Geboren om te vernietigen; Napoleon Bonaparte, van de wieg tot het graf

In het Duitse stadje Spiers is een omvangrijke tentoonstelling gewijd aan Napoleon Bonaparte. De aanwezigheid van scheermes en tandenborstel geven de kleine keizer een menselijk tintje, maar de mythe laat zich niet verslaan. En de steek blijkt een bolhoed.

Napoleon - Kaiser, Feldherr, Mensch. In het Historisches Museum der Pfalz in Speyer. Catalogus 39 DM. T/m 27 sept. (dag. 10-19u). Daarna gaat een groot deel van de objecten weer terug naar het Musée Malmaison in Rueil (Hauts-de-Seine).

Een stijfselkistje is het bepaald niet, maar ook geen luxe-meubel met tierelantijnen, zoals je in een adellijke achttiende-eeuwse familie zou mogen verwachten. De wieg van Napoleone Buonaparte, morgen precies 229 jaar geleden geboren, is een robuust notenhouten geval - met een lengte van 110 centimeter slechts een halve meter korter dan de legendarische Corsicaan ooit zou worden. De tijd heeft geen vat op het kinderbedje gekregen. Sterker nog, het komt uit het privébezit van een Corsicaanse familie die het nog steeds gebruikt. Er lopen op de wereld misschien wel tientallen mensen rond die hun vroegste jeugdervaringen delen met Napoleon.

Op de grote Napoleon-tentoonstelling in Speyer (Spiers, nabij Heidelberg) is er meer dat de veldheer-keizer menselijk maakt. In een donkere nis tegenover het notenhouten wiegje etaleert men - met een verfrissend dédain voor chronologie - het dodenmasker van Napoleon, zoals dat door zijn lijfarts op 5 mei 1821 vervaardigd werd. Zonder hoofdhaar en met gesloten oogleden is het een gewoon gezicht, hoewel je met enige fantasie kleine lauwerkransjes in de wenkbrauwen kunt zien. En een zaal eerder zijn enkele van de persoonlijke bezittingen uitgestald waarmee de afgezette keizer zijn ballingschap op het eiland Sint Helena draaglijk maakte: ivoren Chinese schaakstukken, dikleren jachtlaarzen (maat 39), een verrekijker waarmee hij hoopvol de zee naar aankomende bezoekers afspeurde, een roodgeruite doek die zijn hoofd bedekte wanneer hij 's nachts werkte, een bonbonnière met resten drop (tegen de door kanker veroorzaakte maagpijnen), en natuurlijk de zwarte steek die hem ook na zijn afzetting in 1815 generale waardigheid verleende.

Het Napoleontische hoofddeksel, vervaardigd door de Parijse hoedenmakers Poupard en Delaunay, blijkt ingewikkelder in elkaar te zitten dan je na het vouwen van honderden hoedjes van papier (en op grond van de bekende Napoleon-plaatjes) zou denken. Het is een stevige bolhoed waaromheen aan drie kanten een vilten lap is gedrapeerd. De achterkant is hoger, wat de steek zijn karakteristieke vorm geeft; op de lage voorkant zit een stoffen rood-blauw medaillon met twee zwarte lintjes. Anders dan zijn voorgangers in het Franse leger droeg Napoleon zijn generaalshoed vanaf 1802 evenwijdig aan de schouders. Het was een innovatie - voor zijn imago en Nachleben misschien wel belangrijker dan de Code Napoléon, zijn verovering van Europa, de herontdekking van antiek Egypte, zijn turbulente liefdesleven of het eeuwige handje onder zijn vest.

Het is de eerste keer dat Napoleon in Spiers is. Bij zijn leven deed hij het stadje in Rheinland-Pfalz niet aan; de dichtstbijzijnde veldslagen die hij leverde waren in Hanau (1813) en Ulm (1800). Dat Spiers toch een band met hem voelt - en deze zomer de standplaats werd van de grootste Napoleon-expositie sinds jaren - komt doordat de Franse keizer in 1806 een ruime financiële bijdrage leverde aan de restauratie van de beroemde romaanse Dom. Spiers was hem dankbaar, en is er nog steeds trots op dat een van de eerste echte biografieën van Napoleon geschreven werd door een stadgenoot, Georg Friedrich Kolb. Een exemplaar van de Lebensgeschichte Napoleons (1826) pronkt dan ook in een van de vitrines in het Historisch Museum van de Palts.

Sneeuwballengevecht

Napoleon - Kaiser, Feldherr, Mensch heet de tentoonstelling. Toch gaat de meeste aandacht uit naar de mythe. Tegenover ieder Napoleon-memorabilium (zijn witte lange onderbroek, zijn scheermes) met de bijbehorende human interest (de keizer wisselde zes keer per dag van ondergoed; hij schoor zich eigenhandig, wat in zijn tijd als excentriek gold) staat een beeld of een schilderij dat juist de bovenmenselijkheid van de staatsman onderstreept. Hier zien we een litho die een apocrief verhaal uit Napoleons jeugd illustreert: met zijn armen over elkaar kijkt de veertien-jarige militair in opleiding toe hoe zijn medeleerlingen op zijn aanwijzingen een sneeuwballengevecht houden. Daar staat een snuisterijendoosje met op het deksel een afbeelding van de slag op de brug bij Arcole (1796), toen Bonaparte als opperbevelhebber van het Franse leger in Italië het vaandel hooghield temidden van vijandelijk vuur. Er is een gravure van Napoleons peptalk voor de Slag bij Gizeh tijdens de Egyptische veldtocht van 1798 ('Soldaten, bedenk: van de top van deze piramiden kijken veertig eeuwen op u neer'). En er zijn olieverfschilderijen van de kroning tot keizer in 1804, het debacle in Rusland (de oversteek van de Berezina, 1812) en het eenzame uitzicht vanaf de klippen van Sint Helena.

Maar de afbeelding met de meeste mythische weerklank is een beroemd ruiterportret van Napoleon door Jacques Louis David. Het heroïsche doek, dat net als veel andere Spierse stukken afkomstig is uit het Napoleon-museum Château de Malmaison bij Parijs, laat zien hoe de veldheer in mei 1800 de Alpen oversteekt om de Oostenrijkers in Italië de pas af te snijden. Of liever, hoe Napoleon graag wilde dat het publiek hem zag: in vol ornaat op een steigerende schimmel, met wapperende manen. Dat de werkelijkheid anders was, suggereert een kleine gravure uit 1852 die in de volgende zaal is opgehangen. Gezeten op een muilezel, die door een gids aan de teugel gehouden wordt, is Napoleon er wat minder vastberaden aan toe. De keizer in spe oogt even moe als zijn rijdier. Hij kleumt.

Er is nog een ander detail dat het schilderij van David belangwekkend maakt. Nauw verholen op de rotsen in de linker onderhoek staan drie inscripties te lezen. De eerste ligt voor de hand: BONAPARTE. De tweede luidt KAROLUS MAGNUS, de latijnse naam van de keizer die duizend jaar vóór Bonaparte over West-Europa regeerde. Maar de derde, HANNIBAL, is het meest veelzeggend. Want Napoleon deed niets liever dan zich identificeren met de grote figuren uit de klassieke oudheid - zelfs al was dat, zoals in dit geval, een Carthaagse veldheer die Napoleons geliefde Romeinen (na een heldhaftige tocht over de Alpen) het leven zuur had gemaakt.

Augustus

Napoleons fascinatie voor de Romeinse geschiedenis is het belangrijkste thema in Spiers. Niet voor niets begint de tentoonstelling pas goed met een galerij van portretten van de familie Bonaparte in klassiek-Romeinse stijl. In één oogopslag krijgt de bezoeker een geïdealiseerd beeld van de dynastie rondom Napoleon. Na zijn kroning tot keizer - in een Notre Dame die voor de gelegenheid met gotische decorstukken was versierd - maakte hij zijn broers tot koningen van Spanje (Joseph), Holland (Louis) en Westfalen (Jérôme) en huwelijkte hij zijn zusters uit aan de heersers van Toscane, Rome en Napels. De marmeren bustes, met hun Romeinse kapsels en klassieke draperieën, zijn nauwelijks te onderscheiden van de overbekende beeltenissen van de familieleden van Napoleons grote voorbeeld keizer Augustus.

Het is niet moeilijk om te zien wat Bonaparte in de figuur van Augustus aansprak. Zoals de Romeinse veldheer na een periode van burgeroorlogen vrede had gesticht door op een omzichtige manier de alleenheerschappij te verwerven, zo had Napoleon de Franse Revolutie in rustiger vaarwater gebracht door heel subtiel via de ambten van Eerste Consul (1799) en Consul voor het Leven (1802) keizer te worden. Maar de Corsicaanse Fransman kon zich bovendien nog superieur voelen aan Augustus. Want anders dan zijn Romeinse voorganger was hij een uitmuntend generaal die eigenhandig de veldslagen won die hem aan de top brachten: van Rivoli tot Austerlitz en van Jena tot Wagram.

Veertig slagen leverde Napoleon, het stratenplan van Parijs was nauwelijks toereikend voor de vernoemingen. Zijn tijdgenoten zagen de 'Petit Caporal' dan ook vooral als de erfgenaam van de veroveraar Julius Caesar, die de typisch caesariaanse krijgstactieken (verrassingsaanvallen, snelle troepenbewegingen, toeslaan met reservetroepen) in een modern jasje had gestoken. In Spiers is te zien dat al ten tijde van de Italiaanse veldtocht van 1796 een kleurentekening van de langharige Bonaparte werd opgeluisterd met Caesars beroemde woorden 'Veni, vidi, vici'. Niet lang daarna zou Napoleon ook zijn wilde coupe verruilen voor kort Romeins: platgedrukte lokken met een ruime slag.

Een Romeinse keizer wilde Napoleon zijn, en daar paste een ambitieus bouwplan bij. In het eerste decennium van de nieuwe eeuw werd in Parijs begonnen met een triomfboog naar het voorbeeld van die van Septimus Severus op het Forum Romanum. Wat volgde was een Grieks-Romeinse tempel (de Madeleine), straten die breed genoeg waren voor militaire parades (Champs-Elysées en Rue de Rivoli), en een 45 meter hoge zuil op Place Vendôme die gemodelleerd was naar de Zuil van Trajanus in Rome. De bronzen bekleding van de zuil kwam van de omgesmolten kanonnen die waren buitgemaakt bij Austerlitz, en het standbeeld op het topje was (en is) Napoleon in Romeinse toga. Opvallend genoeg zien we bovenop een spectaculair bronzen schaalmodel in Spiers (gemaakt in 1835) Napoleon weer gewoon afgebeeld met steek en hand onder zijn vest - misschien omdat Napoleons Romeinse aspiraties twintig jaar na Waterloo niet meer opportuun werden geacht.

Slachtoffers

Napoleon had nóg iets gemeen met de heersers van het oude Rome: hij ging over lijken. Naar schatting een miljoen vrijwilligers en dienstplichtigen, uit Frankrijk en de bezette gebieden, liet het leven bij zijn pogingen om Europa onder Frans gezag te krijgen. Schreef Napoleon na de bloedige slag bij Eylau (februari 1807) nog aan zijn keizerin Joséphine dat 'het hart bedrukt is om zo veel slachtoffers te zien', na de honderdduizenden doden tijdens de veldtocht in Rusland onthoudt hij zich van commentaar. In zijn postuum verschenen memoires pleit hij zich expliciet vrij van despotisme, oorlogshitserij en buitensporige eerzucht, maar het komt niet in hem op om zich te verontschuldigen tegenover de nabestaanden van zijn vernietigde Grande Armée.

Niet dat dit zijn imago heeft aangetast bij het nageslacht. Zelfs door de bijna-ooggetuigen van de Russische verschrikkingen werden weinig kritische noten gekraakt. De Spierse tentoonstellingsmakers citeren het oordeel van Heinrich von Kleist ('het begin van al het kwade en het eind van al het goede') en Francois René de Chateaubriand ('geboren om te vernietigen'), maar daar staan de dweperige meningen van Goethe, Hugo en Heine tegenover. Wie denkt er nog aan de rivieren van bloed op de slagvelden van Friedland en Leipzig, of aan de pijn van de 200 gewonden in Borodino die door de inventieve legerarts Larrey geamputeerd werden? (De zelfontworpen kettingzaag waarmee hij het karwei binnen 24 uur klaarde, is een van de gruwelijke verrassingen op Kaiser, Feldherr, Mensch.) Al in 1826 kwam Friedrich Kolb uit Spiers in zijn Napoleon-biografie tot een profetische conclusie: 'Zag men aanvankelijk in hem een tweede Nero, een Domitianus, tegenwoordig houdt men hem bijna voor een Marcus Aurelius.'

Napoleon had zelf voorspeld dat hij niet herinnerd zou worden om zijn veertig gewonnen slagen (die immers door zijn verlies bij Waterloo teniet waren gedaan), maar om zijn administratieve zegeningen: het Burgerlijk Wetboek (en natuurlijk zijn lumineuze idee om iedereen te verplichten om rechts te houden en een achternaam te kiezen). Maar er is meer dat de massamoordenaar in een held heeft veranderd: de drang van de mens - en vooral de Fransen - tot het bewonderen van Groten der Aarde. Lef, visie en grandeur kunnen de selfmade man uit Ajaccio niet ontzegd worden. Hij was zijn tijd ver vooruit in zijn streven naar een verenigd Europa, en van zijn consistente defensiepolitiek kan de WEU heel wat leren. De titel van de Spierse tentoonstelling zegt het al: Napoleon was een Mensch, in de betekenis van 'vent'. Een vent wiens bloeddorst we bereid zijn te vergoelijken, omdat er in zijn tijd nu eenmaal anders gedacht werd over de inzet van kanonnenvoer.

Tandenborstel

Dus zwijmelen we in Spiers bij de trouwacte van Napoleon en de zes jaar oudere Joséphine, waaruit blijkt dat beide echtelieden in spe hun leeftijd bijstelden om het verschil voor de buitenwereld te verkleinen. We bekijken bewonderend de gravure van de generaal die de pest in Jaffa trotseert om zijn gewonde soldaten te bezoeken. En we staan geïmponeerd voor de originele legertent uit de Spaanse veldtocht, met bloemetjesmotief aan de binnenkant, en voor het opklapbed waarop de keizer niet alleen zijn hazeslaapjes deed, maar ook op Sint Helena werd opgebaard. Zelfs Napoleons tandenborstel (extreem lang) en het kaarsje dat ooit op zijn nachtkastje in een Duitse herberg stond, worden relieken, die terecht in een gewijde sfeer zijn geëtaleerd.

En de criticaster, die Bonaparte zelfs na twee eeuwen nog ziet als een 'tweede Nero' of een niet-discriminerende Hitler? Die komt in Spiers ook aan zijn trekken. Naast een aantal spotprenten (die mettertijd wat zouteloos zijn geworden) zijn er op Kaiser, Feldherr, Mensch ook enkele serieuze afbeeldingen die minder eerbiedig met Napoleon omgaan. Neem bijvoorbeeld de litho met als onderwerp de ballingschap op Sint Helena. Napoleon is lui zittend afgebeeld met tuinmanshoed en dikke pens; hij staart dromerig in de verte, terwijl zijn elleboog steunt op wat quasi-belangrijke papieren. Voor een moment is hij het zinnebeeld van overbodigheid.

Nog aardiger is de merchandise die na Napoleons dood Frankrijk overspoelde. De ex-keizer van alle Fransen zou zich in zijn graf hebben omgedraaid als hij had gezien hoe hij terecht was gekomen op koektrommels, prullariakistjes en serviesgoed. Aan het eind van de tentoonstelling staat een klein snuiftabakdoosje uit het midden van de negentiende eeuw dat een karikatuur geeft van 's keizers fysiek. Het bijschrift noemt het gedrochtelijke houtsnijwerkje een voorbeeld van de cultus die na Napoleons dood ontstond. Je zou er ook een afrekening met een monster uit het verleden in kunnen zien - de schamele wraak van de gesneuvelden bij Austerlitz, Friedland, Preussisch-Eylau, Waterloo en vele vele andere slagvelden in Europa.