Rebellen verduisteren Kinshasa

KINSHASA, 14 AUG. Opstandige militairen hebben gisteren de grootste energiecentrale van Congo veroverd en de stroomtoevoer naar de hoofdstad Kinshasa afgesneden. President Kabila is vertrokken naar Lubumbashi, Katanga.

Stafmedewerkers van president Kabila hebben gisteravond bevestigd dat vanuit het zuidwesten oprukkende rebellen de waterkrachtcentrale Inga, aan de benedenloop van de rivier de Congo, hebben veroverd. Inga is 's lands grootste distributiecentrum van elektriciteit. Gistermiddag om 15.00 plaatselijke tijd viel in Kinshasa en in Brazzaville, de hoofdstad van de naburige Republiek Congo (voormalig Frans Congo), aan de andere oever van de rivier, de stroom uit. Omdat ook de pompinstallaties stilvielen, komt er geen water meer uit de kraan. De staatsradio en -televisie gingen een etmaal uit de lucht. De officiële radiozender, de Stem des Volks, hervatte vanmorgen zijn uitzendingen en riep de bevolking op geen vervuild putwater te drinken.

Inga voorziet niet alleen beide hoofdsteden van stroom, maar, via een netwerk van hoogspanningsmasten, ook de strategische koper- en kobaltmijnen in de zuidelijke provincie Katanga. Welke gevolgen dit heeft voor de mijnbouwindustrie, is nog onduidelijk.

Kabila heeft de legerleider, zijn zwager Celestine Kifwe, ontslagen en is gisteren vertrokken naar Lubumbashi, de hoofdstad van zijn geboorteprovincie Katanga. Regeringsfunctionarissen zeggen dat Kifwe is ontslagen vanwege zijn onvermogen de opmars van de rebellen een halt toe te roepen. Kifwe verving begin juli de door Kabila ontslagen Rwandese kolonel James Kabare, die nu leiding geeft aan de Rwandese troepen die de rebellen steunen.

Getuigen in Kinshasa melden dat het vandaag rustig was in de hoofdstad. De stadsbevolking is eraan gewend dat de stroom een paar uur uitvalt. Hoe langer Kinshasa echter verstoken blijft van elektriciteit en stromend water, hoe groter de kans dat de bevolking zich afkeert van de regering-Kabila. Vooralsnog zijn de 'kinois' op Kabila's hand en koelen zij hun woede op de plaatselijke Tutsi-gemeenschap.

De bevelhebber van de door etnische Tutsi's gedomineerde rebellentroepen, Jean-Pierre Ondekane, zei gisteren in de oostelijke stad Goma dat het vliegveld van Matadi, een overslaghaven aan de monding van de Congo, in handen is van opstandelingen en dat “Kinshasa voor het einde van de maand zal vallen”. Ondekane zei ook dat de rebellen zich meester hebben gemaakt van Bunia, een mijnstadje bij de grens met Oeganda. Behalve Rwanda is ook Oeganda door Kabila beschuldigd van interventie ten gunste van de opstandelingen. Volgens woordvoerder Sylvain M'Buki “is het te laat voor Kabila om nog te onderhandelen. Hij moet zo snel mogelijk weg, in het belang van het land”.

Rond Matadi is gisteren hevig gevochten. Het regeringsleger voert versterkingen aan over land. De rebellen beheersen intussen de garnizoensstad Kitona - dat beschikt over een militair vliegveld waarlangs zij verse troepen aanvoeren uit het oosten - de marinebasis Banana, de oliehaven Muanda en de stad Boma.

De Amerikaanse regering heeft gisteren aangekondigd dat ze een vliegdekschip met helikopters en 1.200 mariniers vanuit Marseille naar de kust van Congo heeft gestuurd, voor het geval evacuatie van de 250 Amerikaanse staatsburgers nodig is. Den Haag heeft nog niet besloten tot evacuatie van de ongeveer 100 Nederlanders in Congo. Alle burgervluchten op Kinshasa zijn gestaakt. Rond de internationale luchthaven zijn regeringssoldaten samengetrokken. (AFP, Reuters)