Vreemdgaan

Mag ik je kussen?

Waar wil je mij dan kussen?

Overal.

Overal? Ook op mijn voeten? Mijn zolen?

Ook op je voeten, je zolen.

Mijn knieën? Mijn dijen?

O ja.

En tussen mijn dijen?

Jazeker.

Zou je mij heel lang kunnen kussen?

Twijfel daar maar niet aan.

Wat is de langste tijd dat je een vrouw hebt gekust?

Ik weet het niet... uren...

Uren? Achter elkaar?

Ja. Of anders met tussenpozen. Korte interferenties van lip- of tongloze stilte.

Want toen was je het moe?

Nee, ik was het niet moe. Mijn lippen, mijn tong werden het moe. Of liever, zij stonden in brand. Ikzelf stond in brand, naar lichaam en ziel. Het was mijn geliefde die ik kuste. Zij had mij in vuur, in een vlam veranderd. Ik was een en al vlam, een en al vuur geworden.

Dat daarna doofde? Uitdoofde?

Nee. Het doofde niet uit. Het bleef branden. Ook nu brandt het.

En toch kun je mij overal kussen?

Jazeker. Ook jou. Overal.

Vind je dat niet vreemd? Niet een beetje vreemd?

Ja, misschien wel. Of nee, ik vind het niet vreemd.