Even geld ophalen

Zijn verbijstering verdubbelde toen hij aan de andere kant van de hefboom een bonkige geldauto de oprit zag opkruipen en met evenveel remlawaai tot stilstand zag komen. De twee auto's stonden als grimmige dieren trillend van spanning tegenover elkaar...

Zes jaar geleden bekende Adriaan mij met enige gêne dat hij, in navolging van voortvarende vrienden, had besloten zijn spaargeld naar het buitenland te brengen. Als excuus voerde hij aan dat het onbehoorlijk was spaargeld - waarover immers belasting voldaan was - via vermogensbelasting te belasten. Dan maar uit het zicht van de Hollandse fiscus.

Zijn expeditie naar Luxemburg was een gecompliceerde operatie. Zijn saldo van 400.000 gulden was namelijk opgepot bij een spaarinstelling die er geen loketten op nahield. Het geld moest via een tegenrekening worden terugbetaald. In zijn geval ging het om een rekening bij de Postbank en dus om het plaatselijk postkantoor in zijn provinciestadje. In een vertrouwelijk gesprek werd daar met de directeur een speciaal geldtransport georganiseerd.

Na een paar dagen reed een geblin- deerd PTT-autootje bij het postkan- toortje voor. Er werd een geldzak uitgeladen. De ten gunste van Adriaan opgevraagde vierduizend biljetten van honderd gulden mocht hij tegen sluitingstijd ophalen. De spaarbuit vergde een tijdrovende tellerij. Adriaan had onder invloed van gijzelingen op film en televisie een leren diplomatenkoffertje meegenomen. Daarin liggen immers altijd de stapeltjes dollars keurig uitgestald. Alleen bleek nu zijn koffertje maar half vol te komen. Het was kennelijk op acht ton berekend. Adriaan glipte weg door de achterdeur. “Blijf er niet te lang mee rondlopen”, riep de directeur hem na als goede raad. Het klonk bijna medeplichtig, hoewel het om een volkomen legale actie met eerlijk spaargeld ging, al gebeurde zoiets niet elke dag. Het was in een heel jaar de eerste keer dat het postkantoor vier ton telde en uitkeerde.

Adriaan was inderdaad niet van plan er lang mee te blijven rondlopen. Hij deed het geld over in een platte tas met een ritssluiting. Die paste onder de voormat van zijn auto. Als hij gas gaf voelde hij met zijn hakken de meeverende biljetten. De volgende morgen vroeg stuurde hij de Renault richting Luxemburg. Zijn vrouw reed mee. De koffers op de achterbank moesten een fictieve vakantie naar Frankrijk nabootsen. Met fluisterende banden passeerden zij na Maastricht de grens. Het speet Adriaan bijna dat er geen douaneambtenaar bij zijn portierraampje opdook om ten minste naar zijn bedoelingen te vragen. Geen man. Geen mens. Geen beweging. De burelen bleken uitgestorven. “Ze komen tegenwoordig alleen in actie als ze staken”, meesmuilde Adriaan.

In het centrum van de stad Luxemburg bereden zij de luxe boulevards met de ruime collectie hoogopgerichte bankgebouwen. Een spaarparadijs vol geld, effecten, rekeningen, deposito's. Adriaan had een introductie bij een van de bankpaleizen van marmer en palissander. Indrukwekkende balies met Vlaams lispelende meisjes die guitig en met fijne glimlachjes aangaven dat zij precies wisten waar de bezoeken van al die Hollanders om draaiden.

Adriaan en Irene hadden een afspraak met een vrouwelijke accountmanager. Alle handelingen voltrokken zich routineus. Een nummerrekening was snel geopend. Fotokopieën van de passen waren snel gemaakt. Gegevens tikten de computers binnen. Op het scherm zagen zij hoe hun handtekeningen voorgoed werden geregistreerd. Alle verdere informatie rolde zonder onderbreking uit de mond van de kordate bankmedewerkster. Voor het deponeren van het geld werden zij doorgeleid naar een afgesloten kantoortje van een vriendelijke kassier. De gespaarde bankbiljetten ritsten door de telmachine. Op een tellertje mochten ze de cijfertjes van een tot vierduizend zien voorbijflitsen. Geen biljetje ontbrak, alle hadden de reis naar hun bestemming overleefd. Een kwitantie hoorde bij de zakelijke transactie. Hun geld lag in de onderaardse gewelven van de bankarchieven van Luxemburg. Daar wordt personeel nog steeds ontslagen als men ook maar een snippertje van het bankgeheim prijsgeeft. Dat is in de wet vastgelegd.

De confidentie van zes jaar geleden kreeg kortgeleden een vervolg. Pratend over de komst van de euro en over gebrek aan Nederlandse contanten deelde Adriaan mee dat hij het geld uit Luxemburg ging terughalen. Het spaartegoed was aangegroeid. Er kon best een tonnetje terug naar het moederland van de gulden. Hij had eenvoudig het telefoonnummer gedraaid, tegen zijn contactvrouw zijn banknummer genoemd en zijn voornemen tot een bezoek aangekondigd. Het kon allemaal probleemloos. Ook zijn wens om handige bankbiljetten van honderd gulden uit de kluis op te diepen (nooit groene biljetten van duizend gulden vervoeren want die worden altijd met zwart geld geassocieerd). Er wordt wel eens verondersteld dat alerte ambtenaren telefoongesprekken afluisteren, enveloppen open stomen, nummerborden van auto's in de buurt van de banken op de gevoelige plaat laten vastleggen. Adriaan had dit, waarschijnlijk terecht, als onmogelijke activiteiten beschouwd, de risico's weggewuifd en als het nodig was manmoedig de noodzakelijke telefooncijfertjes ingetoetst. Het wonder van een vriendelijke stem aan de andere kant van de lijn over de grote afstand was altijd nog een kleine openbaring.

Het rijden door de Ardennen gaf hun nu niet alleen het bekende vakantiegevoel, maar ook trilde er een lichte opwinding over het terugzien van een deel van hun guldens. Zij namen een nacht een hotelletje om fris de dag tegemoet te kunnen gaan. Het was na zes jaar even zoeken om de juiste boulevard te vinden en het bankgebouw te herkennen. Daarbij deed zich een totaal onverwachte complicatie voor. Uit het principe dat echte service onverplichte dienstverlening is had de bank onder het gebouw voor hun bezoekers een ruime parkeergarage aangelegd. Aan een zijkant van het gebouw was een nauwe ingang met een fors dalende helling gevolgd door een krap bochtje, aan de andere zijkant was een even nauwe uitgang met de weg naar boven.

Op zoek naar de entree had Adriaan al een paar maal rond het gebouw gereden onder pressie van druk verkeer en nervositeit van de situatie. Toen hij in een flits de parkeergarage zag aangegeven dook hij met een spontane snoeksprong de helling af. Tot zijn verbijstering doemde een roodwitte barrière in de vorm van een hefboom op. Met piepende banden en een krakende handrem kwam hij op het nippertje tot stilstand. Zijn verbijstering verdubbelde toen hij aan de andere kant van de hefboom een bonkige geldauto de oprit zag opkruipen en met evenveel remlawaai tot stilstand zag komen. De twee auto's stonden als grimmige dieren trillend van spanning tegenover elkaar.

Geleidelijk begon het tot Adriaan door te dringen dat hij in plaats van de ingang de uitgang van de parkeergarage was binnengereden. Ook drong tot hem door dat hij in de geest van een perfecte overval een geldtransportauto had klem gereden. De twee chauffeurs van die auto zaten met uitpuilende ogen achter hun onbreekbare ruiten in bange afwachting van wat er ging gebeuren. Tussen de twee auto's ontstond een impasse. Adriaan en Irene durfden geen vin te verroeren om te voorkomen dat hun auto ging doorglijden en dwars door de barrière de neus van de geldauto zou toucheren. De mannen in de geldauto vochten tegen de spanning van hun hellingproef en worstelden om te attaqueren. Het kwam er niet van. Adriaan begon zijn tegenwoordigheid van geest terug te krijgen. Hij deed het enige wat zinnig was. Hij zetten de auto met technische voorzichtigheid in zijn achteruit, begon zachtjes gas te geven, wat aanvankelijk alleen maar loeiende geluiden uit het innerlijk van de auto opriep, en begon achteruit omhoog te kruipen. Millimeter voor centimeter. Decimeter voor decimeter lukte het. De chauffeurs van de tegenligger waren van de eerste schrik van de confrontatie bijgekomen, de gedachten aan een overval op hun geldtransport begon weg te ebben en zij moedigden de transpirerende Adriaan met non-verbale animo aan.

Rond de uitgang van de parkeergarage hadden zich inmiddels de gebruikelijke passanten verzameld. Sommigen hadden de verkeerde manoeuvres van Adriaan gadegeslagen en hadden hem luidkeels aangemoedigd weer achteruit in beweging te komen. Ook bankpersoneel begon zich met de affaire te bemoeien. Een bankemployé was weggerend om een parkeermuntje te halen om althans de barrièreboom weer in horizontale stand te krijgen. Het lukte Adriaan met hangen en wurgen de auto in het smalle straatje terug te werken. De samengestroomde Luxemburgers applaudiseerden toen de auto weer in het gareel van het stilgezette verkeer stond. Adriaan kon maar het best zorgen dat hij zo snel mogelijk wegkwam. Met een dom grijnzend lachje en een onduidelijk opgestoken hand nam hij afscheid. De geldauto was inmiddels kreunend omhoog gekropen en reed achter Adriaan aan. De chauffeurs staken nogal amicaal een hand op toen zij Adriaan passeerden.

Voor het voltooien van zijn missie moest Adriaan hoe dan ook opnieuw een rondje rond de bank rijden, de juiste inrit van de garage zoeken en ongehinderd afdalen. Hij stopte vlak naast de lift, die hem naar de verdieping bracht waar de ontmoeting met zijn persoonlijke accountmanager gepland was. Zij was zes jaar ouder geworden, maar goed herkenbaar gebleven. De transactie was niet meer dan dagelijkse routine. De computer registreerde de mutaties. De kassier joeg in no time duizend briefjes van honderd door zijn apparatuur en opnieuw mochten Adriaan en Irene meekijken hoe de cijfertjes op het telschermpje snel en feilloos krijgertje speelden.

“Blijft er ooit wel eens een biljetje over of komt u er ooit een tekort”, vroeg Adriaan om tenminste iets van een conversatie te starten. De kassier reageerde slechts met een vernietigende blik. Een handtekening voor ontvangst completeerde de transactie. Op een andere etage, bij een andere dure balie en een andere charmante medewerkster, lagen alle noodzakelijke bescheiden gereed, plus de correspondentie die al die jaren klantvriendelijk was vastgehouden. Zij kregen alles mee in een neutrale bankenvelop.

Bovendien ontvingen zij een muntje om de parkeergarage te kunnen verlaten. Toen zij de uitgang passeerden zagen zij zwarte remsporen aan beide zijden van de hefboom. De tekenen van het avontuur rond de pseudo-overval.

Over de terugreis door de Ardennen valt geen woord te melden. Grenzen zijn niet meer dan een psychologische, onzichtbare prikkeldraadversperring. Voor wie de grens passeert heeft niemand meer belangstelling.

In de muurkluis van een woning in een dure Nederlandse woonwijk werd het Nederlandse spaarsaldo, weer gezellig thuis op eigen bodem, klaargelegd om geleidelijk te worden vereuroniseerd.