Kunstgift DNB behoort in staatskas

Wie meespeelt in de Nationale Postcodeloterij spekt talrijke goede doelen, al zullen de meeste gokkers zich dat niet realiseren. Wie bankbiljetten van De Nederlandsche Bank op zak heeft, blijkt nu een vergelijkbare weldoener te worden. De centrale bank steekt een deel (110 miljoen gulden) van haar nettowinst over 1998 niet in haar reserves, maar spekt de kas van een nieuwe stichting die nationale kunstaankopen gaat doen.

Wie in de loterij gokt, doet dat vrijwillig, maar De Nederlandsche Bank is voor bijna elke Nederlander onontkoombaar. De centrale bank, die in 1948 werd genationaliseerd, is een publiek monopolie. Zij is de hoedster van de waarde van de gulden op een manier die het meest dienstbaar moet zijn aan de welvaart van Nederland. Op haar miljardenreserves maakt zij winsten in de orde van grootte van 1,6 miljard gulden. De Nederlandsche Bank wil met deze gift aan de natie een gebaar maken nu het zwaartepunt in het monetaire beleid definitief naar Europa verschuift.

Dat particuliere bedrijven op grootse wijze geld weggeven vindt zijn beperkingen in de reactie van de markt. De markt van de consument die overstapt naar een ander product dat goedkoper is, doordat deze extra kosten niet worden gemaakt. Maar ook de financiële markt, waar beleggers bezwaren kunnen maken tegen charitas, hoe moeizaam in Nederland zeggenschap ook geregeld is. In Amerika en Engeland zijn giften van bedrijven, ook aan politieke partijen, gewoon openbaar. Dat maakt het private weldoenerschap wel zo transparant voor de buitenwereld. De Nederlandsche Bank wordt echter niet door marktkrachten gecontroleerd. Zij staat zelfs in vergaande mate buiten controle van het parlement. En die vrijheid legt haar nu beperkingen op.

De huidige schenking ademt een Studio Sport-sfeer: van ons allemaal, voor ons allemaal. Dat is fictie. Realiteit is dat de ene kleine kring een overschot overmaakt aan een andere kleine kring die wordt geleid door een lid van de Raad van State, het belangrijkste adviesorgaan van de regering. De directie en commissarissen van De Nederlandsche Bank hebben een publieke monetaire taak. Zij spelen geen rol in de financiering van andere activiteiten, hoe nuttig zij die zelf ook mogen vinden voor het nationaal belang.

De schenking is, hoe je het ook wendt of keert, willekeur. Waarom wordt dit bedrag niet gebruikt voor de bestrijding van gok-, drugs- of alcoholverslaving? Of voor het behoud van de gebroeders De Boer voor de nationale voetbalcompetitie? Of voor het terugdringen van het aantal verkeersdoden? Of voor de financiering van research in de gezondheidszorg?

De gift draagt - waarschijnlijk onbedoeld - bij aan het groeiende schemergebied tussen publieke taken en het particuliere ondernemerschap. Een grijs en niet of nauwelijks gecontroleerd gebied, waarin hoge ambtenaren commissariaten in het bedrijfsleven mogen bekleden. Waarin procureurs-generaal geen probleem hebben met een commissariaat bij een commercieel bedrijf op het gebied van beveiliging. Waarin monopolistische bedrijven in de energiesector voetbalclubs sponsoren en een sportkanaal menen te moeten exploiteren. Waarin het ministerie van Defensie een tv-serie sponsort om zijn imago te verbeteren en personeel te recruteren.

De overschotten van de centrale bank zijn publiek bezit en vloeien naar de staatskas. De reserve die de centrale bank zelf mag houden kan nooit bedoeld zijn voor giften als deze, zeker niet in de bedragen die nu over tafel gaan. De stichting die het bedrag ontvangt moet zich afvragen of zij dit soort schenkingen ook echt mag aanvaarden.

Minister Zalm van Financiën en president Wellink van de centrale bank lunchen wekelijks, mits hun agenda's dat toelaten. Dat Zalm, die in 's lands belang zijn collega-ministers aan een korte financiële lijn houdt, stilzwijgend akkoord gaat met deze gift, is verrassend.

Eén van de onderscheidende elementen van het eerste paarse kabinet was de nadruk op (herstel van) het primaat van de politiek. Geen besluitvorming in achterafkamertjes met belangengroepen. Niet de netwerken van sociale partners regeren het land, maar het publiekelijk controleerbare kabinet en de gekozen volksvertegenwoordigers. Deze opvatting werd onderstreept door de felle reacties van ministers en andere politici op de crisis in de top van het openbaar ministerie eerder dit jaar, waarin 'super-PG' Docters van Leeuwen een andere richting leek op te gaan dan zijn minister.

Als De Nederlandsche Bank bedragen van deze omvang over heeft, moet zij dat in de staatskas storten. Die is echt van ons allemaal. Parlement en regering kunnen vervolgens beslissen over de besteding daarvan. Dat is wel zo zuiver.

    • Menno Tamminga