'In werkelijkheid gebruikten ze zagen en bijlen'; Restauratie van Rembrandts 'Anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp' bijna voltooid

De schoonmaak en restauratie van 'De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp' van Rembrandt is bijna voltooid. De restaurateurs waren verrast door de rijkdom aan kleurnuances en de dieptewerking op het doek. “De koppen zijn veel levendiger en bijna tastbaar, en het lijk ziet er ontzettend dood uit.”

DEN HAAG, 14 AUG. Blozende mannenkoppen buigen zich op Rembrandts De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp (1632) nieuwsgierig over het levenloze lichaam op de snijtafel. De koppen lijken bijna van het doek los te komen en steken met hun rozerode wangen schril af tegen de perkamentkleurige huid en paarse lippen van de dode. Zo, met dat heldere, levensechte kleurcontrast tussen leven en dood, heeft Rembrandt het op 26-jarige leeftijd geschilderd en zo is het weer tevoorschijn gekomen nadat in het Haagse Mauritshuis de restaurateurs de vergeelde vernislaag en oude overschilderingen hadden verwijderd. De schoonmaak is voltooid, maar de restauratie nog niet. Vooral in het zwarte deel links onder zitten fikse beschadigingen die nog moeten worden geretoucheerd met miljoenen stipjes. Vanaf 3 oktober zal het schilderij in volle glorie te zien zijn in het Mauritshuis. Tot 10 januari krijgt het zelfs gezelschap van vier andere monumentale anatomiestukken, ter gelegenheid van de tentoonstelling Rembrandt onder het mes.

Restaurateur J/orgen Wadum, die samen met Petria Noble de restauratie uitvoert, is verrast door de rijkdom aan kleurnuances en de dieptewerking op het doek die onder de geelsluier vandaan kwam. “De koppen zijn veel levendiger en bijna tastbaar, en het lijk ziet er ontzettend dood uit,” zegt Wadum. “De jassen van de medici die eerst alleen zwart leken, vertonen nu nuances van paars en bruin tot koel grijs.” Hij wijst naar een plek waar de bleke huid van de dode reflecteert op de vinger en de knie van de medicus op de voorgrond. “Dat spel met het licht is nu pas weer te zien. Het geeft een illusie van diepte die belangrijk is voor een groepsportret.”

Het schilderij stelt een anatomische les voor door dr. Tulp, praelector (voorman) van het Amsterdams chirurgijnsgilde, in de snijkamer van het gilde in de Nieuwe Waag. De arm van de dode man, de kort daarvoor opgehangen dief Aris Kindt, is opengesneden, verder is het lijk ongeschonden. Dat is niet conform de realiteit, want normaliter begon men met de hersenen en ingewanden zoals ook te zien is op Rembrandts veel gruwelijker anatomische les uit 1656 van Tulps opvolger dr. Joan Deyman. Maar het ging Rembrandt er niet om de werkelijkheid weer te geven. De opdracht was een groepsportret te maken rond de praelector, zoals destijds traditie was.

De gezichten van de figuren op de voorgrond zijn bijna fotografisch gedetailleerd weergegeven, de achtergrond daarentegen schetsmatig, in grove streken. Na de schoonmaak is op de achtergrond een zuilengalerij zichtbaar geworden - ook niet in overeenstemming met de werkelijkheid in de Nieuwe Waag, maar wel belangrijk voor de dieptewerking. Het meest opmerkelijk vindt Wadum dat de gezichten, de kragen en het lijk zo gaaf zijn gebleven. “Om diepte te suggereren heeft Rembrandt de kragen van de mannen in de voorgrond witter en dikker geschilderd; verder naar achteren worden de kragen grijzer en dunner. De bruinachtige stoelleuning op de voorgrond is knalrood geweest, evenals de kousen van de man op de stoel. Dat rood is verkleurd en daar tornen wij verder niet aan. We gaan niet de originele verf overschilderen om een 'nieuw' effect te krijgen. We proberen een harmonie tot stand te brengen tussen de bedoeling van de kunstenaar en de tand des tijds. Retoucheren doen we alleen op plekken waar de originele verf ontbreekt. En dat op een manier die door latere restaurateurs weer makkelijk ongedaan kan worden gemaakt.”

Rembrandt bracht eerst een rode grondering aan en daarop een lichtgrijze laag. Wadum: “Met een donkerder grondering had je ook een donkerder verkleuring gekregen, maar de zeventiende-eeuwse schilders kenden de effecten op langere termijn. Rembrandt gebruikte voor de rode stoel olieverf waaraan hij elementen had toegevoegd om de kleur helder te houden. Dat het desondanks bruin is geworden is ten dele het gevolg van vroegere restauraties waardoor de verf poreuzer is geworden en daarnaast de inwerking van vocht.”

De 'Tulp', sinds 1828 in het Mauritshuis, hing twee eeuwen lang tegen een vochtige muur van de snijkamer. Het vocht zakte naar beneden en veroorzaakte vooral in de lagere delen verfschade. Sporen van het brandje in de snijkamer dat in 1723 de Deyman grotendeels verwoestte, zijn bij dit doek tegen de verwachting in niet aangetroffen. Wadum: “De enige hittebeschadiging die is gevonden, is waarschijnlijk ontstaan door het gebruik van een stoomijzer bij een vroegere bedoeking.”

Het schilderij is 21 keer eerder onder handen genomen, het laatst in 1951. Het verwijderen van de oude vernislaag verliep zonder problemen. Maar er moesten operatiemesjes aan te pas komen om sommige oude vullingen te verwijderen die hard als steen waren geworden. Het verloop van de restauratie en de resultaten van het onderzoek dat eraan vooraf ging zijn te zien op de komende tentoonstelling. De vijf getoonde schilderijen geven een beeld van de geschiedenis van het anatomiestuk. Vier ervan komen uit de collectie van het Amsterdams Historisch Museum: een doek toegeschreven aan Nicolaes Eliasz. Pickenoy (1625), Rembrandts 'Deyman' (1656), een stuk uit 1683 van Jan van Neck en een doek van Cornelis Troost uit 1728. De medische praktijk uit die dagen wordt belicht aan de hand van archiefmateriaal en instrumenten. “Op de schilderijen zie je medici met schone handen en elegante pincetten, maar in werkelijkheid gebruikten ze zagen, hamers en botte bijlen”, aldus conservator drs. Peter van der Ploeg van het Mauritshuis. Ook zal veel aandacht worden besteed aan de persoon van Tulp, een carrièreman die zijn professie eraan gaf om burgemeester van Amsterdam te worden. Van der Ploeg: “Tulp was zeer geïnteresseerd in het verloop en het ontstaan van ziektegevallen en schreef daar boeken over. Hij zette vraagtekens bij de medische opvattingen van zijn tijd en vroeg zich zelfs af, toen hij bij de sectie van een verwoede roker paarse stippen op de longen vond, of roken misschien schadelijk was en of hij zijn patiënten het roken moest verbieden.”

    • Gerda Telgenhof