Congolese allianties

In de nu tien dagen oude oorlog in Congo zijn de frontlijnen onduidelijk en de loyaliteiten onvoorspelbaar.

ROTTERDAM, 13 AUG. Op 28 juli maakte de Congolese president Laurent-Désiré Kabila bekend dat alle Rwandese troepen - die hem vorig jaar aan de macht hielpen - het land moesten verlaten. Daarmee stak hij de lont in een kruitvat, dat op 2 augustus ontplofte. In de hoofdstad Kinshasa raakten Banyamulenge-soldaten (Congolese Tutsi's van Rwandese herkomst) en Rwandezen slaags met Kabila-getrouwe troepen. Die brandhaard was binnen twee dagen geblust, maar op 3 augustus sloeg de vlam over naar het verre oosten van het land. In Goma (Noord-Kivu) en Bukavu (Zuid-Kivu) kwamen de 10de en 11de brigade van het Congolese leger, hoofdzakelijk Banyamulenge, in opstand. Binnen twee dagen waren zij heer en meester in beide steden. Volgens buitenlandse waarnemers worden de rebellen bijgestaan door Rwandese militairen, onder leiding van de Rwandese kolonel James Kabare. Die was tot begin juli chef-staf van het Congolese leger, maar werd toen door Kabila van zijn commando ontheven. Woordvoerder van de rebellen is Sylvain M'buki, commandant van de 10de brigade. Hij beweert afkomstig te zijn uit de zuidelijke provincie Katanga. Sinds enige dagen geldt Jean-Pierre Ondekane, gewezen officier in het leger van dictator Mobutu, als de bevelhebber van de rebellen. Hij zegt de beschikking te hebben over 60.000 man - Banyamulenge, andere militairen uit Kivu, voormalige soldaten van Mobutu en voormalige Katangese gendarmes - die zich zouden opmaken om naar Kinshasa te marcheren. Het strategische vliegveld van Kisangani, de hoofdstad van de Oostprovincie, is nog steeds in handen van Kabila's troepen.

De rebellen brachten vorige week met behulp van een 'gecharterde' Boeing 707 van Congo Airlines troepen over naar de garnizoensstad Kitona, in de zuidwestelijke provincie Beneden-Congo, waar zij een tweede front openden met als doelwit Matadi, een overslaghaven aan de monding van de rivier de Congo. Die vervult niet alleen een sleutelrol bij de bevoorrading van Kinshasa, maar controleert via de nabije waterkrachtcentrale in Inga ook de stroomvoorziening van de hoofdstad. Matadi is nog steeds in handen van het regeringsleger. In Kitona waren enkele duizenden ex-soldaten van Mobutu geïnterneerd, in afwachting van integratie in het nieuwe Congolese leger. Of de rebellen er in geslaagd zijn deze troepen in te zetten aan het westelijke front, is nog onduidelijk. Hun conditie zou niet best zijn. De opstandelingen controleren intussen de marinebasis Banana, de oliehaven Muanda en de stad Boma, halverwege de Atlantische kust en Matadi.

Kabila's leger bestond vorige maand uit naar schatting 140.000 manschappen, maar is, sinds het vertrek van de Rwandezen en de desertie van de Banyamulenge, gedesorganiseerd. Dinsdag kondigden 40 gewezen generaals van Mobutu aan dat zij de kant van Kabila hadden gekozen. Beide partijen werven onder de voormalige soldaten van Mobutu, maar gezien de ressentimenten in die kring hebben de rebellen waarschijnlijk meer kans op succes.

Een onzekere factor vormen de Maï-Maï, milities van stammen uit Kivu, die allang in onmin leven met de Banyamulenge, die zij verwijten hun landbouwgronden over te nemen. Bij Goma zouden zij al slaags zijn geraakt met de rebellen. Onvoorspelbaar is ook de loyaliteit van de Katangezen, in de strijd tegen Mobutu geharde soldaten. Kabila is afkomstig uit Katanga. De afgelopen dagen hebben zich in Kinshasa zo'n 7.000 zeer jonge Congolezen gemeld als vrijwilliger voor het leger van Kabila. Die heeft een 'volksoorlog' aangekondigd tegen 'agressor Rwanda'.