Olierijkdom verleidde en verlamde Nigerianen

Nigeria's grote rijkdom aan olie en aardgas heeft de bevolking geen verbetering van welvaart opgeleverd. Olie is de navelstreng van de Nigeriaanse economie, maar tevens een bron van corruptie, waardoor militaire machthebbers zich konden verrijken, terwijl de verpaupering in steden en dorpen om zich heen grijpt.

LAGOS, 13 AUG. Nigeria is de zesde olieproducent ter wereld en de grootste van zwart Afrika. Toch staan er in de 'economische hoofdstad' Lagos lange rijen auto's uren te wachten voor de benzinestations om te kunnen tanken en de afgelopen weken moesten veel vluchten van Nigeria Airways worden geannuleerd wegens gebrek aan brandstof.

Nigeria produceert topkwaliteit olie tegen lage kosten. Sinds zijn olieboom in de jaren zeventig begon, verdiende dit land 240 miljard dollar uit de oliewinning. De verpaupering van de bevolking en de neergang in de onderwijs- en gezondheidssector is in Nigeria dramatischer dan in de meeste Afrikaanse landen. “Begrijpt u er nog iets van?” klaagt een boze chauffeur bij een benzinestation. Hij voegde zich al om vijf uur in de ochtend in de rij. “Het is een schande!”

De olie-industrie is de navelstreng geworden van de Nigeriaanse economie, maar evenzeer een belangrijke bron van corruptie voor de heersende klasse, in het bijzonder de militairen. Ruim 90 procent van de inkomsten aan buitenlandse valuta komt uit de oliewinning en dit percentage neemt sinds vele jaren toe. “Ex-president Babangida vergaarde in zijn regeerperiode tot 1993 ongeveer 2 miljard dollar door corruptie”, schat een hoge Westerse diplomaat in Lagos. “Zijn opvolger Abacha moet ten minste het dubbele hebben verzameld. Grotendeels in de oliesector.”

De rehabilitatie van de oliesector vormt een van de grootste uitdagingen voor het nieuwe militaire regime van Abdulsalam Abubakar. Bronnen in de olie-industrie tonen zich tevreden over de eerste maatregelen die de president nam sinds zijn machtsovername twee maanden geleden. Vorige week ontnam hij tussenhandelaren de bevoegdheid zowel olie te exporteren als te verkopen aan de Nigeriaanse raffinaderijen voor de binnenlandse markt. De grote oliemaatschappijen gaan nu rechtstreeks aan de Nigeriaanse raffinaderijen leveren en de export van de olie wordt in handen gelegd van “fatsoenlijke bedrijven”.

Alles wat met olie, geld, overheidsbeleid en veiligheid te maken heeft, ligt in dit land uiterst gevoelig. Reden waarom bronnen wel willen praten, maar niet met hun naam in de krant vermeld mogen worden. “De tussenhandelaren, veelal vertrouwelingen van de militairen, streken hoge commissies op bij de export”, vertelt een bedrijfsadvocaat. “Nog veel meer geld werd er verdiend door de import. Brandstoffen, gemaakt door de Nigeriaanse raffinaderijen, werden geëxporteerd, waarna de schepen op zee omkeerden om vervolgens de olie aan het Nigeriaanse staatsoliebedrijf te verkopen tegen een veel hogere prijs.”

De tekorten op de binnenlandse markt ontstaan deels als gevolg van smokkel van geraffineerde producten naar buurlanden, waar de benzine acht keer zoveel opbrengt. Militairen en douanepersoneel profiteren van die truc. Een andere oorzaak van de schaarste ligt bij de vier Nigeriaanse staatsraffinaderijen, die in slechte staat verkeren. Ze draaien op een fractie van hun capaciteit omdat er jarenlang onvoldoende is geïnvesteerd in onderhoud en modernisering. De raffinaderij in de noordelijke stad Kaduna moest vorig jaar goeddeels sluiten toen de regering geen geld beschikbaar stelde voor een opknapbeurt.

Nigeria's olie komt sinds vele jaren uit bronnen op het land in het zuidoosten en in de ondiepe wateren langs de kust. De buitenlandse bedrijven doen de exploratie in joint ventures met het staatsbedrijf National Nigeria Petroleum Cooperation (NNPC). Onder Abacha droeg vorig jaar de NNPC als aandeelhouder in de joint ventures niet zijn verplichte aandeel bij in de kosten, de zogenaamde cash calls. “De regeringsbijdrage was zo laag dat het soms moeilijk werd het door Opec toegestane niveau van 2 miljoen vaten per dag te handhaven”, zegt een manager van een grote buitenlandse oliemaatschappij. “We moesten gehuurde olieplatforms terugsturen. Nigeria gebruikt zijn potentieel niet. Het wilde in de jaren negentig 2,5 miljoen vaten per dag produceren en in het jaar 2000 3 miljoen.”

Tot opluchting van de buitenlandse oliebedrijven kwam Abubakar vrijwel direct na zijn machtsovername de verplichtingen van de regering na: hij betaalde 630 miljoen dollar achterstallige cash calls. “De regering onder Abacha beschikte wel over het geld om te betalen, maar besteedde het aan corruptie”, aldus de manager.

Voor multinationals is het rijke olieland van groot belang. Voor Mobil bijvoorbeeld lijkt het de belangrijkste oliebron buiten de Verenigde Staten en voor Shell is Nigeria een van de belangrijkste olielanden. Bovendien bevinden zich nog niet-ontgonnen gasvelden voor de kust. De gasreserves blijken de grootste ter wereld. Zo'n 72 procent van het gas dat vrijkomt bij de oliewinning wordt nu afgefakkeld (op een schoorsteen verbrand) omdat men er geen afzet voor heeft. Shell heeft samen met de regering en andere buitenlandse ondernemingen één miljard dollar geïnvesteerd in een installatie op het eilandje Bonny die het gas vloeibaar moet maken. Volgend jaar moet de export van dit vloeibaar gas (LNG) van start gaan.

Er blijkt veel meer olie te zijn dan alleen in de ondiepere wateren en aan land. “Het meestbelovende olieveld ter wereld”, noemen bronnen in de olie-industrie het kustgebied dat strekt van Nigeria, via Kameroen, Congo tot aan Angola. Deze nieuwe olievelden bevinden zich echter in diepe wateren, tot twee kilometer onder de zeespiegel. Buitenlandse bedrijven investeerden de afgelopen vijf jaar meer dan één miljard dollar in het boren naar olie in deze gebieden. Ze gebruiken daarvoor dure en uiterst geavanceerde technologie. De resultaten van de zoekacties leverden nog niet zo veel op als in Angola, maar de bedrijven blijven optimistisch.

De exploratie van deze diepzeevelden wordt niet door joint ventures met de NNPC gedaan, maar onder een overeenkomst voor verdeling van de productie, met de Nigeriaanse staat. Evenals bij de joint ventures dreigde ook hier de vorige regering obstructie te plegen. Die garandeerde in 1993 de afgesloten overeenkomsten met de buitenlandse maatschappijen voor de diepzeevelden, maar weigerde deze wettelijk te bekrachtigen. Dat maakt de buitenlandse partners onzeker. “We verwachten een stap van Abubakar”, zegt een manager nu. “Dit jaar moet de regering over de brug komen, anders gaan we Bonga, één van de meest belovende blokken, niet ontwikkelen.”

Op de lange termijn zijn de perspectieven voor Nigeria in de olie- en gaswinning gunstig, menen experts. De olie kan nog zeker 25 jaar vloeien en gas biedt zo mogelijk nog meer mogelijkheden. Willen de gigantische opbrengsten ook ten goede komen aan de ontwikkeling van het land, dan zullen Abubakar en de burgerregering ná hem ingrijpende hervormingen moeten doorvoeren.

“Wijzigingen aanbrengen in de structuren van de olie-industrie betekent veranderingen doorvoeren in de politieke structuren van Nigeria”, betoogt een Westerse diplomaat. Corruptie en wanbeheer dienen te worden beperkt. De opbrengsten moeten ten goede komen aan ontwikkeling van het land en de bevolking, en niet aan bevoorrechting van een kleine groep. “We hebben één belangrijke les geleerd van de mislukte olieboom”, aldus een Nigeriaanse econoom. “Die les is dat rijkdom wordt gecreëerd door denken en niet door olie. Door de olieboom zijn de Nigerianen gaan dromen.”