Naar de hairdresser

Het bord op de deur vermeldde 'Coiffeur, Créateur'. Ik kreeg een kopje thee en mocht voor de spiegel plaatsnemen. De kapper waste de haren van een vrouw, terwijl hij onophoudelijk aan het woord was, in het Engels. De vrouw opperde voorzichtig dat zij toch wel wilde vertellen hoe zij geknipt wilde worden. Maar nee, dat moest zij aan hem overlaten. Hij was de 'hairdresser' en maakte 'àààll the women vèèèry beautiful', hij had gewerkt met 'àààll the famous models', in Frankrijk had hij vroeger wel 600 franc per uur verdiend, terwijl hij hier voor niets werkte.

Ik begon onrustig op mijn stoel heen en weer te schuiven, want ik vreesde dat ook ik geen kans zou krijgen om uit te leggen hoe ik mijn kapsel wilde. Ik vroeg iets, in het Nederlands, waarop de kapper informeerde of ik misschien Engels sprak. 'Of course', antwoordde ik. Er volgde een tirade over hoe verschrikkelijk het met onze taal gesteld was. Niet alleen was het een 'terrible sound' die zijn oren niet konden verdragen, maar ook de mensen ('especially the old people') waren 'so boring' en 'always complaining'. Deze mensen kon hij evenmin verdragen, daarom stuurde hij meer klanten weg dan hij hielp. “Maar we zijn hier in Nederland, dus mijn eerste impuls is toch om Nederlands te spreken”, legde ik uit, onbewust overschakelend op mijn moedertaal. Waarom ik nu weer Nederlands ging praten, werd mij gevraagd, terwijl net was gebleken dat ik ook Engels sprak. Deze terechtwijzing moest even bezinken, waarna ik tot de conclusie kwam dat ik wel eens verschrikkelijke ruzie zou kunnen krijgen. Toen ik de zaak uitliep werd mij van alles nageroepen. Ik kon het niet goed horen. Het zal wel geen Nederlands geweest zijn.