De achtertuinen van Parijs

Er gaat een groene golf door Parijs. Nooit eerder in de geschiedenis werden er zo veel nieuwe parken aangelegd: sinds eind jaren '70 zijn er 150 bijgekomen. De bekendste zijn het Parc Citroën en het Parc de la Villette. Maar wie is er al eens op het dak van het gare Montparnasse wezen kijken, in de Jardin Atlantique? Of in het 4,5 km lange park op een oude spoorbrug bij de Bastille? Laat niemand nog beweren dat Parijs geen groene stad is.

Het was druk bij de opening van het park Montsouris, in 1878. Buurtbewoners en notabelen hadden zich rond de grote vijver opgesteld voor de plechtigheid. De toespraken waren lang en talrijk, en spannend was de openingsceremonie van dit Parijse park dan ook allerminst. Totdat plotsklaps de vijver luid gorgelend leegliep, tot ontzetting van de hoogwaardigheidsbekleders en hilariteit van de toegestroomde burgerij. Het vervolg was minder komisch: de verantwoordelijke ingenieur pleegde zelfmoord.

Parijs heeft zijn parken altijd bloedserieus genomen. Wie drama zoekt in de Franse hoofdstad moet naar een theater of een park. In de statige tuin van het Palais Royal, naast de Comédie Française, blies Molière zijn laatste adem uit, nadat hij in zijn rol als zieke in Le malade imaginaire op het toneel van de schouwburg ineen was gezakt. Of neem de Jardin Jonas-Auguste Blanqui, een klein graffiti-rijk parkje in het 13de arrondissement, waarvan de enige charme bestaat uit een Montmartriaans aandoende steile trap. Tijdens de opstand van 1871, waarbij duizenden het leven lieten, was dit lapje grond het toneel van bloedige gevechten tussen opstandelingen en regeringsgetrouwen.

Maar nergens zoveel drama per vierkante meter als in de klassieke tuin van het musée Rodin. Wanhoop, smart en ander groot leed druipen ervan af. Lachebekjes vind je hier niet. Wel geamputeerde nymfen, Eva, incestueuze figuren uit de mythologie en Balzac - bepaald niet de joligste uit de Franse literatuur. Voor het juiste perspectief: de Denker, die naast de ingang in een perkje zit te somberen, behoort tot de vrolijker figuren in deze tuin.

Er gaat een groene golf door Parijs. Nooit eerder in de geschiedenis werden er zo veel nieuwe parken aangelegd: sinds eind jaren '70 zijn er 150 parken en parkjes bijgekomen. Anno 1998 zijn parken nog steeds een hoogst serieuze aangelegenheid in de Franse hoofdstad. Bij de Square Récamier, een mooi mini-park verstopt tussen de modehuizen van St. Germain-des-Prés, arriveert al voor achten 's morgens een employé van de groendienst om de sproeier aan te zetten. De zorg voor de Parijse 'achtertuinen' gaat ver: geen stukje groen zo klein of het heeft een naam. Zelfs parken die uit niets anders bestaan dan een collectie wipkippen en een onwaarschijnlijke hoeveelheid bankjes worden bijgestaan door een parkwachter, wiens takenpakket ook na veelvuldig parkbezoek mistig blijft.

Het aantal parken en parkjes dijde de afgelopen jaren uit tot 413, met een totale oppervlakte van 366 hectare - het Bois de Boulogne (845 ha) en het Bois de Vincennes (995 ha) niet meegerekend, want die vallen in de categorie 'bois'. Laat niemand nog beweren dat Parijs geen groene stad is, schrijven burgemeester Jean Tibéri en zijn groen-wethouder in elk voorwoord van elk boek, folder of gidsje over de hoofdstedelijke parken. De ronkende retoriek uit het stadhuis - 'de burger kan nu hernieuwde banden aanknopen met de natuur, dromen en poëzie' - laat onverlet dat Parijs qua hoeveelheid groen nog altijd schril afsteekt bij Londen (4.200 ha).

Parijs moet door de aanleg van nieuwe parken iets van zijn vroegere landelijke karakter terugkrijgen, vindt het stadsbestuur. Een sympathiek idee, maar bovenal een illusie: het riviertje de Bièvre is reeds lang geleden gedempt en leeft nog slechts voort als 'namaak'-riviertje in het vriendelijke park René Le Gall. De wijngaarden en landerijen rond het voormalige dorpje Belleville, nu een stukje van het 20ste arrondissement van Parijs, leven voort in een enkele wijnrank in het fraaie, nieuwe Parc de Belleville. En het Parc Montsouris, gelegen op oude steengroeven, wordt doorkliefd door de metrolijn tussen de vliegvelden Orly en Charles de Gaulle. De stad is onontkoombaar, ook in het park.

Toch heeft de drang tot een groener Parijs een paar juwelen van nieuwe parken opgeleverd. Een van de merkwaardigste is de Jardin Atlantique, bovenop het dak van het gare Montparnasse. Vraag niet aan een Parijzenaar hoe er te komen, want het bestaan van dit mega-dakterras is nog niet tot de massa doorgedrongen. Loop naar de perrons en neem links van perron 1 de stalen trap naar boven. Terwijl een verdieping lager de TGV's piepend en sissend arriveren en vertrekken, wandel je op het dak door ruisende bamboevelden.

De Jardin Atlantique (3,5 ha) is met zijn vele waterpartijen, staal en marmerplaten alias rotsformaties een geslaagd voorbeeld van een futuristische tuin. Waarschuwing: kijk niet omhoog. Woonkolossen, waar de huishoudens in de vorm van dozen, gordijnen en kasten tegen de ramen geplakt zitten, helpen de illusie van een stukje Parijs' paradijs snel om zeep. Maar wie zijn blik strak op het park gericht houdt, ziet veel moois: onregelmatige golven uit een fontein symboliseren de zee en zeldzame bomen uit landen aan weerszijden van de Atlantische Oceaan gaven de Jardin Atlantique zijn naam. In het kleine Observatoire Météorologique, midden in de tuin, valt te lezen dat Parijs gemiddeld zes tropische dagen per jaar beleeft en dat -14,7 C de laagste temperatuur is die er ooit (in 1956) is gemeten. Daal af langs de stalen trap en je bent terug in de wereld van McDonald's.

Oude fabrieksterreinen lijken in Parijs patent te hebben op een tweede leven als park. De meest geslaagde facelift werd toegepast op de Quai de Javel, langs de Seine, waar van 1919 tot 1970 de Citroën-fabrieken stonden. Hier verrees in 1992 een magnifiek park dat zich qua grandeur inmiddels moeiteloos kan meten met parken als Luxembourg of de Tuileries. André Citroën is het grootste park dat sinds medio 19de eeuw in Parijs werd aangelegd: 14 hectaren, voorzien van tweeduizend bomen, twee hectaren gras, 1,5 hectare water en enkele tienduizenden planten en struiken. Het park moet, samen met het Champ-de-Mars (bij de Eiffeltoren), de Esplanade des Invalides, de Jardin du Trocadéro en de Tuileries een groene gordel langs de Seine vormen.

Het park heeft vele gezichten, die allemaal even geslaagd zijn: wilde tuinen en geraffineerde architectuur wisselen elkaar af. Er zijn fraaie design-kassen, uitzichtspunten, een enorme grasvlakte, loopbruggen en ultramoderne watervallen die in gedoseerde golfjes naar beneden komen. Zelfs de ruim aanwezige nieuwbouw rond het park is mooi. Parc André Citroën is vreemd genoeg nog niet door het massatoerisme ontdekt. En dat onder de rook van de Eiffeltoren...

De nieuwe parken hebben veel teweeggebracht in het oude Parijs: was voorheen de majestueuze Jardin des Tuileries met 28 hectare het grootste park, in 1987 is de oude tuin van het Louvre onttroond door het Parc de la Villette (35 ha). Wie naar het armoedige, naargeestige noordoostelijke deel van de stad wil om deze tuin van het ultramoderne wetenschapsmuseum te bewandelen, moet wel iets overwinnen. Al was het maar de onaangename klank van de te passeren metrostations - Stalingrad, Crimée - en de wetenschap ver verwijderd te zijn van Parijs' aangename oorden.

Het Parc de la Villette is neergeplant op de plek waar ooit gigantische slachthuizen stonden. Landschapsarchitecten hebben de vlakte voorzien van veel staal, veel grind en veel gras. Mooi is het niet: bamboebosjes, hangende wijngaarden en andere grappen liggen zo ver uit elkaar dat van samenhang geen sprake meer is. Wie niet uitkijkt, struikelt over de podia en geluidswagens, nodig voor de vele evenementen in het park. Blikvangers zijn de Géode - een enorme, spiegelende bol met een inwendig filmscherm - en de 36 eigentijdse 'folies' die verspreid in het park staan: hoekige, identieke gebouwtjes die met hun bloedrode kleur subtiel verwijzen naar de verdwenen slachterijen. Maar het meest bijzonder is het Canal de l'Ourcq dat dwars door het park loopt: als wereldvreemde wezens varen binnenvaartschepen tussen picknickende families en voetballende jongeren door.

Maken in Nederland pakhuizen en verlaten fabrieken een doorstart als appartementencomplex, Parijs werkt gestaag verder aan de uitbreiding van zijn achtertuin. De entrepotdokken langs de Seine in Bercy zijn ge-upgraded tot park, evenals de oude steengroeven van Montsouris. Nabij Bastille werd een oud spoorviaduct verbouwd tot park: over een lengte van 4,5 km en een breedte die varieert van 9 tot 30 meter loopt - zwevend boven straten, auto's en pleinen - een wandeling van de nieuwe Opéra op de Place de la Bastille naar het Bois de Vincennes. Parijs plakt groene pleisters op zijn industriële littekens.

INFORMATIE

1. Musée Rodin, 7de arr, metro Varenne. Toegang park: 5 FF. Klassieke beeldentuin van het gelijknamige museum.

2. Square Récamier, 7de arr, metro Sèvres-Babylone. Een minuscuul parkje met het karakter van een privé-tuin. Het is aangelegd in 1933. Met kinderspeelplaatsje.

3. Parc de Bercy, 12de arr, metro Bercy. In dit nieuwe park langs de Seine bevinden zich o.a. een rosarium, een moestuin, een doolhof en een geurentuin.

4. Promenade Plantée, 12de arr, metro Bastille. Park op een oude spoorbrug. Wandeling van 4,5 km van Bastille naar het Bois de Vincennes. Onder de spoorbrug, nabij de Place de la Bastille, zijn kunstenaarsateliers.

5. Jardin Jonas-Auguste Blanqui, 13de arr, metro Corvisart. Klein parkje, gelegen op een steile heuvel. Voor het grootste deel kinderspeelplaats.

6. Square René le Gall, 13de arr, metro Corvisart. Middelgroot park met rosarium, beek en mini-bos. Dateert uit de jaren '30. Met kinderspeelplaats.

7. Parc Montsouris, 14de arr, metro Cité Universitaire. Klassiek park met hoogteverschillen, vijver en theehuis.

8. Jardin Atlantique, 15de arr, metro Montparnasse-Bienvenüe. Moderne tuin op het dak van het station Montparnasse. Toegang via stalen trap links van perron 1. In de tuin bevindt zich een herdenkingscentrum gewijd aan generaal Leclerc, die in 1944 Parijs bevrijdde.

9. Parc André Citroën, 15de arr, metro Javel of Boulevard Victor. Nieuw park langs de Seine. Kassen open van 14u30-18u.

10. Parc de la Villette, 19de arr, metro Porte de la Villette of Porte de Pantin. Modern park, behorend bij het wetenschapsmuseum. Te combineren met een bezoek aan het Parc des Buttes-Chaumont (19de arr, metro Buttes-Chaumont of Botzaris): een van de mooiste parken van Parijs, met rotspartijen, waterval, grot en uitzichtspunt.

11. Parc de Belleville, 20ste arr, metro Pyrénées. Een modern park, aangelegd tegen een steile heuvel. Mooie 'begroeide' trappen, picknick-gelegenheid en watervallen.

Boeken

* Paris Jardins, Promenade historique dans les parcs et jardins de chaque arrondissement. Anne Soprani. Uitg. Paris Méditerrannée. 135 FF. ISBN 2-84272-049-0

* Guide des 400 jardins publics de Paris. Jacques Barozzi. Editions Hervas. ISBN 2-903118-68-X

* Paris secret (hoofdstuk: L'insolite des jardins de Paris). Uitg. Gallimard. 119 FF. ISBN 2-7424-0338-8

* Un autre regard sur les jardins de Paris. Gratis verkrijgbaar bij het Maison de la France, Prinsengracht 670, Amsterdam. Tel. 0900-1122332.

In deze gids staan alle rondleidingen in en dialezingen over parken die het komende jaar worden georganiseerd. Informatie ook verkrijgbaar bij de Direction des parcs et jardins, 1 Avenue Gordon-Bennett, 75016 Paris. Inl 00-33140717560.

    • Friederike de Raat