbelig, gaan zelfs door het woord dat hem tot vreugde stemde. Al strepend ontpopt de heer Stein zich als iemand met persoonlijke herinneringen aan de beurskrach van 1929 en de depressie van de jaren dertig. Het verhaal van Allen vordert. Met zijn rode potlood laat Stein weten een vooruitstrevend vaderlander te zijn, fel tegenstander van de segregatie, en met begrip voor het vrije ondernemerschap, mits dat wordt beheerst door een parate federale regering. Franklin Delano Roosevelt, over wie de auteur zelf ook goed is te spreken, is Steins held.

Al lezend werd ik nieuwsgieriger naar de rode strepen dan naar het verloop van de geschiedenis. Stein, geboren omstreeks 1880, in 1917 al veel te oud om soldaat te worden, is in zaken gegaan, heeft het niet slecht gedaan, tot 1929. Hij werd geruïneerd maar was nog jong genoeg om zich niet te laten verslaan. Hij krabbelde weer op en toen hij zestig was kwam de Tweede Wereldoorlog. Zou je daarbij niet alle moed verliezen, het voor de rest van je leven wel geloven? Niet Stein. Hij maakte het einde van de Big Change mee, las het boek van Frederick Lewis Allen, en hij dacht: was ik maar weer twintig. Om dat gemis een beetje goed te maken, begon hij rode strepen in zijn eigen geschiedenis te zetten. Het boek hoorde bij het deel van de erfenis dat werd verkocht, Steins vroegere bezit verspreidde zich, en toen kwam schrijver dezes en las zijn autobiografie in rode strepen en dacht aan de hand die het potlood heeft gehanteerd.