Bungeejumpen met Aernout Mik in Almere

Tentoonstelling: De vier jaargetijden: Zomer van Aernout Mik. T/m 30 augustus in De Paviljoens, Odeonstraat 5, Almere. Di t/m zo 12-17 uur.

Met een duizelingwekkende vaart stort het groepje mensen de diepte in. De drie bungeejumpers hangen met de hoofden naar beneden als levenloze poppen aan een elastiek en stuiteren, net voordat ze het water bereiken, weer terug in de richting van de brug waar ze zojuist vanaf zijn gesprongen. De videoprojectie A small group, falling toont de beweging keer op keer en laat de waaghalzen als menselijke jojo's eindeloos door het luchtruim zweven. Kijkend naar het grote transparante scherm waarop de videofilm geprojecteerd is, krijg je een wee gevoel in je maag, alsof je net zelf van de rand van de afgrond geduwd bent.

De installatie Zomer van Aernout Mik (1962) is de derde in de reeks tijdelijke kunstopdrachten die onder de titel 'De vier jaargetijden' in De Paviljoens in Almere wordt gepresenteerd. Eerder dit jaar bouwden Federico D'Orazio en Mirjam de Zeeuw het vijfde paviljoen van de voormalige Documentahallen om tot respectievelijk een drassig polderland en een ooievaarsnest. Dergelijke ingrijpende veranderingen heeft Mik niet in het paviljoen aangebracht, maar toch krijg je in zijn installatie onmiddellijk het gevoel een andere wereld te betreden. In het vijfde paviljoen heerst een absolute stilte en word je als toeschouwer op jezelf teruggeworpen. Het staat afgezonderd van de andere tentoonstellingsruimtes, op hoge palen in een stuk niemandsland.

Mik heeft de ramen, die aan drie zijden een onbeperkt uitzicht op het polderland bieden, afgeplakt met zwart folie, zodat het lijkt of je de omgeving door een donkere zonnebril bekijkt. Het folie zorgt er bovendien voor dat de ruimte in een soort sauna verandert, waar het zweet je al snel over de rug loopt. Behalve de treinen die nu en dan langs de horizon schieten, vormen de drie mensen die gearmd aan het elastiek heen en weer veren de enige afleiding in deze oase van rust. De video maakt geen geluid, maar het kost weinig moeite om je voor te stellen hoe het gekrijs van de bungeejumpers door het ravijn geëchood moet hebben. Hoe langer je naar de film kijkt, hoe meer je gehypnotiseerd raakt door de beweging, tot je ieder gevoel van evenwicht of oriëntatie kwijtraakt.

Wie het werk van Aernout Mik kent van tentoonstellingen als 'Wild Walls' (Stedelijk Museum Amsterdam, 1995) of de Biennale van Venetië (1997), zal opkijken van de sobere manier waarop hij in Zomer te werk is gegaan. Vaak richt Mik zijn tentoonstellingen in als chaotische ruimtes, waar meubilair en rotzooi in de rondte slingeren en waar het publiek wordt geconfronteerd met echte acteurs. Suppoosten van het Stedelijk Museum, maar ook slapende mensen of vrouwelijke politieagenten maakten deel uit van zijn installaties. In zijn eerdere, vaak erg melige video's werden schijnbaar hulpeloze slachtoffers met slijm bekogeld en gingen oude mannetjes met elkaar op de vuist. Terwijl je als toeschouwer bij dit soort werken alleen maar een beetje lacherig kon toekijken, word je bij Zomer werkelijk in de installatie betrokken. In dit nieuwe werk sleept Mik je op een hele fysieke manier mee in een vrije val, waarna je in een zomerse stemming weer naar buiten stapt.