De toekomst van het terrorisme

Bruce Hoffman: Inside Terrorism. Victor Gollancz, 288 blz. ƒ 71,60

Binnen 24 uur dat Inside Terrorism van Bruce Hoffman ter bespreking in de bus viel, veranderde het boek van een tijdloos overzichtswerk tot een hyper-actuele bundel. De aanleiding voor deze plotselinge metamorfose was de tweeling-explosie in de hoofdsteden van Kenia en Tanzania, Nairobi en Dar es Salaam. Daarbij waren de Amerikaanse diplomatieke vestigingen het doelwit. Een handvol Amerikanen en bijna tweehonderd Afrikanen vonden de dood. Er vielen duizenden gewonden, waarvan er nog veel in levensgevaar verkeren. Deze terroristische aanslagen boden meteen dé gelegenheid om te zien of de auteur zijn werk goed had gedaan.

Het zou niet passend zijn om in de index meteen de naam van de op dit moment als meest verdacht aangemerkte Saoedische gewelddadige zeloot Osmana bin Ladin op te zoeken en de afwezigheid daarvan aan te merken als een ernstig hiaat. Eerlijker is het om naar aanleiding van de aanslagen, pakweg, vier vragen te stellen en deze door Hoffman laten beantwoorden.

Vragen

Bruce Hoffman beschikt in ieder geval over de papieren om als deskundige te figureren. Hij was directeur van de afdeling terrorisme van de Amerikaanse RAND-denktank, een van de belangrijkste onafhankelijke adviesorganen van de Amerikaanse regering. Tegenwoordig leidt hij het Centrum voor Studie naar Terrorisme en Politiek Geweld aan de universiteit van St Andrews in Groot-Brittannië.

Na wat navraag in de omgeving komen vier veel gestelde vragen naar voren. Wat beoogt de terrorist? Wat beweegt een zelfmoord-terrorist? Is terrorisme uit te roeien? En: wat voor risico lopen wij in West-Europa? De auteur komt er over het algemeen goed uit. Hij geeft een overzicht van de verschillende types: de ene terrorist is namelijk de andere niet.

Er bestaat volgens Hoffman op het gebied van de doelstellingen onderscheid tussen de extreem-linkse en extreem-rechtse terrorist, de etno-nationalistische terrorist en de religieuze terrorist. Extreem-links (Rote Armee Fraktion, Brigate Rosse, Action Directe) en extreem-rechts (Timothy McVeigh van de Michigan Militia verantwoordelijk voor de bomaanslag op het overheidsgebouw in Oklahoma City, de Italiaanse groep die in 1980 een volle stationshal opblies) streven een revolutie na. Etno-nationalistische bewegingen - de Baskische ETA, en de Iers IRA - willen autonomie. En religieuze terroristen - de Islamitische Jihad die geregeld westerse toeristen als doelwit koos, de Algerijnse GIA, de Japanse sekte Aum Shinrikyo die schuldig was aan de aanval met zenuwgas op de ondergrondse van Tokio - bezien alles vanuit dogmatisch oogpunt en achten veelal alle niet-geloofsgenoten als legitiem doel.

Hoffman erkent in een terzijde dat deze ordening niet sluitend is, doordat de definities nogal in elkaar kunnen overlopen. De PLO bijvoorbeeld, gold ten tijde van de Koude Oorlog als een marxistische organisatie, maar ook als een etno-nationalistische groepering. Bovendien is het terroristische karakter van de PLO met het 'vredesproces' in het Midden-Oosten op zijn minst afgezwakt, zo niet volledig uitgewist. Nog daargelaten dat de PLO in een groot deel van de wereld nooit is gezien als terroristische organisatie, maar als legitiem bevrijdingsleger. En ook de katholieke IRA en de islamitische Hezbollah vallen binnen diverse categorieën.

Volgens Hoffman is het doel van een aanslag praktisch altijd het zenden van een 'signaal'. Het is immers onmogelijk om van een veel sterker verklaarde vijand te 'winnen' in de militaire betekenis van het woord. Vitale doelen - Yitzhak Rabin, aartshertog Ferdinand - bevinden zich bovendien hoogst zelden binnen het bereik van de terrorist. Zo'n 'signaal' beoogt in eerste instantie aandacht voor de 'zaak', waardoor deze op de mondiale agenda terecht komt en vervolgens verzilvering kan plaats hebben van het opgebouwde politieke belang. Ook Dar es Salaam en Nairobi moeten dus zo'n 'signaal' zijn geweest. Wie precies weet welk signaal - 'Jullie zijn nergens veilig', 'Laat onze gevangenen onmiddellijk vrij' of 'Komt in opstand!' - kent ook meteen de daders. Maar dat is nu juist zo lastig: terroristen eisen hun aanslagen tegenwoordig niet meer op.

Voor de buitenwereld - de potentiële slachtoffers - is Hoffmans ordening volgens terroristische doelstellingen waarschijnlijk niet de belangrijkste. Daarvoor is de oplopende mate van terreur een werkzamer classificatie. Hoffman meent dat sommige etno-nationalistische groeperingen in dit opzicht nog redelijk terughoudend zijn. De IRA, de intussen zichzelf opgeheven RAF en de ETA zijn doorgaans heel selectief in het uitzoeken van hun doelen. Deze moeten symbolische waarde hebben - een voorwaarde om aan een effectief 'signaal' te voldoen. 'We ontvoerden natuurlijk niet de man, maar zijn functie', zegt een lid van de Italiaanse Rode Brigades naar aanleiding van het kidnappen en later doodschieten van oud-premier Aldo Moro. Hoffman haalt tevens een interview aan met Michael Bommi Baumann die in 1977 het kapen van een Lufthansa-toestel door zijn collega's veroordeelde. Doel van de kaping was de vrijlating van veroordeelde RAF-leden in Duitse gevangenissen. 'Je kunt niet jouw leven boven dat van wat vakantie-gangers naar Mallorca stellen. Dat grenst aan elitaire idiotie en aan fascisme.'

Hoewel alle terroristische groepen het standpunt 'waar gehakt wordt vallen nu eenmaal spaanders' huldigen, lijken de spaanders de religieuze terroristen nog het minst te interesseren. 'De infidels zijn toch allemaal hetzelfde', zei een later gearresteerde terrorist, nadat was gebleken dat niet Israelische vakantiegangers maar Duitse toeristen door zijn kogels waren getroffen.

Zelfmoord-terroristen vormen het summum van terreur. Hun optreden strookt niet met het weliswaar onsympathieke, maar toch real-politieke optreden van de gemiddelde terrorist. Alleen al tussen april 1994 en juli 1997 voerden de anti-Israelische Hamas en de Palestijnse islamitische Jihad veertien zelfmoordaanvallen uit waarbij 150 slachtoffers vielen. Hoffman haalt de vaak geciteerde verklaring aan van een moslim-activist Abdallah Shami uit de Gaza-strook. 'Het is een legitieme techniek, gebaseerd op het martelaarschap. Hierdoor krijgt de martelaar het recht om de hemel te betreden en zichzelf te bevrijden van al het lijden in de wereld.' De zelfmoordenaars wacht de hemel, die bestaat uit rivieren van melk en wijn - ja, in de hemel zou alcohol wél mogen. En maar liefst 72 maagden zouden staan te trappelen om het de veelal jonge 'martelaars' naar de zin te maken.

Hoffmans bronnen van deze bijna ordinair te noemen beweegredenen, de doorgaans sensationele Sunday Times en een Israelische studie geheten 'Islamikaze', zijn niet op voorhand objectief te noemen. Japanse kamikaze-piloten uit de Tweede Wereldoorlog bijvoorbeeld, meenden weliswaar ook dat ze door hun daad bij het opperwezen een streepje voor hadden. Maar op zijn minst vlogen ze hun Zero's te pletter omdat ze dachten dat ze voor een politiek juiste zaak vochten. Zelfmoord-terrorisme blijft ook na lezing van Inside Terrorism een psychologisch mysterie.

De beantwoording van de vraag of terrorisme is tegen te gaan, vertellen de krantenkoppen: nauwelijks. De ideologisch getinte terreurdaden van de jaren '70 en '80 - zoals de vliegtuigkapingen en de stadsguerrilla van de RAF, AD, en de Belgische Cellules Communistes Combattantes - lijken met het Oostblok als ideologisch en logistieke ruggesteun voorgoed verdwenen.

De IRA en de ETA blijven evenwel machtspolitieke factoren waarmee hun tegenstanders rekening moeten blijven houden. Hun tactieken passen zich aan maatregelen net zo snel weer aan. En andere, nieuwe groeperingen zorgen ervoor dat de statistieken niet optimistisch stemmen. Terrorisme lijkt een hardnekkig fenomeen.

Het is niet het enige slechte nieuws van Inside Terrorism. Ook blijkt het religieus terrorisme, algemeen gezien als de gevaarlijkste tak, volgens de statistieken van RAND en St Andrews het hardst te groeien. De meest recente aan Hoffman bekende cijfers, die over 1995, wezen uit dat 58 procent van de slachtoffers aan religieus terrorisme was te wijten. En dat deze categorie terreur verantwoordelijk was voor alle aanslagen waarbij in die periode meer dan acht doden vielen.

Handgranaten

Dat is niet alles: Hoffman meent dat het arsenaal dat deze groepen ter beschikking staat in de nabije toekomst niet meer zal bestaan uit handgranaten of explosieven - al dan niet om zichzelf op te blazen. Met de proliferatie van massavernietigingswapens, zoals biologische toxines en zenuwgassen, zal het aantal slachtoffers steeds groter worden. Veel gevallen van de toepassing, of zelfs maar een poging daartoe, zijn volgens Hoffman nog niet geregistreerd. Toch is het volgens hem niet te vermijden dat deze substanties in handen van terroristen gaan vallen: ze zouden de draagwijdte van het 'signaal' verveelvuldigen. Er zijn ook geen tankwagens met explosieven voor nodig: een spuitbus met zenuwgas in de airconditioning van de metro is voldoende. De aantallen slachtoffers van 'Nairobi' zouden erbij in het niet vallen. En infidels zijn vogelvrij.

Het wachten is dus niet op wéér een grote klap die ergens op de wereld een ambassade in de as legt, maar op het zachtjes sissen van een 'luchtverfrisser' met biologische of chemische wapens. Hoffman meent dat dit vermoedelijk geen kwestie is van 'of', maar een kwestie van 'wanneer'. 'We zouden heel goed een nog veel gewelddadiger tijdperk tegemoet kunnen gaan, dan we ooit hiervoor hebben gezien', besluit Hoffman zijn omineuze betoog.

De aanslagen in Dar es Salaam en Nairobi ondersteunen zijn stelling.

    • Menno Steketee