Extreem weer lijkt gril natuur

Het weer lijkt mondiaal van slag. Heeft het te maken met El Niño? Is er een verband met het broeikaseffect? Of gaat het om incidentele verschijnselen die los van elkaar staan en over langere periodes gezien tot de normale extremen behoren waarmee het weer nu eenmaal gepaard gaat?

ROTTERDAM, 13 AUG. Overvloedige neerslag in de bovenloop van de Yangtze-rivier heeft de afgelopen weken in het centrale deel van China voor enorme wateroverlast gezorgd. Op sommige plaatsen in het rampgebied, zo meldt het KNMI, viel in twee weken tijd 840 millimeter regen. Dat is meer dan waar Nederland in een heel jaar op kan rekenen. Ook in Korea komt het water nu met bakken uit de hemel zetten. Zo kreeg de stad Taejon in drie dagen tijd ongeveer 300 millimeter regenval te verwerken.

In deze subtropische gebieden vormen de zomermaanden de regentijd. Boven het oosten en zuiden van China is de luchtdruk 's zomers laag en voeren storingen van de Grote Oceaan warme, vochtige lucht aan. In Wuhan, een van de steden die door de Yangtze bedreigd worden, heersen in de maanden juli en augustus middagtemperaturen van rond de 34 graden. Door de hoge relatieve vochtigheid van gemiddeld 77 procent voelt de warmte zeer drukkend aan. Normaal valt in Wuhan 's zomers zo'n 140 tot 190 millimeter regen per maand, wat regelmatig overstromingen met zich meebrengt. Dit jaar zijn ze de ergste sinds 1954. De tropische orkanen (tyfonen) die tussen juli en oktober voor de Chinese kust opduiken, zoals onlangs Penny, nemen landinwaarts sterk in kracht af en zijn voor het rampgebied nauwelijks van belang.

Volgens KNMI-onderzoeker dr. G. Burgers is van een verband tussen de zware zomerregens in China en Korea en El Niño geen sprake. El Niño is het effect dat het water van de Grote Oceaan voor de kust van Peru warmer is dan normaal, een om de paar jaar terugkerende toestand die het weer in grote delen van de aarde uit balans brengt. “El Niño was deze keer zeer hevig maar is inmiddels voorbij”, zegt Burgers. “De piek viel afgelopen december. Inmiddels hebben we een situatie dat het water midden op de Grote Oceaan kouder is dan aan de randen. Er is nu een omslag gaande van El Niño naar de omgekeerde toestand: La Niña.” Ook volgens Geert Jan van Oldenborgh, die net als Burgers op het KNMI onderzoek doet aan El Niño, bestaat er geen enkele correlatie met de huidige zware neerslag in China.

Klimaatvoorspellers verwachten dat La Niña (Spaans voor 'het kleine meisje') de komende maanden zal doorzetten, al zijn de (tegengestelde) effecten veel bescheidener dan die van haar grote broer. In het oostelijk deel van de Grote Oceaan zal de watertemperatuur tot één à twee graden onder het langjarige gemiddelde dalen, wat neerkomt op acht graden verschil met de El Niño-periode. Waarschijnlijk wordt het daardoor natter dan normaal in Indonesië en Australië. Overigens blijft El Niño nog een tijd merkbaar in de vegetatie en de voedselvoorraden. In sommige gebieden dreigen als gevolg van overvloedige regenval ziektes als malaria.

Een relatie met het broeikaseffect, waarbij de aarde als geheel opwarmt, is moeilijk te leggen. Dat geldt ook voor de aanhoudende hitte in de Verenigde Staten, waar het in Texas bijna vier weken achtereen 38 graden of warmer was. “Onderzoekers hebben betrekkelijk weinig zicht op de lokale effecten van een opwarming van het klimaat”, zegt voorlichter Harry Geurts van het KNMI. “Het kan ook een gril van de natuur zijn.” Berichten als zou de hitte in de Verenigde Staten aan El Niño te wijten zijn, zijn volgens Geurts “uit de lucht gegrepen”. “In de zomers van 1994 en 1995 was het in Amerika ook heet en toen was van een El Niño geen sprake.”

Intussen blijkt uit satellietwaarnemingen, begin deze week bekendgemaakt door een Amerikaans studiecentrum, dat afgelopen juli de temperatuur wereldwijd gemiddeld 16,5 graden Celsius bedroeg, tegen 15,8 graden normaal. Nooit eerder in de 118 jaar oude waarnemingsgeschiedenis is zo'n hoge waarde gemeten. Of het record door de grondstations zal worden bevestigd, moet overigens nog blijken. Het probleem is dat er geen eenduidige wereldwijde meetmethode voor de lange termijn bestaat, zodat uiteenlopende databestanden en procedures aan elkaar moeten worden gekoppeld. Het gaat daarbij behalve weerstations op de grond en in ballonnen ook om gegevens ontleend aan boringen in ijskappen en gletsjerbewegingen.

Wel is op het gebied van satellietwaarnemingen juist een controverse beslecht over een afwijkende trend in de temperatuur in de lagere atmosfeer. In het vandaag verschenen wetenschappelijke tijdschrift Nature schrijven twee Amerikaanse onderzoekers de oplossing gevonden te hebben voor een opmerkelijk fenomeen: satellietwaarnemingen in de periode 1979-1995 zouden uitwijzen dat de temperatuur op een hoogte van 3,5 kilometer iedere tien jaar met 0,05 graad gedaald zou zijn. Dit terwijl weerstations aan de grond juist 0,13 graad aan opwarming constateerden.

Nadere analyse van de afkoeling bracht, zo meldt Nature, aan het licht dat er sprake is van een artefact. Wrijving met de atmosfeer, hoe gering ook, remt een satelliet af. Daardoor daalt zijn hoogte, in dit geval met een kilometer per jaar. Gecorrigeerd voor dit drag-effect slaat de 'afkoeling' alsnog om in een opwarming van 0,07 graad per tien jaar. Of de controverse daarmee de wereld uit is, valt te bezien. Weliswaar heeft de onderzoeker in kwestie de fout erkend, maar tegelijk zegt hij nog een correctie te hebben gevonden die de nu gepubliceerde opheft.

Resteert de vraag of de temperatuurstijging op aarde zijn oorzaak vindt in het broeikaseffect. Bij gebrek aan bewijsmateriaal lopen de meningen sterk uiteen. Waar de ene onderzoeker stelt dat de uitstoot van kooldioxide de boosdoener is, wijst de ander het op variaties in zonne-activiteit. Een consensus lijkt ver weg.