Ruw ontwaken

EEN SCHOKGOLF is gisteren door de internationale financiële markten gegaan. Van Tokio tot New York, van Moskou tot Amsterdam gingen de effectenbeurzen omlaag. En hoewel zich vandaag enig herstel aftekent, ziet het er naar uit dat de Westerse financiële markten ruw zijn wakker geschud uit een droom van almaar stijgende beurskoersen.

De directe aanleiding voor de koersdalingen vormt het uitblijven van geloofwaardige maatregelen in het land van de dalende yen. Japan verkeert in de ernstigste economische problemen sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog, maar ook na de jongste regeringswisseling is politieke daadkracht in Tokio ver te zoeken. Prijsdalingen, gebrek aan consumentenvertrouwen, astronomische bedragen aan niet-invorderbare bankleningen en oplopende werkloosheid trekken de economie naar beneden. Intussen gedragen de Japanse politieke leiders zich als konijntjes die verlamd in het licht van een koplamp wachten op het naderende onheil.

Volgens geruchten in de financiële markten hebben grote speculatiefondsen het op de yen gemunt, zoals ze vorig jaar de kleinere Aziatische munten aanvielen en in 1992 het Britse pond uit het Europese wisselkoersmechanisme dwongen. Dit geeft aan hoe gering het vertrouwen in het economische management van Japan is: speculanten wanen zich sterk genoeg om de munt van de op één na grootste economie ter wereld, een land dat over immense dollarreserves beschikt, onderuit te halen.

IN AZIË TEKENT zich nu het scenario af van elkaar versterkende devaluaties. Want de val van de yen zet niet alleen de munten van landen als Zuid-Korea, Thailand, Maleisië en Indonesië opnieuw onder druk, ook de kans op een devaluatie van de Chinese munt neemt hierdoor toe. Een dergelijke spiraal van devaluaties - waardoor de geproduceerde goederen goedkoper worden en landen hun economische problemen als het ware exporteren naar andere landen - heeft zich sinds het begin van de jaren dertig niet meer voorgedaan.

Niet alleen in Azië ploften gisteren de beurzen in elkaar. Rusland bijvoorbeeld liep de grootste klappen op. Ondanks de recente miljardeninjectie van het Internationale Monetaire Fonds lijkt een Russisch bankroet onafwendbaar.

De Europese en Amerikaanse economieën blijven niet gevrijwaard van de malaise elders in de wereld. De fall out van Azië - instortende munten, krimpende economieën, vraaguitval, failliete bedrijven, uitgeholde financiële instellingen - werkt met vertraging door. Na aanvankelijke geruststellende ontkenningen wordt nu openlijk gesproken over de onafwendbaarheid van een wereldwijde groeivertraging.

Dit heeft verregaande gevolgen, die het eerst worden geregistreerd in de altijd nerveuze graadmeters van de economische conjunctuur, de effectenbeurzen. Dalingen van de AEX of de Dow Jones lopen vooruit op winstdalingen van het bedrijfsleven, op lagere economische groei en op lagere grondstoffenprijzen. De olieprijs bevindt zich nu al op het laagste niveau van de afgelopen kwart eeuw, alsof de olieschokken van de jaren zeventig nooit hebben plaatsgehad.

DE RECESSIE van Azië hoeft niet te leiden tot een wereldwijde depressie, een herhaling van de jaren dertig. Er zijn tegenwoordig veiligheidskleppen in het wereldwijde economische systeem ingebouwd in de vorm van internationale institutionele kaders en van nationale sociale zekerheidsstelsels, die een bodem in de markt leggen. Bovendien zullen de Aziatische landen zich vroeg of laat weer herstellen. Maar hun economische problemen zijn veel ernstiger dan aanvankelijk werd gedacht en het herstel zal daarom ook langer op zich laten wachten. Waarbij het 'probleem Japan' het lastigste zal zijn om op te lossen en tevens de grootste bedreiging vormt.

Het is hoog tijd dat ook de financieel-economische beleidsmakers in de geïndustrialiseerde landen uit hun illusoire droom ontwaken.