Wereldwinkels willen meer aan de weg gaan timmeren

Wereldwinkels staan voor eerlijke handel. Hoe ze dat voor het voetlicht willen brengen wordt behandeld op een internationale conferentie in Otterlo.

OTTERLO, 13 AUG. Op de grond ligt een bruin gordijn, bezaaid met stukken karton in verschillende kleuren, blaadjes en een stuk vitrage. Enkele jongeren staan ernstig naar het gordijn te kijken. Een jongen zit wat in zichzelf te mompelen. Het gordijn moet een ontwikkelingsland voorstellen, en de jongeren spelen een soort landjepik.

Telkens moet er een activiteit aan het land worden toegevoegd. Eén van de jongeren moet bijvoorbeeld een veehouderij of een boerderij beginnen, een ander moet noodgedwongen een stuk bos kappen om er voedsel te kunnen verbouwen. Maar dan blijkt plotseling dat de overheid ter plaatse een grote koffieplantage wil laten aanleggen. Met geld van de Wereldbank wordt er vervolgens een grote dam gelegd in de rivier, een blauwgekleurd stuk karton. Het wordt steeds voller in het land, en steeds moeilijker wordt het om de opdrachten uit te voeren. De temperatuur in het houten hok, waarin de jongeren zich bevinden, loopt snel op.

Het landjepik is een workshop, en de deelnemers zijn leden van de Wereldwinkeljongeren, als zodanig onderdeel van de Europese Vereniging van Wereldwinkels.

De hele week zijn er vijftig jongeren uit acht Europese landen bijeen in Otterlo. Het thema van de bijeenkomst, georganiseerd door de Nederlandse Wereldwinkeljongeren, is 'Fair and Green. The Answer'.

In december zijn we met de voorbereidingen begonnen, zegt Tjeerd Sipkes, coördinator en marketingmedewerker van de Landelijke vereniging van Wereldwinkels. De Wereldwinkels staan voor eerlijke handel, zegt hij. “We kopen producten in bij corporaties in ontwikkelingslanden voor een eerlijke prijs. De producenten, vaak een heel dorp of een boerengemeenschap, kunnen van die prijs niet alleen rondkomen, ze houden er ook geld aan over voor zaken als medicijnen en investeringen.”

De Landelijke Verenigingen van Wereldwinkels in de verschillende Europese landen bieden ook assistentieprogramma's aan de producenten. Sipkes: “We helpen ze bijvoorbeeld bij irrigatieprojecten en geven voorlichting over biologische teelt.”

De deelnemers aan de bijeenkomst in Otterlo kunnen naar een aantal workshops, zoals het landjepik. Andere workshops betreffen de productieproblemen in ontwikkelingslanden, de positie van de vrouw en de mogelijkheden van de tropische landbouw. Voor een aantal workshops leveren deskundigen van buiten een bijdrage. Ook zijn er workshops met Braziliaanse en Afrikaanse dans. Er klinkt handgeklap en tromgeroffel. In de avonduren wordt er geoefend voor het 'theaterspektakelstuk' dat de jongeren vrijdagmiddag tweemaal zullen opvoeren op het Amsterdamse Leidseplein, om half drie en om half vier. Het stuk is een vrije bewerking van A Christmas Carol van Dickens.

De conferentie is ook de opmaat voor de oprichting van een Europees netwerk van Wereldwinkeljongeren, zegt Sipkes. “Die oprichting is in principe in maart volgend jaar, maar je merkt dat er in de wandelgangen al veel wordt gesproken over het netwerk.” Verder is het de bedoeling dat de jongeren deze week onderling informatie uitwisselen over zaken als werkwijze, winkelinrichting en productkeuze van hun Wereldwinkels. Het moet namelijk professioneler, zegt Sipkes. “We zien nog te veel winkels die weinig bezielends uitstralen.”

Nederland telt 400 Wereldwinkels, waarin zo'n 10.000 vrijwilligers actief zijn. De eerste Wereldwinkel, in Breukelen, werd in 1969 door Jan Pronk geopend. De totale omzet van de winkels bedroeg het afgelopen jaar 33 miljoen gulden. In heel Europa zijn er 2.500 Wereldwinkels.

De landelijke vereniging verzorgt cursussen voor de medewerkers in de verschillende winkels. “Dan gaat het bijvoorbeeld om de vraag hoe je je klanten moet benaderen, hoe je de winkel moet inrichten.”