Rechter verbiedt vrijlating van delictgevaarlijke tbs'er

DEN HAAG, 14 AUG. De volgens therapeuten delictgevaarlijke pedoseksueel A. van G. moet worden vrijgelaten uit tbs, maar hij blijft in de gesloten Rijksinrichting Veldzicht te Zwolle op grond van de wet BOPZ (Bijzondere Opneming Psychiatrische Ziekenhuizen).

Dit heeft de rechtbank in Den Haag vanochtend besloten in het kort geding van A. van G. tegen de staat. Zijn raadsman, C. Korvinus, had onmiddellijke vrijlating geëist, omdat door een fout in de computer van het ministerie van Justitie zijn tbs niet op tijd was verlengd.

De rechter oordeelde vanochtend dat A. van G. op grond van die te late aanvraag moet worden vrijgelaten uit de tbs. Maar om vrijlating van A. van G. te voorkomen, had het openbaar ministerie de rechter in Zwolle eerder al gevraagd om een machtiging in het kader van de BOPZ, de oude Krankzinnigenwet. Die machtiging had de rechter verleend, waardoor A. van G. opgesloten bleef. Volgens Korvinus wordt de BOPZ misbruikt om een fout van het ministerie van Justitie te herstellen. Maar de rechter wees zijn eis om een verbod op gebruik van de BOPZ-machtiging vanochtend af, omdat hij zich niet wil mengen in het besluit van de rechter in Zwolle.

Korvinus gaat in cassatie tegen het besluit van de rechter in Zwolle. Hij meent dat de wet BOPZ niet is bedoeld als lapmiddel voor te laat aangevraagde verlenging van tbs. Bovendien vindt hij dat sprake is van “machtsmisbruik” van de staat.

De zitting in Zwolle over het verlenen van de BOPZ-machtiging had volgens Korvinus helemaal niet plaats mogen vinden, omdat A. van G. toen formeel al op vrije voeten had moeten zijn.

A. van G. werd in 1975 veroordeeld tot gevangenisstraf en tbs voor ontucht met en moord op een achtjarig meisje.

Tijdens een proefverlof in 1994 pleegde hij opnieuw ontucht met een jong meisje. De geneesheer-directeur van Veldzicht stelde in zijn laatste rapport vast dat de behandeling op Van G. weinig effect heeft en adviseerde diens tbs met twee jaar te verlengen.

Het is niet voor het eerst dat de BOPZ wordt gebruikt om vrijlating van een delictgevaarlijke tbs'er te voorkomen.

De rechter verleende dit jaar ook een BOPZ-machtiging voor Henkie van de H. uit Ochten, die jeugd-tbs had gekregen wegens seksueel misbruik van kinderen. De tbs van Van de H. liep op zijn 21ste jaar automatisch af, maar volgens zijn behandelaars was het gevaar van recidive niet geweken.

C. Kelk, hoogleraar Strafrecht aan de Universiteit van Utrecht, zegt al jaren te pleiten voor gebruik van de BOPZ als 'vangnet' voor tbs. Ook in de BOPZ staat immers het 'gevaarscriterium': als een persoon een gevaar vormt voor zichzelf of zijn omgeving, is opsluiting in een kliniek geoorloofd.

Wel vindt Kelk dat de individuele gevallen moeten voldoen aan de criteria zoals die in de BOPZ staan omschreven.