'Praatje' Europese leiders dreigt kakofonie te worden

Hoe moet het verder met de Europese Unie? Daarover gaan de Europese leiders onder het Oostenrijkse voorzitterschap van gedachten te wisselen. Maar de discussie zit vol voetangels en klemmen.

BRUSSEL, 13 AUG. Zolang ze elkaar in het openbaar ontmoeten, gaan de staats- en regeringsleiders van de Europese Unie beleefd met elkaar om. Maar achter gesloten deuren is dat voorbij. Dan roepen ze dwars door elkaar heen en laten ze elkaar niet uitspreken. 'Een praatje bij de haard' is de gangbare typering van zo'n informele bespreking. De regeringsleiders zouden in een ontspannen sfeer ideeën kunnen uitwisselen omdat er geen officiële besluiten van hen verwacht worden. Maar diplomaten verbazen zich over hun ruwe omgangsvormen. Om bij zo'n gezelschap de orde te handhaven is een bijzonder talent vereist.

Eind oktober mag de Oostenrijkse kanselier Klima proberen de gesprekken van de Europese regeringsleiders in zo goed mogelijke banen te leiden tijdens een informele top in het Oostenrijkse Pörtschach. Bij de voorbereiding van die top staat Oostenrijk als fungerend voorzitter van de EU voor een aantal moeilijk te nemen hindernissen. Allereerst is nog niet duidelijk waarover precies gepraat moet worden. Tijdens de top in Cardiff in juni spraken de regeringsleiders af dat ze wilden praten over subsidiariteit en de toekomst van Europa. Het is aan kanselier Klima om dat concreter te formuleren.

Brusselse diplomaten geloven niet dat er ernstig overleg komt over subsidiariteit, de afspraak dat wat nationaal of plaatselijk geregeld kan worden niet op Europees niveau wordt geregeld. De subsidiariteit is in 1992 al geregeld in het Verdrag van Maastricht. Het idee om hierover weer te gaan praten is afkomstig van de Duitse bondskanselier Kohl en de Franse president Chirac, die er in juni een gezamenlijke brief over hebben geschreven. Aangenomen wordt dat Kohl erover is begonnen en dat Chirac zich bij hem heeft aangesloten omdat hij na de moeilijkheden bij de benoeming van Duisenberg tot president van de Europese Centrale Bank wat bij de bondskanselier goed te maken had. Kohl wilde subsidiariteit slechts aan de orde stellen omdat het een gevoelig onderwerp is bij de Duitse verkiezingscampagne, zo is de redenering bij de Europese Commissie. Binnen Duitsland is een discussie gaande over de afbakening van de bevoegdheden van de regering in Bonn en van de deelstaten. Eind oktober zijn de Duitse verkiezingen echter al lang voorbij.

De Oostenrijkse kanselier Klima zit ook met het probleem dat Chirac en premier Jospin het inmiddels helemaal niet meer aantrekt om een discussie over de toekomst van de EU aan te wakkeren. Diplomaten verwachten dat Frankrijk het al lastig genoeg krijgt bij de aanloop naar de ratificatie van het Verdrag van Amsterdam, die de regering heeft voorzien in begin 1999. Voor die ratificatie is een grondwetswijziging nodig. Daartoe kan worden besloten door een gezamenlijke vergadering van de Assemblée Nationale en de Senaat of door een referendum. Voor een referendum voelt de Franse regering niets. Nog vers in het geheugen ligt de volksraadpleging over het Verdrag van Maastricht van 1992, waarbij het 'ja' het slechts met de hakken over de sloot haalde.

Om het bonte gezelschap Franse tegenstanders van het Verdrag van Amsterdam - naast communisten ook gaullisten en socialisten - geen argumenten te bezorgen besloten de Europese regeringsleiders in juni in Cardiff al dat een discussie over institutionele hervormingen van de EU pas kan beginnen nadat de ratificatie in alle lidstaten achter de rug is. Vorig jaar nog ondersteunde Frankrijk een Belgisch initiatief waarbij gepleit werd deze hervormingen zo snel mogelijk op de agenda te zetten.

Het is niet gelukt om die institutionele hervormingen, van groot belang in verband met de uitbreiding van de EU in Oost-Europa, vorig jaar tijdens de top van Amsterdam te realiseren. Het Nederlandse voorzitterschap heeft geprobeerd in Amsterdam een akkoord te bereiken, maar premier Kok kon tevoren weten dat hij geen kans van slagen had. Enkele maanden eerder had Kohl tijdens de informele top in Noordwijk Chirac hoorbaar gevraagd of hij het ermee eens was dat dit onderwerp voorlopig uitgesteld moest worden. Kohl trok die conclusie nadat de meeste regeringsleiders elkaar over die hervormingen luidruchtig in de haren waren gevlogen.

Een ander probleem in Pörtschach is dat nog moet blijken wie na de verkiezingen daar als Duits bondskanselier aan tafel zal schuiven. Wordt dat de sociaal-democraat Schröder, dan bestaat de kans dat de bijeenkomst vooral een kennismaking zal worden.

Als de Duitse verkiezingen het einde van het tijdperk-Kohl betekenen, zijn er waarschijnlijk nog belangrijker gevolgen voor de EU dan alleen het verloop van de informele top in Pörtschach. De Europese regeringsleiders hebben voor de naaste toekomst niet alleen afgesproken over subsidiariteit te praten, maar ook in hoog tempo te gaan onderhandelen over een lange-termijnbegroting voor de EU. Dat wordt een fors politiek probleem, omdat tussen de EU-lidstaten diepgaande meningsverschillen bestaan over zaken als de financiering van de EU en de hervorming van het landbouwbeleid en van de structuurfondsen.

Diplomaten verwachten dat de verkiezing van een nieuwe bondskanselier tot gevolg zal hebben dat de onderhandelingen over de EU-begroting voor de jaren 2000 tot 2006 flinke vertraging oplopen. Dat zou vervolgens ook vertragend kunnen werken op onderhandelingen met kandidaat-lidstaten, omdat daarbij de gevoeligste punten niet aan de orde kunnen komen voordat de huidige leden het eens zijn.

Tot nu toe is gepland dat tijdens de formele top van regeringsleiders in december in Wenen akkoorden worden bereikt over technische punten, waarna volgend jaar maart in Duitsland tijdens een speciale top het eigenlijke gevecht over de Europese begroting moet worden beslecht. Diplomaten gaan er van uit dat een nieuwe Duitse regering onder leiding van Schröder op z'n vroegst eind van dit jaar zover op orde is dat met onderhandelingen kan worden begonnen. Als er niet tijdig een goedgekeurde meerjarenbegroting is, kan de EU vanaf 2000 in een zeer moeilijke situatie komen. Brussel komt niet zonder geld te zitten omdat op basis van de huidige financiële afspraken ook na 2000 jaarlijks een nieuwe begroting kan worden vastgesteld. Maar het meeste Brusselse geld gaat naar het landbouwbeleid en de structuurfondsen, beide voor de EU-lidstaten politiek zeer gevoelige zaken die afhankelijk zijn van een lange-termijnplanning.