AFRIKA

De euro wordt op 1 januari niet alleen ingevoerd in de elf lidstaten die vanaf dan de Economische en Monetaire Unie (EMU) vormen, maar indirect ook in de veertien Afrikaanse landen die hun munt sinds 1948 hebben gekoppeld aan de Franse franc.

De euro vervangt op 1 januari de Franse franc als standaard voor de West-Afrikaanse Monetaire Unie WAMU (Benin, Burkina Faso, Ivoorkust, Guinee-Bissau, Mali, Niger, Senegal en Togo) en de Centraal-Afrikaanse Monetaire Unie CAMU (Kameroen, Centraal-Afrikaanse Republiek, Tsjaad, Kongo/Brazzaville, Equatoriaal Guinee en Gabon).

De WAMU en de CAMU hanteren de 'CFA-franc' (Communauté Financière Africaine) als munteenheid. De CFA-franc is gekoppeld aan de Franse franc en de landen uit de WAMU en de CAMU, veelal voormalige Franse koloniën, hebben formele wisselkoersafspraken met Frankrijk. Parijs garandeert de conversie van de CFA-franc tegen een vaste wisselkoers, op dit moment 100 CFA-francs voor 1 Franse franc. De landen uit de twee Afrikaanse monetaire unies beschikken hierdoor onbeperkt over 'harde' valuta, in de vorm van Franse francs. In ruil daarvoor moeten de landen 65 procent van hun deviezenreserves in Parijs aanhouden.

De koersverhouding tussen de Franse franc en de CFA-franc is overigens alles behalve onvoorwaardelijk. Met steun van het IMF dwong Parijs in 1994 nog een devaluatie van de CFA-franc af van 50 procent. Toch zijn er twijfels over de vergaande afspraken die Frankrijk met de landen uit de WAMU en de CAMU heeft gemaakt, zo constateert de Stafgroep Economisch Onderzoek van de Rabobank in één van zijn recente themaberichten.

Aan de ene kant staan enkele EU-lidstaten, onder aanvoering van Duitsland, die vinden dat Frankrijk na 1 januari de bevoegdheid van Frankrijk om over CFA-afspraken te beslissen moet overdragen aan de Europese Centrale Bank, die immers alle eurobelangen behartigt. Frankrijk stelt daar tegenover dat de koppeling tussen de Franse franc en de CFA-franc een afspraak betreft tussen het Franse ministerie van Financiën en de Afrikaanse monetaire unies. Als Frankrijk haar garanties moet nakomen, dan zal dat uitsluitend de Franse schatkist geld kosten. In 1996 was daar een miljard Franse francs mee gemoeid.

De Rabo-onderzoekers verwachten dat de Europese Raad van Ministers van Financiën Frankrijk in het gelijk zal stellen, omdat in het Verdrag van Maastricht uitdrukkelijk is afgesproken dat de CFA-franc een nationale Franse aangelegenheid blijft. De voorwaarde daarbij is wel dat Frankrijk het Economisch en Financieel Comité van de EMU op de hoogte stelt als het bijvoorbeeld de CFA-koers wil wijzigen. Verder moet de Europese Raad instemmen met wijzigingen in de afspraak met de Afrikaanse landen.

Zoals het er nu naar uit ziet, zal de euro 1 januari de plaats van de Franse franc innemen voor de CFA-franc. Volgens de stafgroep van de Rabobank kan dat voordelen met zich meebrengen voor de CFA-landen. Zo gaat de helft van hun export naar Europa. De wisselkoersonzekerheid wordt hierbij nihil.

Als de afspraken tussen de CFA-landen en Frankrijk een nationale aangelegenheid blijven, aangevuld met de formele plicht tot informeren van de Europese partners, dan verwacht de Rabobank dat ook andere, minder verstrekkende, monetaire akkoorden - zoals die met Europese ministaatjes als Andorra en Monaco, of met Oost-Europese landen kunnen voortbestaan.

Jochen van Barschot