Wachtlijsten fungeren ook als pressiemiddel

Wachtlijsten verdwijnen als er meer geld in gezondheidszorg wordt gestoken, zo houden politici de kiezers voor. In het regeerakkoord van Paars II wordt die roep om meer geld gehonoreerd. Maar zullen de wachtlijsten nu ook korter worden?

DEN HAAG, 13 AUG. De ene wachtlijst is de andere niet. Zoals die met de vrouw die wacht op een spataderoperatie aan haar been. Zij staat op de wachtlijst, omdat ze pas komende winter geholpen wil worden. Dan kan ze de steunkous na de operatie onder een lange broek verbergen. Of neem de lijst met de patiënt die een behandeling wil waarvan de arts zich afvraagt of die wel nodig is. De arts heeft de patiënt op de lijst 'geparkeerd' in afwachting van diens spontane genezing. Dat is toch anders dan de lijst met bejaarden die wachten op een staaroperatie, omdat ze steeds slechter gaan zien. Of met degenen die wachten op een vervanging van een heup en steeds minder mobiel worden.

Zo is het wachten op consult, onderzoek en behandeling voor de ene patiënt zorgelijker dan voor de andere. Discussies over wachtlijsten en wachttijden lijken sterk op een Babylonische spraakverwarring. Alle betrokkenen vullen het begrip 'wachten' op hun eigen manier in. De registratie van wachtenden en wachttijden is daardoor weinig eenduidig en ook weinigzeggend.

Al bijna twintig jaar geleden werd geconstateerd dat eenduidiger registratie voorwaarde is voor een effectieve bestrijding van wachtlijsten. Sindsdien keert die constatering voortdurend terug in de adviezen en beleidsdocumenten over de toegankelijkheid van de gezondheidszorg. Tot dusver zonder veel resultaat.

De regelmatige rapportages van voormalig staatssecretaris Terpstra (Welzijn) aan de Tweede Kamer over onder meer de gehandicaptenzorg, leren dat de gegevens die partijen over hun eigen wachtlijsten leveren nog steeds onbetrouwbaar zijn. Patiënten komen op meer dan één wachtlijst voor of blijven op wachtlijsten staan als ze al (lang) ergens een plaats hebben gevonden, zo rapporteerde Terpstra.

De thuiszorg kan evenmin betrouwbare cijfers leveren, zo valt te lezen in de periodieke rapportage die onlangs over wachtlijsten in deze sector werd gepubliceerd. En de wachtlijsten voor verzorgingshuizen zijn volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau voor bijna de helft gevuld met mensen die zich daar alleen maar 'uit voorzorg' op hebben laten zetten, en voor wie opname voorlopig helemaal niet nodig is.

Wachtlijsten betekenen voor de gezondheidszorg niet alleen maar kommer en kwel. Zo noemen de door de overheid aangestelde 'wachtlijstbrigadiers' A.P.M.G. Kroonen en E.W. Roscam Abbing verscheidene voordelen van wachtlijsten: wachtlijsten zetten de sector onder druk om efficiënter te werken en te zoeken naar goedkopere alternatieven. Ook helpen wachtlijsten bij het afremmen van de vraag naar zorg en maken ze het opstellen van werkroosters eenvoudiger.

“Eén ding is zeker: alleen maar meer geld lost het probleem van de wachtlijsten niet op”, zo maakte Kroonen in Zwolle de aanwezigen op een congres over wachtlijsten onlangs duidelijk. “Daarvoor hebben partijen in de gezondheidszorg te veel belang bij het instandhouden ervan. Het is een illusie om te denken dat ziekenhuizen en medisch-specialisten bij voorbaat een vanzelfsprekend belang hebben bij het terugdringen van wachtlijsten. Als zij dat belang niet hebben, leidt het inzetten van extra capaciteit en extra middelen doodeenvoudig niet tot een reductie van wachtlijsten, hoeveel geld er ook wordt ingepompt.”

Kroonen meent dat “meer transparantie op een aantal terreinen cruciaal is om wachtlijsten effectief te kunnen aanpakken”.

Dat is ook precies de reden, zo heeft hij geconstateerd, “waarom velen er zo allergisch en defensief op reageren: door transparantie verliest het 'politieke instrument' wachtlijsten aan kracht. Wachtlijsten kunnen dan niet langer worden gebruikt als een publiek pressiemiddel, als een breekijzer om een extra budget te krijgen.”

In de jaren negentig is bij herhaling zonder veel resultaat extra geld uitgetrokken voor het wegwerken van de wachtlijsten. Eind 1996 stelde het eerste paarse kabinet vijftig miljoen gulden beschikbaar voor het aanpakken van de wachtlijsten in de ziekenhuizen en bij de Riaggs. Met het geld zouden vorig jaar onder andere ruim tienduizend extra staaroperaties worden gedaan, zo was de bedoeling. Dit aantal is niet gehaald, doordat een groot deel van het jaar verloren ging met geruzie over de hoogte van de vergoeding per operatie. Op 1 januari was dan ook nog 30 miljoen gulden over, een bedrag dat is toegevoegd aan de 75 miljoen gulden die in 1998 voor de aanpak van wachtlijsten kan worden gebruikt. Dit geld wordt verdeeld als het genoemde plan van aanpak verder is uitgewerkt.

Ook minister Borst (Volksgezondheid) gelooft, net zomin als Kroonen, in een oplossing die alleen is gebaseerd op extra geld. Beiden weten zich gesteund door ervaringen in het buitenland. In Noorwegen en Zweden leidde verruiming van het budget niet tot kortere wachtlijsten, wel tot de behandeling van meer mensen. Door verruiming van de indicatie kwamen namelijk ook mensen onder het mes voor wie anders die behandeling misschien (nog) niet nodig was geweest. Het hebben van een wachtlijst levert een ziekenhuis immers extra geld op.

In januari adviseerde Borst in het weekblad Medisch Contact haar opvolgster, Borst dus, dan ook juist om nu eens die ziekenhuizen extra geld te geven die géén wachtlijsten hebben of deze aanzienlijk hebben ingekort. “En dan maar eens kijken wat er gebeurt.”

    • Quirien van Koolwijk