Privatisering

Ondanks tien jaar privatiseringen heeft de Nederlandse overheid nog heel wat belangen (NS, Schiphol, Hoogovens en NedCar) die vervreemd kunnen worden. Maar of Paars II in tegenstelling tot Paars I wel tot opmerkelijke privatiseringen zal komen, is de vraag.

De uitgangspunten om een record aan privatiseringen te realiseren leken ideaal. Paars I had, voor het eerst sinds mensenheugenis, een liberale minister van Financiën en koos het liefst voor marktwerking. Toch kwam het de afgelopen vier jaar niet zover. In totaal verkocht de overheid voor zo'n tien miljard gulden aan staatsdeelnemingen, evenveel als in het kabinet daarvoor, toen een socialistische bewindsman (Wim Kok) op Financiën zat. Gezien de beurseuforie van de afgelopen jaren eigenlijk een achteruitgang.

Tot veel conflictstof in de politiek leiden privatiseringen al lang niet meer, dus zoveel maakt de kleur van de betrokken bewindsman niet uit. Hoogstens wordt er over de besteding geruzied. Wie een ideologisch debat zoekt over de belangen van de overheid moet de grens over gaan. Het Verenigd Koninkrijk vraagt zich momenteel af of de privatiseringen onder Thatcher niet te ver zijn doorgeschoten. In Duitsland is met de beursgang van Deutsche Telekom een teen in het water gestoken, terwijl in Frankrijk het roer met elke regeringswisseling wordt omgegooid.

In Nederland is het ideologische debat eigenlijk onder minister Ruding van Financiën (kabinet Lubbers I en II) beëindigd. Eind jaren tachtig en begin jaren negentig werden kroonjuwelen als DSM en de Koninklijke PTT Nederland (KPN) naar de beurs gebracht, waarvan geen van de betrokkenen spijt gehad zal hebben. Ruding haalde in de zeven regeringsjaren 3,4 miljard gulden op. Maar belangrijker dan de opbrengst was de nieuwe politieke richting: wanneer de staatsmijnen en de PTT in vreemde handen kunnen komen moet elke overheidsdienst op haar hoede zijn. De ideologische vraag of de staat bijvoorbeeld zelf de telecomvoorziening in handen moet houden was hiermee (negatief) beantwoord.

Spectaculaire privatiseringen hebben zich onder Paars I niet voorgedaan. Minister Zalm van Financiën heeft het grootste deel van de 10 miljard gulden binnengehaald door het staatsbelang in een aantal oude overheidsdochters terug te brengen. Zo kwam DSM (voor 31,4 procent in staatsbezit) volledig in particuliere handen en werd op de valreep van Paars I het belang in KLM (25 procent) te gelde gemaakt. Ook de aandelen van Fokker verdwenen volledig uit de kast, maar dat was het gevolg van een veel geld kostend faillissement.

Verder werd in de afgelopen periode het belang in KPN van 70 tot 44 procent teruggebracht. In de huidige regeerperiode zal KPN Zalm vermoedelijk niets meer opleveren. Aan het inmiddels opgesplitste concern (KPN Telecom en TNT Post) is de toezegging gedaan dat de overheid tot en met 2004 minstens 33 procent zal behouden.

Met de privatisering van KPN als voorbeeld kreeg het ministerie van Financiën eerder dit jaar de nodige kritiek van de Rekenkamer. De controleur van de rijksfinanciën verweet de toenmalige bewindspersonen Kok (Financiën) en Maij- Weggen (Verkeer en Waterstaat) bijvoorbeeld dat zij geen idee hadden van de werkelijke waarde van het aandeel KPN. De twee ministers zouden zich alleen gericht hebben op het bedrag dat de aandeelhouders bereid waren te betalen.

De Rekenkamer kwam ook in 1995 met een uiterst kritisch rapport over de verzelfstandiging van enkele overheidsdiensten, in sommige gevallen het voorportaal van een beursgang. De zogeheten Zelfstandige Bestuursorganen (ZBO's) werden een 'warwinkel' genoemd. “Het zit tegen chaos aan”, aldus de Rekenkamer. Heel wat ZBO's werden alleen maar opgericht om het aantal ambtenaren op papier terug te brengen: het maatschappelijk nut van een verzelfstandigd Kadaster, Loodswezen of Verzekeringskamer is over het algemeen twijfelachtig. En tot een privatisering van dergelijke overheidsdiensten zal het niet snel komen.

De rapporten van de Rekenkamer hebben zonder twijfel invloed gehad op de privatiseringen die nu nog steeds op het programma staan. Bijvoorbeeld van de automatiseerder Roccade, het voormalige Rijks Computer Centrum (RCC). Sowieso al een gevoelige verkoop, omdat menig politicus twijfelde of de vertrouwelijke gegevens over de Nederlandse burger in particuliere handen wel veilig waren.

Een veiling onder uiteindelijk twee gegadigden (IBM en Getronics) moest vorig jaar uitmaken wie de koper zou worden, maar de hoogste bieder (Getronics) raakte met de overheid in conflict over de voorwaarden: het afdingen op de prijs, 1,2 miljard gulden, werd het ministerie van Financiën uiteindelijk te veel. Wat er nu met de overheidsautomatiseerder gaat gebeuren is nog onduidelijk: een rapport van de Amerikaanse zakenbank Merill Lynch moet een dezer dagen uitsluitsel geven over de voor- en nadelen van een beursgang.

Minstens zoveel politiek stof werd opgeworpen over de verkoop van het Nederlandse Omroepproductiebedrijf (NOB), het voormalige facilitaire bedrijf van de NOS. Eigenlijk een gewoon technisch bedrijf, maar alles wat met media te maken heeft, krijgt in Den Haag al snel een politieke lading. Kern van de discussie - Nederlandser kan het niet - betrof de besteding van de opbrengst van het omroepbedrijf, lang voordat het geld binnen was.

Minister Zalm wilde met het bedrag een deel van de staatsschuld aflossen, maar de Kamer kreeg haar zin, want het bedrag (geschat op 300 miljoen gulden) zal worden toegevoegd aan de algemene omroepreserve, ten behoeve van speciale projecten. Geen onbelangrijk detail is dat NOB inmiddels aan de overheid heeft gevraagd de privatisering nog even in de ijskast te zetten. Over het afgelopen jaar moest een fikse winstdaling worden gemeld, wat de nodige druk op de prijs kan zetten.

Tien jaar privatiseringen ten spijt, heeft de Nederlandse overheid nog heel wat deelnemingen die vervreemd kunnen worden. Zo bezit Den Haag nog 12 procent in Hoogovens, met de huidige beurskoers goed voor zo'n 350 miljoen gulden. Het belang in de staalfabriek was vooral vroeger van strategische waarde: concurrenten van Hoogovens waren alle in overheidshanden en omdat de Nederlandse staat de subsidiebesprekingen in Brussel voerde, lag een deelneming voor de hand. Of die band, na de herstructurering van de Europese staalsector en het decimeren van de subsidies, nog steeds via een aandelenbelang moet lopen is ook in Den Haag de vraag. Datzelfde geldt bij de autofabriek NedCar, waar de overheid naast Mitsubishi en Volvo de derde aandeelhouder (33 procent) is. Vooral de twee concurrerende autoproducenten vinden het belang van de overheid een veilig idee.

Of Paars II in tegenstelling tot Paars I wel tot opmerkelijke privatiseringen zal komen, is de vraag. Vooral een vervreemding van Schiphol, voor 75,8 procent in overheidshanden, zou het privatiseringsdebat weer tot leven kunnen brengen. De vraag is dan of zo'n vitaal onderdeel van de Nederlandse economie in particuliere handen mag komen en welk effect een beursgang zou hebben op de huidige milieudiscussie rond de luchthaven. Schiphol zelf hoopt op een snelle, positieve beslissing van het kabinet, maar weinigen denken dat het in deze regeerperiode tot een echte privatisering komt. Net als veel concurrenten in het buitenland denkt de luchthaven slagvaardiger te kunnen handelen wanneer zij (deels) in particuliere handen komt.

Zo mogelijk nog explosiever is de toekomst van de Nederlandse Spoorwegen. Los van de politieke discussie hierover zal ook menig belegger zijn twijfels hebben over het trackrecord van het bedrijf, de financiële prestaties van de afgelopen jaren. Toch is een beursgang niet volledig uit de lucht gegrepen: projecten als de flitstrein en de Betuwelijn zullen deels door private financiers worden betaald. Op die manier krijgt de NS steeds vaker met slagvaardige, particuliere organisaties te maken. Soms als concurrent, soms als partner. Een volgende stap is dan snel gezet.

    • Erik van der Walle