Ook na formatie blijft de banencarrousel draaien

Met de installatie van het tweede kabinet Kok is de Haagse banencarrousel nog niet tot stilstand gekomen. Nieuw benoemde ministers laten vacatures achter, mogelijk voor oud-bewindslieden. Zoals de minister van Sociale Zaken, Klaas de Vries.

DEN HAAG, 12 AUG. Het zal een pittig gesprek worden dat de nieuwe minister van Sociale Zaken moet voeren met de afgetreden voorzitter van de Sociaal Economische Raad (SER). De minister moet de ex-voorzitter van het overlegorgaan van werkgevers, werknemers en kroonleden consulteren over de vraag wie een geschikte opvolger van de laatste zal zijn. Het gesprek zal vermoedelijk plaatshebben in Pijnacker, de woonplaats van zowel de bewindsman als de voormalige voorzitter van de SER. De consultatie kan overal plaatshebben waar Klaas de Vries gaat of staat. Want hij is zowel de minister als de oud-voorzitter. Met het begin van het tweede kabinet-Kok blijft de politieke banencarrousel op volle toeren draaien. Zo wordt onder meer gezocht naar nieuwe burgemeesters voor Rotterdam, Leeuwarden, Zutphen en Zeewolde, naar een nieuwe commissaris van de koningin van Friesland en ook naar die nieuwe SER-voorzitter. De Vries bevindt zich in de unieke positie dat hij formeel zijn eigen opvolging moet regelen: de minister van Sociale Zaken dient een nieuwe voorzitter van de SER aan te zoeken en te installeren. De procedure die De Vries daarbij moet volgen is niet erg ingewikkeld.

De SER heeft niets te maken met profielschetsen, sollicitatierondes, vertrouwenscommissies en wat dies meer zij. En hoewel De Vries op 21 augustus wordt uitgezwaaid bij de SER, heeft hij ook geen deadline voor welke zijn opvolger geïnstalleerd moet zijn. De procedure is niet in de laatste plaats zo eenvoudig, omdat men nauwelijks ervaring heeft met het vinden van SER-voorzitters. PvdA'er De Vries was de vijfde in de bijna vijftig jaar dat deze controlekamer van de Nederlandse overlegeconomie bestaat. Nummer zes valt meer in een gespreid bedje dan De Vries indertijd, die nog geen twee jaar geleden SER-voorzitter werd. Toen de ex-directeur van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten bij de SER begon, werd zijn benoeming als paarlen voor de zwijnen beschouwd: zo'n politiek zwaargewicht geklonken aan zo'n traag, stroperig en improductief overlegorgaan. Nooit zal duidelijk worden of zijn benoeming er iets mee te maken had, maar tijdens De Vries' 'bewind' veranderde de communis opinio ten aanzien van de SER, die opeens werd geprezen als een orgaan waar - uniek in de wereld - werkgevers en werknemers met elkaar tot overeenstemming wisten te komen. En omdat de Nederlandse economische groei in internationaal opzicht ook uniek bleek, werd het één als het gevolg van het ander gezien. 'Poldermodel' werd het synoniem van 'overlegmodel' en de nieuwe SER-voorzitter zal daar de vruchten van plukken.

De naam van die voorzitter moet in eerste instantie komen van de sociale partners. Zoals inmiddels gebruikelijk zullen zij samen proberen tot overeenstemming te komen, opdat zowel de onafhankelijke kroonleden van de SER als het kabinet niet om de wens van de sociale partners heen kunnen. In kringen van werkgever en werknemers circuleert een aantal namen die eerder in de categorie 'gewenst' vallen dan dat kandidaten daadwerkelijk zijn gepolst. Bovenaan de meeste lijstjes staat een vrouw die uit het vorige kabinet is gevallen: Margreeth de Boer, oud-minister van VROM. Ze heeft nimmer blijk gegeven van betrokkenheid bij sociaal-economische kwesties, maar in de redenering van de sociale partners gold eenzelfde onbevangenheid voor De Vries. En De Boer heeft als krachtig pre dat ze vrouw is.

Een andere gedroomde kandidaat is de burgemeester van Zaandam, Ruud Vreeman. Net als De Boer PvdA'er. Zijn vakbondsverleden is in de ogen van werkgevers en werknemers voor een onafhankelijke opstelling geen belemmering. De korte tijd dat hij nog maar burgemeester is voor hem zelf mogelijk wel. Ook 'kandidaat' PvdA'er Arie van der Hek is nog maar net met een nieuwe baan begonnen, van de HBO-Raad stapte hij over naar het College van Bestuur van de Universiteit Twente. Het ex-Kamerlid werd op dezelfde dag als fractiegenoot De Vries geïnstalleerd en beiden bleven bijna vijftien jaar.

Op de lijstjes van gewenste kandidaten figureren ook de namen van VVD'ers als oud-minister van Milieu Pieter Winsemius en commissaris van de koningin in Zuid-Holland mevrouw Leemhuis-Stout. Het SER-lid Robin Linschoten lijkt daarentegen meer voor de hand te liggen. Lijkt, want weliswaar zien velen in hem een voortreffelijke SER-voorzitter, velen ook zien dat volstrekt niet. Onaanvaardbaar voor òf de werkgevers òf de werknemers zijn evenzeer de oud-vice-voorzitter van de FNV, Ella Vogelaar en de huidige voorzitter van het instituut dat de sociale zekerheid coördineert, Flip Buurmeijer.

Welke kandidaat het ook wordt, hij of zij komt in ieder geval niet rechtstreeks uit de kringen van werkgevers of werknemers zelf, want de nieuwe voorzitter is per definitie een onafhankelijk door de Kroon benoemd lid. De politieke kleur is niet noodzakelijk rood; weliswaar zijn De Vries en zijn voorganger Quené van de PvdA, hun voorganger De Pous was lid van de CHU.

Vermoedelijk houdt het kabinet wel rekening met de kleuren van Haagse functies zoals de voorzitters van Eerste (VVD) en Tweede Kamer (PvdA), de vice-president van de Raad van State (PvdA) en de president van de Algemene Rekenkamer (VVD). Dergelijke banen vallen in dezelfde categorie als de functie van SER-voorzitter. Een vacature die De Vries achterlaat en die hij, gezien de korte periode dat hij voorzitter was, snel vervuld wil zien.