Biografie van het leven

Richard Fortey: Life, an unauthorised biography. A natural history of the first 4.000.000.000 years of life on earht. Flamingo, 398 blz. ƒ52,50

'Slechts één ding staat vast: er zal altijd verandering, en weer verandering zijn.' Het zijn bijna de laatste woorden. De Britse paleontoloog Richard Fortey heeft het dan al gehad over de oersoep, over de eerste bacteriën op aarde, de eerste viervoeters die zich op het land waagden, het uitsterven van dinosauri&d;ers en het succes van Homo sapiens.

Maar in die ene zin, aan het eind van zijn boek Life, an unauthorised biography, vat hij de essentie van het leven in de afgelopen 3,8 miljard jaar samen. Leven is veranderen. Soorten komen, soorten gaan. Dat geldt voor de trilobieten, een groep geleedpotigen diei n de verte doen denken aan enorme pissebedden en tijdens het Cambrium (570 tot 505 miljoen jaar geleden) alomtegenwoordig waren in zeeën en oceanen. Het geldt voor de dinosauriers, die zo'n 245 miljoen jaar geleden het vaste land veroverden, totdat een meteoriet een einde maakte aan de heerschappij van T.rex en consorten.

Ook de mens zal ooit verdwijnen. Fortey laat zich weliswaar niet uit over het lot van Homo sapiens, maar uit zijn betoog proefje dat iedere soort hetzelfde lot te wachten staat. Is dat erg? Volgens Fortey niet. 'Life wil probably cope', schrijft hij. De mens mag verdwijnen, het leven gaat door.

Life heeft veel vaart. Fortey beschikt over een makkelijke pen en hij weet wetenschappelijke gegevens, romantische mijmeringen en humoristische beschrijvingen goed te mixen. De Brit maakt veel gebruik van beeldspraken en vergelijkingen, bijvoorbeeld bij het beantwoorden van de vraag: waarom houdt de ene soort het langer vol dan de andere? Toeval, meent Fortey. Het is een eindeloos dobbelen en 'gelukkige soorten overleven de filter van het noodlot'. De andere hebben pech. Net als het veelbelovende Engelse muzikale genie George Frederik Pinto die, in 1786 geboren, op zijn elfde al optredens gaf en kort daarna zijn eigen piano- en vioolsonates begon te componeneren. Tot hij op zijn tweeëntwingste stierf. Fortey vergelijkt Pinto met een Cambrisch dier dat slechts een handvol nakomelingen produceert. Het hadden er meer kunnen zijn, maar 'a brief stroke of fate' besliste anders.

Zulke vergelijkingen kunnen te vervoeren. Fortey vraagt zich bijvoorbeeld af hoe het toch kan dat landdieren steeds grotere afmetingen bereikten? Hij trekt een parallel met Italiaanse obers die hij met steeds grotere pepermolens langs de borden van hun klanten zag gaan. Grappig, maar ver gezocht.

Toeval is Fortey's stokpaardje. Het kleinste voorval kan enorme gevolgen hebben. Vol verwondering en bewondering beschrijft hij de grote doorbraken in het leven, vanaf het ontstaan van de cel, zo'n 3,8 miljard jaar geleden. Belangrijke chemische reacties voltrokken zich vanaf dat moment, beschermd tegen negatieve invloeden uit de omgeving. Het eencellige leven ontstond waarschijnlijk op de diepzeebodem omdat het milieu daar redelijk constant was. Aan het oppervlak waren de omstandigheden veel wisselvalliger. Vulkaanuitbarstingen, meteorietinslagen, bliksemschichten en vloedgolven beperkten het leven tot duistere diepten.

Pas als het op aarde wat bedaart, kan het leven zich uitbreiden. Bacterien lkeren gebruik te maken van het zonlicht. Met de opgevangen energie kunnen ze koolstofdioxide afbreken, een proces waarbij zuurstof vrijkomt. Er komen steeds meer bacteriën die zijn uitgerust om dit proces, fotosynthese, te voltrekken. Miljarden bacteriën stoten zuchtjes zuurstof uit in een voorheen zuurstofloze wereld. De omstandigheden veranderen drastisch.

Eencelligen breiden zich uit over de oceanen en gaan zich clusteren in allerlei wonderlijke vormen. Er ontstaat multicellulair leven, ongeveer twee miljard jaar geleden. Organismen verzamelen zich tot slijmerige matten. Het wordt 'slime time' en zo blijft het ongeveer anderhalf miljard jaar.

Dan ontwikkelen sommige dieren 'ineens' een hard pantser. Vanaf dat moment gaat het, geologisch gezien snel. Organismen beginnen te groeien, gesteund door hun stevige buitenkant; honder miljoen jaar later ontstaan de eerste landplanten. Insecten verschijnen. Weer honderd miljoen jaar later wagen de eerste hagedisachtige vierpotigen zich aan land. Nog eens zo'n periode later beginnen de dinosauriërs aan hun kolonisatie van het land, dat dan één groot continent (Pangaea) vormt. Honderdvijftig miljoen jaar later verdwijnen de dino's plotseling, weggevaagd door een toevallig inslaande meteoriet. De zoogdieren grijpen hun kans. En dan is daar de mens.

Fortey bedient zich graag van droge humor, bijvoorbeeld bij de beschrijving van zoogdiertanden. Die bezitten typische komvormige structuren die afbreken 'als je de verkeerde soort muesli eet'. Als wetenschapper (hij onderzoekt trilobieten) kan hij bovendien met aardige inside information komen. Zo dist hij een verhaal op over een zoogdierdeskundige die een fossiele tand van een zeer zeldzame arctische muis doorslikte. En Rousseau H. Flower was niet alleen een groot kenner van nautiloïden, hij rookte bovendien als een ketter. Toen Fortey een hotelkamer met hem deelde zag hij de mompelende wetenschapper uit de douche komen, de druipende sigaret nog tussen zijn tanden geklemd.

Life is een mooi boek voor leken die ingewijd willen worden in de geschiedenis van het leven. Helaas ontbreekt een overzichtelijke tijdstabel. Fortey noemt in zijn verhaal weliswaar het tijvak (Cambrium, Siluur, Ordovicium) waarin hij is beland, maar jaartallen blijven vaak achterwege. Daardoor verliest de lezer een belangrijk houvast om de gegevens in de tijd te plaatsen en alles goed op een rijtje te krijgen.

    • Marcel aan de Brugh