Stijging aantal doden in Belgisch verkeer

BRUSSEL, 12 AUG. In het Belgische verkeer zijn vorig jaar 1.364 doden gevallen, ongeveer vier per dag. Dat betekent een lichte stijging ten opzichte van 1996. Ook het aantal ongevallen met zwaar en lichter lichamelijk letsel is toegenomen.

België behoort al jaren tot de koplopers in de Europese Unie wat betreft het aantal verkeersslachtoffers. Ter vergelijking: in het toch dichter bevolkte Nederland vielen vorig jaar 1.163 doden in het verkeer.

Bijna eenderde van de dodelijke ongelukken vorig jaar in België betrof de bestuurder van een auto, in 150 gevallen een passagier. Verder kwamen 71 voetgangers, 40 bromfietsers en 61 fietsers om het leven. Dat blijkt uit cijfers van het Nationaal Instituut voor de Statistiek die vandaag bekend werden gemaakt door de media.

Volgens het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid zijn Belgen niet per se slechte automobilisten, maar is de infrastructuur een belangrijke oorzaak van ongelukken. De Belgische snelwegen mogen zo goed verlicht zijn dat ze op satellietfoto's als een lichtvlek te zien zijn, ze zijn ook breed en nodigen daarmee uit tot hard rijden. Bovendien kent België veel lintbebouwing met een groot aantal kruispunten.

Volgens een verkeersdeskundige telt Nederland vier keer minder kruispunten dan België.

Daarbij is België een 'transit'-land, voor vakantiegangers en vrachtverkeer. Ook zijn Belgen slechte dragers van autogordels: een kwart draagt nooit een veiligheidsgordel, hoewel ze daartoe zowel voor- als achterin de auto verplicht zijn.

De meeste verkeersdoden in België vallen op vrijdag en zondag. Deze 'weekenddoden' zijn vaak jong en onder invloed. Ondanks speciaal op hen gerichte acties blijft hun aantal hoog. In het laatste paasweekeinde bijvoorbeeld vielen twintig, meestal jonge verkeersdoden.