Problemen China beginnen pas met zakken water

Het water in de Yangtze-rivier in Centraal-China is iets gezakt, maar voor veel bewoners van het getroffen gebied beginnen de problemen pas. Langzaam sijpelen berichten door over duizenden vermisten.

HUAKO, 13 AUG. Het water van de Yangtze-rivier golft met kleine stroompjes over de rand van het gammele, zwaarbeladen bootje. Een oud echtpaar probeert de spullen die rond het dak van hun huisje drijven aan boord te hijsen, maar het bootje dreigt ten onder te gaan te midden van ronddrijvende potten en pannen en ander doorweekt huisraad. In de verte waadt een boer door het snelstromende water, dat bezit heeft genomen van een lange brug. De schoorsteen van een cementfabriek en de toppen van enkele tientallen telefoonpalen zijn nog net zichtbaar.

“We konden niet zo snel rennen als het water”, zegt You Fei, terwijl hij voor zijn plastic tentje op een dijk langs de Yangtze een potje water op het vuur zet. De jonge boer werd met zijn vrouw en drie kinderen overvallen toen de rivier het dorpje Huako in het zuiden van de provincie Hubei innam, één van de duizenden nederzettingen die in Centraal-China onder de bruine golven verdwenen. Van de zevenhonderd inwoners van Huako verdronken er volgens You Fei tweehonderd, van een buurdorpje nog eens honderd. You Fei raakte vrijwel al zijn bezittingen kwijt bij de overstroming. In tegenstelling tot veel andere plaatsen in Hubei staan bij Huako geen meubelen, olielampen, kisten of landbouwwerktuigen op de dijk. Compensatie voor het verlies van de Chinese overheid is er, maar in geringe mate. “We krijgen eenmalig 125 yuan (ruim dertig gulden, red.) van de regering”, zegt You Fei. “Plus een kilo rijst, een hemd, een rok en een broek.”

You Fei is één van de honderdduizenden bewoners in het Yangtze-gebied die in de vele, kilometerslange vluchtelingenkampen op dijken zijn terechtgekomen. “Velen zullen er maanden moeten verblijven”, zei een Franse reddingswerker begin deze week.

Een deel van de verdreven boeren probeert met boten terug te keren naar de plek waar eens hun huizen en hutjes stonden. Zij zijn niet de enigen; ook plunderaars trekken met kleine sloepen en roeiboten over dorpen, waarvan alleen nog wat boomtoppen en daken zijn te zien. Voor de meeste slachtoffers is de strijd tegen het water overgegaan in een strijd tegen honger, dorst, huid- en oogziekten en tegen plunderaars van voedselvoorraden. Bovendien blijft het water op een gevaarlijk niveau, achter de dijken die het nog niet hebben begeven. De kans dat de verzwakte waterkeringen breken blijft onverminderd groot.

Onder aan de dijk in Huako, waarop koeien en varkens tevergeefs naar schaduw zoeken in de verzengende hitte, drijft een groot binnenschip, volgeladen met zandzakken. Als het water van de Yangtze weer gaat stijgen, wordt het schip opgeofferd om de dijken langs het stadje Paizhou te versterken. Elders in het kolossale stroomgebied van de Yangtze zijn al duizenden schepen, vrachtwagens en auto's gevuld met zandzakken en zware stenen - en zelfs met rijst en soyabonen - afgezonken in de golven om de dijken te versterken.

“De regering wil de steden ten koste van alles sparen”, zegt You Fei. Hij ergert zich aan de manier waarop de overheid en de door de staat gecontroleerde media met de watersnoodramp omgaan. “Ze willen de Chinese bevolking en het buitenland een positief beeld schetsen”, zegt hij langzaam. “Laatst stuurden ze een fotograaf om te laten zien hoe het leger vecht tegen het water en hoe de boeren in goede gezondheid zelfs vlees te eten hebben. In werkelijkheid aten we het vlees van een verdronken varken.”

De rol van de tienduizenden soldaten van het Volksbevrijdingsleger bij de strijd tegen het wassende water wordt in de Chinese kranten en op televisie dagelijks uitvoerig bezongen: van heldenverhalen over de “muur van olijfgroen” die Centraal-China behoedt voor de ondergang, tot plaatjes van uitgeputte soldaten of monter ogende generaals die met boomstammen, zandzakken of geredde kinderen door het water zeulen. China zal zich weten te weren, zoals het land zich al duizenden jaren heeft verzet tegen de macht van het water in het stroomgebied van de Yangtze, zo luidt de boodschap. Dit wordt meestal gevolgd door aanmoedigingen van regeringsfunctionarissen - onder wie premier Zhu Rongji die in het weekeinde Hubei bezocht - om niet op te geven nu de strijd tussen mens en water in de miljoenenstad Wuhan tijdelijk in het voordeel van de mens is beslist.

Buitenlanders is het officieel verboden de getroffen gebieden te betreden. In verschillende regio's in Hubei en Jianxi zijn Westerse journalisten opgepakt en naar de hoofdstad Peking teruggestuurd. “De autoriteiten willen niet dat zij het ware beeld van de watersnoodramp laten zien”, zegt een buitenlandse hulpverlener in Wuhan, de hoofdstad van Hubei. “Het dodental ligt niet op ruim tweeduizend, zoals de Chinese autoriteiten stellen, maar vele malen hoger.”

Uit een 'verboden' stad als Jiujiang, in de provincie Jiangxi, komen berichten dat duizenden mensen worden vermist nadat afgelopen zaterdag een dijk langs de Yangtze doorbrak en volgens waarnemers eenvijfde van de stad onder water kwam. Een Chinese journalist zag “overal lijken, drijvend in het water of opgestapeld tegen de wal”. Uit andere regio's, zoals het district Jiayu in de provincie Hubei, komen vergelijkbare verhalen, waarin gesproken wordt van duizenden vermisten na de vele dijkbreuken in Centraal-China eind vorige week.

De meeste bewoners van de getroffen regio's lijken nog altijd samen op te trekken met het leger en de autoriteiten. “Niet praten, anders komt het in het Westen in de krant”, roept een arbeider die bezig is met het leegscheppen van een vrachtwagen vol met zand. Op de afgezette dijk rond Paizhou staan om de tweehonderd meter plastic tenten waarin groepjes speciaal aangestelde dijkbewakers het waterpeil van de Yangtze vierentwintig uur per dag in de gaten houden. Tienduizenden werknemers van bedrijven, overheidsdiensten, vrijwilligers en boeren zijn ingezet.

“We doen dit voor het land, om China te beschermen”, zegt Zhangzhong, een boer uit de omgeving van Paizhou die nu dagelijks dertig yuan (zeven gulden), drie maaltijden en een flesje mineraalwater verdient met het inspecteren - twaalf uur per etmaal - van honderd meter doordrenkte en verzwakte dijk. Hoewel hij het werk graag zegt te doen, geeft Zhangzhong toe dat hij “in de gevangenis belandt” als hij tijdens zijn observatie-uren kaartend, slapend of zelfs zittend wordt aangetroffen. “Er is een paar dagen geleden een fabrieksdirecteur gearresteerd toen hij met zijn vrouw en kind op de vlucht was gegaan voor de overstroming. Hij had als laatste bij zijn fabriek moeten blijven”, weet Zhangzhong.

Terwijl het water de laatste dagen zichtbaar is gezakt, zwelt langzaam de kritiek aan op de waterhuishouding van de Chinese regering. Deze week braken op sommige plaatsen opstanden uit toen tienduizenden boeren tegen hun zin moesten evacueren, omdat de autoriteiten besloten hadden dijken op te blazen om het waterpeil van de rivier te verlagen. Over het lot van de boeren is niets bekend.

Daarnaast komt ook het grootste stuwdamproject ter wereld, de Drie-klovendam in de Yangtze, opnieuw ter sprake. De bouw van de dam is volgens critici medeverantwoordelijk voor de zwaarste overstromingen van de Yangtze sinds 1954. De dam, die in 2009 klaar moet zijn, kost 24,5 miljard dollar. Volgens tegenstanders van het project hebben de Chinese autoriteiten door de bouw van de dam te weinig geld en aandacht geschonken aan de bestaande dijken stroomafwaarts.

    • Rob Schoof