Overal glanst nieuw bladgoud; De renovatie van de Grote Zaal van het Concertgebouw

De Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw wordt aangepakt. Binnenhuisarchitecte Evelyne Merkx introduceert nieuwe kleuren, herstelt verdwenen decoraties en maakt misplaatste modernisering ongedaan. Als haar werk klaar is, zal de zaal er anders uitzien dan ooit het geval is geweest.

Keiharde popmuziek klinkt in het holst van de nacht in de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw, als het klassieke concertpubliek naar huis is vertrokken. Het podium wordt leeggemaakt, rijen stoelen gaan aan de kant. Dan gaan tientallen stucadoors en schilders aan het werk om de Grote Zaal een vrijwel volledig nieuw aanzien te geven. Ze klauteren de steigers op en beklimmen de werkvloeren, die vlak onder het plafond hangen. Om half acht 's ochtends is het werk voorbij en is de Grote Zaal weer beschikbaar voor orkestrepetities en een volgend Zomerconcert.

Deze nacht is de achterste helft van het plafond klaar, de achterwand van de zaal en het balkon zijn nu geheel uit de steigers. De andere helft van het plafond is nog in oude staat. Aan de wanden boven het podium moet nog worden begonnen.

Het gerenoveerde deel ziet er prachtig uit: schoon, helder, sprankelend en totaal anders dan vroeger. Het vergulde orgel, dat enkele jaren geleden een net zo opzienbarende metamorfose onderging, krijgt eindelijk een passende omgeving. Rond het orgel krijgt de zaalwand nog een patroontje, zodat het instrument als het ware wordt ingelijst. Allerlei decoraties hebben frisse kleurtjes gekregen. Ooit verdwenen of weggeschilderde versieringen zijn hersteld. Overal glanst nieuw bladgoud. Op de gewelven rond de bovenramen zijn gouden stippen aangebracht, zodat het nu sterrenhemeltjes zijn.

Boven het podium ziet men nog hoe de zaal er tot nu toe uitzag. Het stucwerk van de muren is gescheurd en afgebrokkeld, het verstofte olijfgroen oogt grauw en goor. Nog erger is het met het gele plafond. Overal zitten latjes om verder scheuren te voorkomen. Was deze uitgewoonde ruimte echt de 'tempel aan de Van Baerlestraat' met de wereldberoemde akoestiek, waar men luisterde naar de top van het internationale muziekleven? Toch waren er weinig klachten. Veel muziekliefhebbers komen kennelijk uitsluitend om te luisteren.

Binnenhuisarchitecte Evelyne Merkx, als eerste verantwoordelijk voor de renovatie, zou eigenlijk wel een deel van de zaal in de oude staat willen laten. “Het is jammer dat je straks niet meer kan zien hoe het was. Want hoe anders het nu ook wordt, ik ben er van overtuigd dat men hieraan heel snel zal wennen.”

De verschillen tussen oud en nieuw zijn halverwege het werk het duidelijkst. De aanblik van het gerenoveerde deel is spectaculair. Dit is geen opverfbeurt maar een compleet nieuwe, geschilderde aankleding van de zaal. Het verrassendst zijn de grijswitte schilderingen van hoorns en wat bladeren op de welvingen tussen wanden en plafond. Ooit werden die decoraties weggeschilderd. Op een oude foto was er nog een te zien. Met een sjabloon worden die versieringen nu weer rondom aangebracht. Misschien waren daar vroeger zelfs allerlei verschillende instrumenten geschilderd, zodat het plafond werd gedragen door een heel 'orkest'.

Naambordjes

Toen de steigers van de achterwand werden gehaald, was Evelyne Merkx vooral opgelucht. Met computeranimaties heeft ze ruim een jaar gewerkt aan het ontwerp. Meer dan tien tinten wit, lichtcrème en lichtgrijs zijn uitgezocht voor wanden en plafond. Allerlei soorten groen, blauw en geel worden gebruikt voor de pilaren onder het balkon en voor kleine decoraties rond de naambordjes met componisten. Details worden afgewerkt met bladgoud.

Ondanks alle voorbereidingen was Merkx onzeker of het samenstel van die subtiele en contrasterende kleurnuances ook in de praktijk het gewenste effect zou opleveren. “We hebben maar twee proefstukjes mogen maken, niet eens een strook van vloer tot plafond.” Haar bedoelingen zijn werkelijkheid geworden: niets overheerst, alles is met elkaar in overeenstemming.

Vijfendertig jaar lang was er nauwelijks iets gedaan aan het uiterlijk van de Grote Zaal. In 1963 werd het toen ook al scheurende plafond nog radicaal hersteld en later werd de zaal opnieuw geschilderd. Die renovatie was een modernisering naar de normen van die tijd. Men was wars van opschik, alles moest eenvoudig en glad. De 'ouderwetse' barokke decoraties in de plafondcassettes werden vervangen door enkele onversierde uitstulpingen, die later wel 'bloempotten' werden genoemd. Het plafond werd okergeel geschilderd en leek los te komen van de groene zijwanden. Zo zat het concertpubliek opgeborgen in een koektrommel met het verkeerde deksel erop.

Een groot deel van de architectonische decoratie van de Grote Zaal, zoals de pilasters en de gewelven rond de bovenramen, leek goeddeels verdwenen, doordat die monochroom was geschilderd. Door dat egale lichtgroen vielen structuur en geleding nauwelijks nog op. Men zag vooral de bruine invullingen van de wandvlakken met bogen, die vanwege de halfronde bovenkant de bijnaam 'boterhammen' kregen.

De renovatie van Merkx, ontworpen in samenspraak met haar compagnon Patrice Girod, grijpt voor een deel terug op het oorspronkelijke uiterlijk van de Grote Zaal. Zo wordt het plafond weer in oude glorie hersteld. Op de 'bloempotten' komen nieuwe gipsen acanthusbladeren waarmee ze weer echte rozetten zijn, omringd door vier bewerkte lijsten. Rond de cassettes komt een extra lijstje, zodat ze nu veel dieper lijken.

Plafond en wanden krijgen dezelfde witte en lichtgrijze tinten, zodat de zaal weer één geheel wordt. De kleurnuances geven de verticale pilasters, de horizontale sierlijsten en de andere decoraties weer reliëf en detaillering. Zo is de onderkant van het balkon niet langer een bobbelige rand, maar een rol van groene lauriertakken met gouden strikjes.

De renovatie is geen compromisloze reconstructie van wat er vroeger was. Als het werk in september klaar is, zal de zaal er op tal van plaatsen anders uitzien dan ooit het geval is geweest. Zo zijn de sterrenhemeltjes verzonnen door Merkx. De eerste tien jaar na de opening in 1888 was de zaal vrijwel spierwit. Alleen de hoog aangebrachte cartouches met de namen van de klassieke componisten waren in groen en goud geschilderd. De cartouches aan het balkon waren nog leeg, pas veel later verschenen daar de namen van onder anderen Strauss, Mahler, Bruckner, Diepenbrock, Pijper, Bartók en Strawinsky.

Het Concertgebouw werd neergezet door een particuliere NV, opgericht door vermogende muziekliefhebbers, maar het budget was te klein. Merkx vermoedt dat bij de bouw al het beschikbare geld voor decoratie aan het plafond is besteed. Pas in 1898, tien jaar na de opening, werd de zaal in verschillende kleuren geschilderd. Dat gebeurde met het oog op de concerten ter gelegenheid van de inhuldiging van koningin Wilhelmina, nu een eeuw geleden.

Sindsdien bleef men de zaal verfraaien, onder andere met margrietjes op de muren. De aanvankelijk eenvoudige elektrische verlichtingsarmaturen - destijds heel modern - zijn vervangen door 'rijker' ouderwets kristal. In de jaren vijftig werden nieuwe wijzigingen aangebracht door architect Simon Switzar, die ook de classicistische foyers verbouwde. Hij ontwierp de quasi-elegante paaltjes voor het rode koord op de rand van het podium. Ze worden nu vervangen door aluminium versies van de oorspronkelijke gietijzeren pilaartjes.

IJzergieters

Evelyne Merkx heeft ervaring met het renoveren van prestigieuze historische gebouwen. Ze werkte eerder aan het restaurant Eerste Klas in het Amsterdamse Centraal Station, gebouwd door Cuypers. In het Concertgebouw zorgde ze onder andere voor nieuwe aankleding van de solistenkamer en de ruimtes voor de musici. Ook werkte ze aan nieuwe inrichtingen van de Amsterdamse Bijenkorf en de Hema-vestigingen.

Merkx voelt zich vrij om de Grote Zaal voornamelijk naar haar eigen smaak en inzicht aan te pakken. Het Concertgebouw van architect A.L. van Gendt heeft van buiten en binnen geen echt persoonlijke architectuur, vindt ze. Er is een veelheid van stijlen gebruikt, omdat het is opgebouwd uit goedkope geprefabriceerde standaardelementen. Veel in de Grote Zaal is afkomstig uit de catalogi van ijzergieters en stucadoors.

De komende jaren wil Merkx nog meer doen aan de herinrichting van foyers en gangen. “Die roze muren gaan weg. Ik wil een nieuw 'roodplan' voor de zaal, met iets andere tinten voor stoelen en gordijnen. Het kan allemaal veel beter en mooier. Ondanks dat gebrek aan eenheid en stijl ben ik van de zaal gaan houden.”

Ook stucadoors en schilders werken met zichtbare liefde aan de Grote Zaal. De verf wordt niet even snel met rollers opgebracht, maar met kwastjes in transparante lagen over elkaar. Ten slotte doet een doorzichtige zachtglanzende 'glacie' de muurvlakken stralen. De Grote Zaal lijkt nu bijna een fata morgana. Elke zwaarte is weg. Alles is licht en zwevend. De sterren in de gewelven onder het plafond pinkelen. De nieuwe decoraties aan het plafond lijken wel wolkjes.