Celstraffen voor poging tot coup in Suriname

PARAMARIBO, 14 AUG. De krijgsraad in Paramaribo heeft gisteren veertien verdachten wegens een couppoging veroordeeld tot gevangenisstraffen van één tot 3,5 jaar. Voor alle straffen geldt aftrek van het voorarrest van tien maanden. Afgelopen mei waren door de auditeur-militair gevangenisstraffen tot zes jaar geëist.

De krijgsraad verwierp het verweer van de advocaten dat de verdachten geen daadwerkelijke poging tot coup hadden gedaan, maar dat zij slechts met elkaar hadden vergaderd. De advocaten hadden daarom vrijspraak gevraagd. De advocaten beraden zich nog op een hoger beroep. Onder de veertien veroordeelden waren tien militairen en vier burgers. Over een vijftiende verdachte volgt volgende week een uitspraak.

De president van de krijgsraad, J. von Niesewand, meende dat van een couppoging sprake was, omdat na verscheidene vergaderingen “duidelijke afspraken” waren gemaakt over hoe de plannen zouden worden uitgevoerd. Er werd volgens hem nog slechts gewacht op een geschikt tijdstip. Onderdeel van de plannen was volgens de tenlastelegging het plegen van een aanslag op president J. Wijdenbosch, staatsadviseur D. Bouterse en topmilitair M. Linscheer. Deze zouden vervolgens gevangen moeten worden genomen.

De meeste verdachten werden vorig jaar oktober gearresteerd tijdens een bijeenkomst in een garagebedrijf in Paramaribo. De eigenaar van het garagebedrijf, R. Bosnie, werd eerder op vrije voeten gesteld. Zijn broer J. Bosnie kreeg gisteren een jaar en zes maanden.

Een groot aantal van de veroordeelden heeft in de jaren tachtig in het leger van toenmalig legerleider Bouterse gevochten in de binnenlandse oorlog tegen het junglecommando van Brunswijk. Tijdens de rechtzittingen verklaarden sommigen van hen dat Bouterse hun allerlei beloften had gedaan als beloning voor hun inspanningen, maar dat de legerleider deze nooit was nagekomen. De tot een jaar en drie maanden veroordeelde A. Sweedo zei gisteren voor de krijgsraad dat Bouterse onder meer huizen en grondpercelen in het vooruitzicht had gesteld. Volgens hem hadden de aanhoudingen niets te maken met een couppoging, maar wil Bouterse van zijn beloften af.

De krijgsraad wees het hoofd van de Surinaamse Centrale Inlichtingendienst, R. Doorson, terecht omdat hij een onderschikte opdracht had gegeven te infiltreren in de bijeenkomsten, terwijl de wet dit niet toestaat. De betrokken infiltrant, R. Boy, kreeg een straf van een jaar.