Buitenlandse invasie in Premier League

Morgen begint de voetbalcompetitie in Engeland, met vele nieuwe buitenlandse sterren. Chelsea kan zelfs alleen buitenlanders opstellen.

ROTTERDAM, 14 AUG. Twintig jaar geleden promoveerde Nottingham Forest naar de hoogste voetbaldivisie in Engeland en werd meteen landskampioen. Zo'n verrassing is tegenwoordig zelfs aan de andere kant van de Noordzee niet meer mogelijk. Ook daar worden de sterksten alleen maar sterker. Nottingham Forest, dat wederom is gepromoveerd, mag komend seizoen al blij zijn als het niet uit de Premiership degradeert.

De Engelse titelstrijd, die morgenmiddag begint, zal tussen drie clubs gaan: Arsenal, Manchester United en Liverpool. Het met geld smijtende Chelsea hoopt ook mee te doen om het kampioenschap, maar het is de vraag of Gianluca Vialli van het vreemdelingenlegioen op Stamford Bridge een winnende ploeg kan maken. De Italiaan, die vorig seizoen na het ontslag van Ruud Gullit weinig indruk maakte met een score van zes zeges en zeven nederlagen, haalde voor dit seizoen nog maar eens een landgenoot (Casiraghi), een Fransman (Desailly), een Spanjaard (Ferrer) en een Deen (Brian Laudrup) binnen.

Chelsea heeft nu een A-selectie met zestien buitenlanders en slechts tien Engelsen. Voor het eerst in de Britse voetbalhistorie zou een team van elf buitenlanders een competitiewedstrijd kunnen spelen. Chelsea is koploper als het gaat om het binnenhalen van buitenlanders, maar de club is zeker geen uitzondering. Alle ploegen hebben hulp van buitenaf ingeroepen, hoewel Charlton Athletic met alleen een keeper uit Joegoslavië schril afsteekt bij de rest. De promovendus wordt als de grootste degradatiekandidaat beschouwd.

Voor deze competitie werd door de Engelse clubs in de Premiership weer voor ruim 200 miljoen gulden aan spelers uit het buitenland gekocht. Het aantal vreemdelingen op het hoogste niveau steeg tot ruim 150, de tientallen Schotten, Ieren en Welshmen nog niet eens meegerekend. Vooral Frankrijk, Noorwegen en Italië zijn goed vertegenwoordigd. Het kan wat dat betreft raar lopen in het voetbal. Tot voor kort waren Italiaanse voetballers niet uit hun eigen competitie weg te branden. Chelsea heeft er - inclusief speler-manager Vialli - zelfs vier in dienst, Sheffield Wednesday drie.

Vaak kiezen Engelse clubs voor meer buitenlanders uit hetzelfde land. Zo doet Arsenal het met zeven spelers uit het vaderland van zijn Franse trainer Arsène Wenger. Liverpool zweert al jaren bij Scandinavïers en heeft nu vier Noren in de selectie. Twee clubs hebben drie Nederlanders: Manchester United met Cruijff, Van der Gouw en Stam en Leeds United met Hasselbaink, Molenaar en Wijnhard. In totaal hebben veertien Nederlandse spelers een contract bij een ploeg op het hoogste niveau - exclusief Pierre van Hooijdonk, die van Nottingham Forest toestemming heeft gekregen een andere club te zoeken.

Net als in Nederland krijgen de clubs in Engeland het verwijt dat ze de eigen spelers over het hoofd zien. Graham Taylor, de directeur van de spelersvakbond, haalde fel uit naar Chelsea. Omdat de Londense club in de defensie met het Franse centrale duo Desailly/Leboeuf wil spelen, is Michael Duberry min of meer overbodig geworden. Duberry speelt voor Jong Engeland en was lange tijd zelfs kandidaat voor Hoddle's selectie voor het grote WK. Vialli haalde slechts zijn schouders op over de kritiek.

De grootste favoriet voor de titel, Manchester United, telt deze competitie negen buitenlanders. De club zoekt na de weigering van Kluivert om naar Old Trafford te komen nog steeds een gerenommeerde spits. Zoals ook de concurrenten naar versterking blijven speuren, Arsenal vooral naar iemand voor de aanval, Liverpool voor de verdediging. Een selectie is tegenwoordig blijkbaar nooit op sterkte.

Arsenal, dat zowel de titel als de beker verdedigt, kan wel een brede selectie gebruiken. Het doet mee aan de zware Champions League. Wat dat betekent weet concurrent Manchester United. Die ploeg verspeelde in het tweede deel van het vorige seizoen een grote voorsprong op Arsenal, dat op internationaal niveau (UEFA Cup) snel werd uitgeschakeld en zijn handen vrij had voor het nationale voetbal. En dat bleef dus niet zonder resultaat. Arsenal, dat zijn thuisduels voor de Champions League op Wembley speelt, wil nu graag ook in Europa scoren. Een van de obstakels is de vliegangst van Bergkamp. De Nederlander kan weliswaar bijna overal met de auto of trein komen, maar als hij vaak langdurig zou moeten reizen, zal dat weer van invloed zijn op zijn spel in de nationale competitie.

In tegenstelling tot Manchester United en Arsenal heeft Liverpool niet met de Champions League te maken. Veel veranderde er niet in de selectie van Liverpool. Wel haalde de club voor het eerst in de historie een buitenlandse manager binnen, de Fransman Gérard Houllier. De voormalige bondscoach vormt een opmerkelijk tweemanschap met clubman Roy Evans. Zij moeten Liverpool de eerste titel sinds 1990 bezorgen. Houllier en Evans hebben uiteraard de beschikking over Michael Owen, de revelatie van het WK. De komende maanden moet blijken of het 18-jarige talent de druk aankan.

Owen is een van de weinige hoofdrolspelers van het afgelopen WK die dit seizoen in Engeland voetballen. De Premiership wordt de sterkste competitie ter wereld genoemd, maar dat is overdreven. De grootste helden van de hete Franse zomer, zoals Zidane, Thuram, Rivaldo, Suker, Davids en Batistuta, spelen ergens anders. Wel is de strijd in Engeland de meest interessante. Ook al door vermaarde oudgedienden die door hun clubs voor bewezen diensten werden bedankt, maar die zich bij andere ploegen nog graag een keer laten zien. Let dus ook op Mark Hughes (van Chelsea naar Southampton), Gary Pallister (van Manchester United naar Middlesbrough) en Ian Wright (van Arsenal naar West Ham).