Ieder jaar weer andere schilderijen; De expansiedrift van Hermitage-directeur Michael Piotrovski

De Hermitage in St. Petersburg heeft 1057 zalen, maar toch kan het museum maar zo'n vijf procent van z'n collectie exposeren. Daarom is directeur Michael Piotrovski een enthousiast pleitbezorger voor het plan een dependance in Amsterdam te beginnen. “Alles wat hier nu nog ligt is bij de kenners bekend.”

ST. PETERSBURG, 13 AUG. Prof. Dr. Michael Piotrovski heeft geen dromen, maar plannen. Hij loopt niet door de Hermitage, hij snelwandelt door de 1057 zalen van zijn museum. Trap op, trap af, marmer, parket, marmer. Suppoosten staan op, knikken beleefd, maar de museumdirecteur is alweer verdwenen in een van de gangen van Ruslands grootste kunstpakhuis.

'Trappenhuis A', staat er op een dichte deur. De conservator van het depot erachter pakt een ring met sleutels. “Volgt u mij”. Een lichtkoker met langs de wanden een brandtrap. Op een overloopje: een tweede deur, van metaal dit keer, met opschrift: 'Categorie B II A'.

Piotrovski heeft beloofd een tipje van de verborgen kunstschatten van de Hermitage op te lichten. Als appetizer voor zijn jongste plan: het openen van een filiaal van zijn museum aan de Amstel. Letterlijk: een dependance van het Russische Staatsmuseum Hermitage in Amsterdam.

Samen met zijn vriend Ernst Veen, directeur van de Stichting de Nieuwe Kerk, heeft hij zijn oog laten vallen op het bejaardentehuis Amstelhof, een zeventiende-eeuws carré-vormig gebouw tegenover de Stopera, dat eind 1999 leeg wordt opgeleverd. Veen lanceerde het plan in juni, toen hij de IJ-prijs kreeg uitgereikt en bekend maakte dat hij de 25.000 gulden daarvan zou besteden aan een haalbaarheidsonderzoek voor het plan. Dit voorstel werd zo enthousiast ontvangen, onder meer door burgemeester Patijn, dat andere voorstellen voor de Amstelhof bij voorbaat kansloos lijken.

Het gerucht wil dat in de Hermitage permanent slechts vijf procent van de collectie tentoongesteld wordt. En die vaste tentoonstelling is al van astronomische omvang. Ook Ernst Veen haalde bij de presentatie van het idee die 'vijf procent' aan, azend op de overige 95. Die verhouding is wel een beetje een mystificatie. Het is namelijk maar hoe je telt. De verzameling van de Hermitage bestaat uit 2.100.000 kunstobjecten, 'maar de helft daarvan zijn oude munten en potscherven', zegt Piotrovski.

Dat neemt niet weg dat er in de opslag natuurlijk genoeg spannends overblijft om de Amstelhof mee te vullen. De inhoud van de depots zelf is dan ook onderwerp van wilde speculatie - en niet ten onrechte. In 1995 zond Piotrovski schokgolven door de kunstwereld met zijn expositie Hidden Treasures Revealed. Ineens bleken er 74 topstukken van impressionisten en post-impressionisten (als Degas, Monet, Van Gogh, Picasso en Matisse) uit het donker tevoorschijn te komen. Schilderijen van Duitse privé-verzamelaars, waarvan algemeen werd aangenomen dat ze in de Tweede Wereldoorlog verloren waren gegaan. Nu kwam uit dat het Rode Leger ze in 1945 had buitgemaakt en als oorlogstrofee had meegenomen.

Een halve eeuw was het bestaan ervan Sovjet-staatsgeheim. De tentoonstelling van 1995, die anderhalf miljoen bezoekers trok, was nog niet afgelopen of er kwam al een vervolg: 89 tekeningen en aquarellen van Cezanne, Delacroix, Goya en vele andere grootheden. Ook oorlogsbuit uit Duitsland.

The Moscow Times schreef in 1996: 'Stel je de catacomben van de Hermitage voor: een stelsel van onderaardse gangen die leiden tot imposante houten deuren met ijzeren hangsloten en lakzegels. Handgeschreven bordjes, half verscholen onder het spinrag, onthullen welke geheimen iedere kamer verbergt: 'WOII Trofeeën' 'Meer WOII Trofeeën', 'Nog meer WOII Trofeeën'.'

Maar Piotrovski neemt de trap naar boven. Bevinden de depots zich dan niet diep beneden ons? “Nee”, zegt hij. “De kelders zijn veel te vochtig. Dat komt door de rivier de Neva en al die kanalen in de stad.” Oké - op de vliering dan - liggen daar nog verborgen kunstschatten? “Nee”, zegt de directeur opnieuw. “Alles wat er nu nog ligt is bij de kenners bekend. Het zijn werken die allemaal wel eens tentoongesteld zijn.”

Ook de mogelijkheid dat er voorwerpen over het hoofd gezien zijn sluit hij uit. “Van alles bestaat een inventarislijst.” Je vraagt je onwillekeurig af: wat is dan de sensatie van een Hermitage a/d Amstel? Komt er een portie van die waanzinnige Duitse oorlogsschat naar Nederland? Ook daarop is het antwoord: njet. “Dat ligt allemaal veel te gevoelig.”

Gevoelig is in dit verband een understatement. De Staatsdoema, met zijn meerderheid aan communisten en nationalisten, heeft van die oorlogskunst bijna een casus belli gemaakt, door met grote hardnekkigheid een wet aan te nemen die de trofeeën - ondanks de claims van Duitsland en familieleden van de verzamelaars - tot Russische staatsbezit maakt. President Jeltsin is daar woedend over; hij wil af en toe een schenking kunnen doen om bondskanselier Helmut Kohl gunstig te stemmen, als dat nodig is. Met een presidentieel veto, en toen dat niet lukte met een klacht bij het Constitutionele Hof, heeft de president de wet willen torpederen. Totnogtoe vergeefs: de rechters hebben hem dit voorjaar zelfs gedwongen haar te tekenen. Dat maakt het ondenkbaar dat de Russische oorlogsbuit in het buitenland op tournee gaat.

Denkt Piotrovski niet dat hij de Doema overheen zich krijgt met het plan voor een dependance aan de Amstel? De Hermitage is per slot van rekening een staatsmuseum. “Nee”, zegt hij, “het is niet aan de Doema daarover te beslissen”. Toch is de kans groot dat de Doema-leden daar zelf anders over oordelen. Maar Piotrovski is een slimme strateeg. In Nederland presenteren Ernst Veen en hij het Amstelhof-idee als een heus 'filiaal' van de Russische Hermitage. In Rusland neemt Piotrovski voorlopig radiostilte in acht. Op de vraag waarom hij verwacht dat de Doema geen stok in het wiel steekt, zegt hij opgeruimd: “We gaan niets nieuws doen”.

Zo manoeuvrerend denkt Piotrovski er in eigen land mee weg te komen. “Ik kan het in mijn eentje beslissen, en goedkeuren. En dat heb ik ook al gedaan. Natuurlijk is het wel zo netjes als ook de minister van Cultuur zijn handtekening zet, en dat gaat zeker ook gebeuren. Ik heb zijn toezegging al, al is het niet eens noodzakelijk.” In de hoogte van zijn stem klinkt echter een vleugje wishful thinking door.

Als eindelijk de metalen deur naar het zoldervertrek openzwaait, stapt directeur Piotrovski als eerste naar binnen. Links en rechts staan wat losse ikonen tegen de muur, maar verder lijkt het depot akelig leeg. Totdat de schuifwanden opengaan: tientallen plafond-hoge rekken op wieltjes, van voor en achter behangen met Franse en Italiaanse schilderkunst.

Piotrovski trekt een rek uit de rij. Er verschijnt een druk bezocht Romeins badhuis, een rivieroever, een paleistuin. Een andere schuifwand biedt een badplaats in pastelkleuren, in twaalf delen van elk viereneenhalve meter hoog. Speciaal gemaakt voor het huis van de Moskouse kunstverzamelaar Morozov. Is dit een werk dat naar Nederland zou kunnen komen?

Piotrovski schudt zijn hoofd. “Deze zijn veel te groot, die passen niet eens in de Amstelhof.” Maar hij heeft er al wel een bestemming voor: de linkervleugel van de 'Generale Staf' aan de overkant van het Petersburgse Paleisplein. Nog in zijn werkkamer heeft de museumdirecteur de bouwtekeningen laten zien: via een ondergrondse tunnel zal dit gebouw met het Winterpaleis worden verbonden. En zo is Piotrovski voortdurend bezig met expansie. Zijn doel is om twintig procent van de Hermitage-verzameling voor het publiek toegankelijk te maken, zegt hij. De Hermitage aan de Amstel past in de strategie. “Een breder streven dan het streven naar uitbreiding is niet mogelijk”, zegt hij.

Andere gangen, trappenhuizen en vergrendelde deuren komen uit op een andere opslagplaats. Hier waadt Piotrovski door een zee van honderden stoelen en sofa's. Op de zittingen liggen schilfers van het gestucte plafond, dat langzaam van ouderdom naar beneden komt. Het personeel is geschrokken van de plotselinge verschijning van de directeur. “Jullie moeten alvast beginnen een selectie te maken van de beste meubelstukken', zegt hij. “En wel voor het toekomstige filiaal van de Hermitage in Amsterdam.” De depot-medewerkers kijken verrast: van dat plan hebben ze nog nooit gehoord. Maar Piotrovski ziet het allemaal al voor zich: “Elk vertrek in de Amstelhof kunnen we ieder jaar opnieuw inrichten met steeds weer andere kasten, stoelen en tafels, wat wandkleden en wat schilderijen. U ziet: er is keus genoeg.”

    • Frank Westerman