The Artist erkent gelijk van zijn critici

Concerten: The Artist en The New Power Generation. Met als gast Larry Graham. Gehoord: 11-8 Ahoy' en Nighttown, Rotterdam.

The Artist bracht gisteren een ode aan zijn voorganger Prince. In een zwaar zwetend, uitverkocht Ahoy' speelden Voorheen Prince en zijn groep The New Power Generation tijdens hun eenmalige concert in Nederland voornamelijk succesnummers uit de jaren tachtig. 'Purple Rain', 'Do Me, Baby', 'I Would Die For U', 'If I Was Your Girlfriend' en natuurlijk '1999' - al Prince's publieksfavorieten stonden ook op het repertoire van The Artist, zoals De Artiest Die Vroeger Prince Heette tegenwoordig kortweg wordt genoemd.

Weliswaar beweert The Artist altijd, en met recht, dat zijn werk uit de jaren negentig niet minder is dan dat van Prince uit het vorige decennium, gisteravond was het alsof Voorheen Prince de vele critici die altijd schrijven dat zijn beste jaren al lang achter hem liggen, alsnog gelijk gaf. Van Emancipation, zijn drievoudige meesterwerk dat hij in 1996 uitbracht nadat hij zich had ontworsteld aan zijn 'slaven'-contract met Warner Bros, speelde hij niets en van zijn onlangs verschenen New Power Soul liet hij slechts twee nummers horen.

Het was op zichzelf natuurlijk helemaal niet erg dat The Artist hoofdzakelijk putte uit het magistrale oeuvre van Prince. Maar hij deed de nummers geen recht. Hij had ze voornamelijk verwerkt in rommelige medleys, zodat hij in veel gevallen kon volstaan met slechts een paar regels. Vaak was zelfs dit hem te veel en liet hij het zingen over aan het hinderlijk meebrullende, enthousiaste publiek.

Bovendien werd het concert geteisterd door een erbarmelijk geluid. The Artist staat bekend om zijn drang naar perfectie en uitgebreide soundchecks, maar deze keer had zelfs hij de misdadige akoestiek van Ahoy' niet naar zijn hand weten te zetten. De geluidsproblemen met het gebruikelijke geloei en gepiep openbaarden zich vooral tijdens het eerste deel van het concert, toen Larry Graham, funkpionier en idool van The Artist, als speciale gast de hoofdrol mocht spelen. De oude hits van de legendarische groep Sly & the family Stone, waarvan Graham omstreeks 1970 lid was, gingen ten onder in een brommend moerasgeluid, dat mede werd veroorzaakt doordat ook The Artist zich verloor in virtuoos basspel. Graham is de uitvinder van de 'plukbas' en dat kregen de fans van The Artist gisteren goed ingepeperd: hij kreeg alle gelegenheid om te laten horen dat een bas ook als solo-instrument kan worden gebruikt. Als een Jimi Hendrix van de basgitaar geselde Graham zijn instrument, maar het leidde slechts tot de conclusie dat de bescheidenheid die de meeste bassisten eigen is, een te prijzen eigenschap is.

Diep in de nacht leken The Artist en The New Power Generation zich in Nighttown te gaan revancheren voor het matige concert in de Ahoy'. Na uren wachten kregen de duizend gelukkigen die de afterparty mochten bijwonen, eerst een veelbelovende improvisatie op James Browns 'Talking Loud And Saying Nothing' te horen. Alles leek goed te komen: The Artist speelde met zichtbaar plezier op de toetsen, lachte, maakte grapjes en danste wellustig in zijn strakke glitterpak. Tussendoor fungeerde hij als bandleider die als een nieuwe James Brown zijn groep messcherpe funk liet spelen. Een mooie instrumentale blues volgde, waarin The Artist liet horen dat hij een van de beste huidige gitaristen is.

Maar toen verscheen helaas Larry Graham weer, die zich opnieuw te buiten mocht gaan aan holle basbombast. Hij figureerde ook nog in 'The War', een lang psychedelisch nummer met bespiegelingen over heden, verleden en toekomst. En toen, na nog een instrumentaal slotnummer met een verdubbelde gitaarmelodie, was het plotseling afgelopen. Om kwart over vier verdwenen The Artist en The New Power Generation van het podium en lieten zich niet door handgeklap vermurwen tot een toegift. Minder dan een uur had de 'afterparty' geduurd en dat was veel te kort voor een feestje voor de trouwe fans, van wie velen 's ochtends al voor de deur van Nighttown waren gaan zitten om een kaartje van vijftig gulden te bemachtigen.