Kodakteam

Kapitein P.H. Rutten, hoofd van de justitiële dienst van de marechaussee in het district Zuid-Holland/Zeeland, gaf juli/augustus 1995 leiding aan het zes man sterke zogenoemde Kodakteam, dat namens de Koninklijke Marechaussee leden van Dutchbat verhoorde over de gebeurtenissen tijdens en na de val van de moslimenclave Srebrenica in Bosnië, 12 en 13 juli 1995.

Ook onderzocht dat Kodakteam de vraag hoe het had kunnen gebeuren dat op 26 juli 1995 in een laboratorium van de marine twee filmrollen met foto's die in Srebrenica waren gemaakt door Ruttens naamgenoot R. Rutten, een luitenant van de landmacht, onherstelbaar beschadigd raakten. Vijf zeer geëmotioneerde getuigen van Dutchbat die uit angst voor gevolgen voor hun loopbaan anoniem wilden blijven, legden verklaringen af die niet in het proces-verbaal werden opgenomen. Maar na samenspraak met de commandant van de marechaussee, generaal Fabius, en op diens verzoek, heeft Rutten, zoals hij gisteravond in de tv-rubriek NOVA zei, hun verklaringen beknopt samengevat weergegeven in een zogenoemde managementrapportage. Rutten verbond daaraan de aanbeveling om een strafrechtelijk onderzoek in te stellen. Rutten verklaarde gisteravond dat hij die rapportage op 3 augustus 1995 naar de officier van justitie in Arnhem en naar Fabius had gezonden. Het openbaar ministerie in Arnhem en de toenmalige minister van Defensie, Voorhoeve, ontkennen de tekst van dat managementrapport onder ogen te hebben gekregen. Het rapport is wel verwerkt in het zogenoemde 'Debriefingsrapport' van Defensie, waarin de verklaringen van veel meer militairen over Srebrenica zijn weergegeven.