J. van Kemenade; Geroutineerd

DEN HAAG, 14 AUG. Het onderzoek naar de rapportage van Defensie over de val van de moslim-enclave Srebrenica in Bosnië is niet de eerste beladen onderzoeksklus voor prof. dr. J. (Jos) van Kemenade (61).

Vorig jaar nog vroeg minister Zalm (Financiën) hem de commissie voor te zitten die namens Nederland moest bijdragen aan het internationale onderzoek naar de joodse tegoeden die waren ondergebracht bij Zwitserse banken.

De bevlogen socioloog en politicus (PvdA) heeft de afgelopen 25 jaar behalve Kamercommissies vele andere commissies voorgezeten. Vaak droegen ze zijn naam. Een kleine greep: Mensenrechten Unesco, Toekomstverkenning Raad voor het Jeugdbeleid, Onderwijszaken SER, Ontwikkeling Hoger Onderwijs en Verkenningscommissie Onderwijs-onderzoek. Onderzoek dat raakt aan defensiekwesties, zat daar overigens niet bij. Daarnaast is Van Kemenade een geroutineerd bestuurder. De huidige commissaris van de koningin in Noord-Holland was onder meer minister van onderwijs, hoogleraar, lid van de Tweede Kamer, informateur, burgemeester van Eindhoven en voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam.

Gezien deze onderzoeks- en bestuurlijke achtergrond hoopt minister De Grave (Defensie) dat de bevindingen van Van Kemenade voldoende gezag hebben om critici op de rapportages door Defensie enigszins tevreden te stellen.

Van Kemenade was minister van Onderwijs in het kabinet-Den Uyl (1973-1977). Ook in het tweede kabinet-Van Agt zat hij op Onderwijs, van september 1981 tot mei 1982. ALs minister was hij een vurig pleitbezorger van de Middenschool.

Zijn eerste leidinggevende ervaring dateert al uit 1965, toen hij als twintiger directeur werd van het Nijmeegse Instituut voor Toegepaste Sociologie. Na twee jaar werd hij benoemd tot hoogleraar in de onderwijssociologie en nog eens twee jaar later werd hij lid van het college van bestuur van de Nijmeegse universiteit.

Toen er geen tweede kabinet-Den Uyl kwam, nam Van Kemenade voor drie jaar plaats in de Kamerbankjes. Na de val van het kabinet Van Agt-II werd hij informateur. Hij keerde toen zelf terug naar het parlement.