Precisie gevraagd

DOORTASTEND heeft de nieuwe minister van Defensie, De Grave, het initiatief genomen om de opgelaaide twijfels over de afhandeling van de val van Srebrenica in 1995 aan te pakken. De bewindsman is daarmee direct in moeilijkheden beland doordat de beoogde onderzoeker, oud-minister De Ruiter, niet beschikbaar is. Inmiddels is commissaris van de koningin Van Kemenade bereid gevonden, maar de wissel is niet handig van dit wonderkind in de politiek.

De voorganger van De Grave, oud-minister Voorhoeve, wordt intussen niet moe tegen de media te verkondigen dat hij in een week van onthullingen eigenlijk nog geen nieuw feit heeft vernomen. Deze stellingname is voorspelbaar, maar daardoor nog niet op voorhand gediskwalificeerd. De zogeheten managementrapportage over de waarnemingen van vijf ontgoochelde Dutchbatters die deze krant woensdag afdrukte, vormt weinig opwekkende lectuur. Maar dat is nog iets anders dan een solide juridische basis voor een strafvervolging wegens betrokkenheid bij oorlogsmisdaden.

Tegen deze weg zijn sterke argumenten ingebracht - zoals de verklaring van de openbare aanklager bij het Joegoslaviëtribunaal. Deze heeft in 1995 kennisgenomen van de debriefing van Dutchbat en laten weten geen aanwijzingen voor een Nederlandse betrokkenheid te hebben gevonden. Daartegen wordt nu ingebracht dat de aanklager bij het tribunaal vooral is gericht op de Joegoslavische kant van de zaak. Enig onderscheidend vermogen valt hem echter niet te ontzeggen.

Ook de Nederlandse justitie zag tot gisteren geen aanleiding voor een nader strafrechtelijk onderzoek. Daarin is verandering gekomen door een bericht over het doorbreken van een menselijke haag door Nederlandse pantservoertuigen in de enclave. Dit heeft geleid tot heropening van het justitieel onderzoek. Ook dit betreft overigens een op zichzelf bekend incident.

In de groeiende commotie dient het verschil tussen onderzoek en oordeel niet uit het oog te worden verloren. De losgekomen kritiek uit marechausseekringen past bij het moderne beeld van opsporingsdiensten die via de openbaarheid hun gelijk proberen te halen. Dat maakt hun onbehagen niet irrelevant, maar het dient wel te worden geplaatst in de context van de bijbehorende ambtelijke mijnenvelden. De militaire politie heeft het niet altijd even gemakkelijk met haar twee meesters, Defensie en Justitie.

HET STACCATO van onderzoeken (RIOD, Van Kemenade en opnieuw de militaire justitie) onderstreept de vraag wat het doel is van het parlementair onderzoek (of zelfs een complete enquête) waarom wordt geroepen. Niet de minste complicatie is dat de handelwijze van Dutchbat in Srebrenica niet valt los te zien van de ongelukkige wijze waarop het op pad is gestuurd, niet in de laatste plaats door toedoen van het parlement zelve.

Duidelijk is wel dat deze episode ook na een formele parlementaire afronding nog steeds valt onder de noemer onverwerkt verleden. Als de herleefde vragen ergens goed voor kunnen zijn dan is het om de onplezierige waarheid onder ogen te zien. Dit proces wordt het meest gediend met precisie.