Kip met retteketet bij Doña Angelica

Niet alle correspondenten verlaten dezer dagen hun standplaats voor groot verlof aan de Noordzee. De achterblijvers zoeken klein vertier. Als de laptop dichtgaat, lokt het zonbeschenen terras. Vandaag: Mexico-stad.

MEXICO-STAD, 14 AUG. Klassieke terrassen zijn er niet. In een stad waar de luchtvervuiling het hele jaar rond de gevarengrens schommelt en waar bejaarden en kinderen elke week wel een dag moeten binnenblijven. In zo'n stad is het niet aan te raden glaasjes in de buitenlucht te gaan drinken.

Toch is Mexico-stad één grote openluchtkeuken. Op elke stoep, bij elk verkeersknooppunt staan tientallen rokende stalletjes. De mensen schuiven er aan voor een snelle taco, de dubbelgevouwen en vet gebakken maistortilla. Of de zogeheten torta - broodjes die belegd worden met alle mogelijke combinaties van gehakt tot varkenspoot en gebakken sprinkhaan. Het geheel wordt gegarneerd met brandend hete chilisaus, en de immer aanwezige kwak bruine bonen.

Bij het metrostation 'Hospital General' is het de gewone drukte. Lange slierten mens schuiven de maag van de ondergrondse in. De metro van Mexico-stad is de drukste ter wereld. Elke twee jaar vervoert hij de hele wereldbevolking. Op de perrons worden mannen en vrouwen in gescheiden wagons geduwd. De segregatie is ingesteld om de vrouwen het onophoudelijke gerij van mannen tegen zich aan te besparen. Vooral op spitsuren is het in de metrowagons moeilijk ontsnappen.

Boven de grond kent het leven iets meer lucht. Op de stoep is de 24-uurs markt van straatverkopers in volle gang. Barbiepoppen, fittness-apparaten, lillende hoopjes gelatine, pannen, parfums of levende eekhoorns. Op straat is alles te krijgen wat een mens kan bedenken. En daar, met de rug naar de rijweg, is het stalletje van La Güerra, 'de blonde' in het Mexicaans. Angelica González (46) maakt alles wat je met een kip kan doen. Soep, borst, billen en vleugels, zelfs de stakige gele poten bakt ze op.

Op één van de krukjes zit een oudere vrouw met lange vlechten. Zwijgend eet ze van haar taco. Lekker is anders, knikt ze stug. Maar het is veel. En daar gaat het om. Ze vouwt weer een grijs stuk kip tussen haar taco. Dille eroverheen, en goed veel chili-saus. Het geheel verdwijnt in één keer in haar mond. Ik wil nog wat praten. Woont ze ver? En eet ze hier vaak? Het straateten is in Mexico voor de meesten pure noodzaak, omdat de reistijden in deze superstad uren zijn. De vrouw staart naar haar bord en antwoordt ontwijkend. Ze schuift op haar kruk alsof ik van de Inquisitie ben.

Contact maakt mensen in Mexico nu eenmaal nerveus. “De Mexicaan blinkt uit in het verbergen van zichzelf”, schreef de onlangs overleden Nobelprijswinnaar Octavio Paz over zijn landgenoten. “Hij is bang van de blik van de ander, en daarom trekt hij zich terug. Hij wordt een schaduw, een echo. In plaats van te antwoorden, mompelt hij. In plaats van te klagen trekt hij een glimlach. Hij negeert de ander om zelf genegeerd te worden.” De Mexicaan, verklaart Paz in 'Labyrint van eenzaamheid', leeft in de voortdurende angst ertoe verleid te worden ook maar iets van zichzelf te laten zien. “Het tonen van het naakte ik, zelfs in de liefde, is de grootste vernedering die er voor een Mexicaan bestaat.”

Bij de eetstalletjes in Mexico-stad wordt dan ook niet gesproken. Geen uitwisseling, geen discussie, zelfs geen praatje over het weer. De communicatie sluit zich op in het schild van de formaliteit. “Kan ik u lastig vallen met de bestelling van een kippepoot”, zegt een jongeman terwijl hij bij Doña Angelica aanschuift. “Om u te dienen”, antwoordt Angelica, en gaat door met het bedienen van haar vorige klant.

De jongeman komt al jaren elke middag bij haar eten. Toch is de uitwisseling tussen hen nooit verder gekomen dan bestellen en bedanken, betalen en afscheid nemen. De volgende dag opnieuw en opnieuw. Vind hij haar eten lekker, wil ik nu weten. Waarom komt hij hier elke dag? De man staart naar zijn kippepoot in volstrekte verwarring. “Ik heb niets te verklaren”, jaagt hij de belaagster weg.

Toch is het niet stil op de stoep van Doña Angelica. Het geluid van auto's, het geschreeuw van de straatverkopers. Maar vooral en bovenal is er muziek. Schetterend en meeslepend. Huppelend en hartverscheurend. Overal, uit boxen en ghettoblasters, klinken cumba's, smartlappen en Texmex-retteketet in golven door elkaar heen. “Als de stad een machine is, dan is de muziek haar benzine”, schrijft de Belg Luc Verheyen in zijn boek over Mexico-stad. Er is dan ook geen plaats waar geen muziek te horen is. In restaurants is het een komen en gaan van mariachi - die muziekanten in hun veel te nauwe Zorro-pakken. Met veel getrompet komen ze het gebrek aan conversatie aan je tafeltje opvullen. Ook op zondag, in het park, wanneer grote Mexicaanse families de rust komen opzoeken van de kanalen in Xochimilco, schettert en tettert het. De mariachi-bands spelen op speciale mariachi-bootjes, en worden soms urenlang door de families geënterd. Het ene nummer na het andere moeten ze spelen, terwijl de hele familie uit volle borst meezingt.

“Feesten zijn onze enige luxe”, schrijft Octavio Paz over de Mexicaanse traditie zich te verliezen in uitbundige feesten. “Voor ons vervangen ze het Europese café.” Op feesten veliest de Mexicaan zijn gereserveerdheid en explodeert hij in een werveling van drank en muziek. “Dan klimt hij over de muur van eenzaamheid die hem de hele rest van het jaar omgeeft.” Niet dat mensen zich dan plotseling blootgeven. “Ze worden dronken, slaan elkaar op de rug en huilen. Ze ontdekken dat ze broeders zijn, en, om dat te bewijzen, vermoorden ze elkaar.”

De muziek is de uitlaat van de opgepropte emoties. De teksten van de liederen zeggen het onuitgesproke. “Als hij me morgen gaat vermoorden, laat hij het dan gelijk doen”, schalt het populaire lied La Valentina uit de boxen bij Doña Angelica. Bijna onmerkbaar beweegt ze haar lippen. Ze houdt de pollepel in haar hand, en knijpt haar ogen dicht. Heel even maar.