Kabila bespeelt etnische haat; Congolese leider waarschuwt voor gevaar van groot 'Tutsi-rijk'

In een veelvolkerenstaat als Congo ligt een beroep op etnische sentimenten voor de hand. Om zijn positie tegen de opstandige Tutsi-militairen te versterken, waarschuwt president Kabila alle Congolezen voor het 'imperialisme' van de Tutsi's.

ROTTERDAM, 12 AUG. Het hoge woord is eruit. De Democratische Republiek Congo is, in de woorden van president Laurent-Désiré Kabila, gewikkeld in “een volksoorlog tegen de agressor Rwanda, dat wordt bijgestaan door het verraderlijke Oeganda”. Het officiële spraakgebruik is aangepast aan de grimmige omstandigheden. “De olifant Congo”, aldus Kabila maandag, “zal het weekdier Rwanda verpletteren”.

Kabila's woordvoerder, minister van Informatie Didier Mumengi, verschijnt dezer dagen op persconferenties in Kinshasa in een militair camouflagepak en laat zich begeleiden door lijfwachten met automatische geweren. Mumengi meldde maandag dat “de heldhaftige soldaten van Congo de opmars van de Rwandese agressors en hun Tutsi-handlangers tot staan hebben gebracht”. Of die voorstelling van zaken strookt met de feiten, is niet helemaal duidelijk. Feit is wel dat de vorige week door het rebellenhoofdkwartier in Goma, Oost-Congo, aangekondigde verovering van de strategische steden Kisangani - hoofdplaats van de Oostprovincie - en Matadi - een havenstad aan de monding van de rivier de Congo - nog niet heeft plaatsgehad. Kabila's leger stuurt over land en door de lucht versterkingen naar beide steden en maakt zich op voor een tegenoffensief.

Op Westerse steun hoeft Kabila niet te rekenen. Zijn ambassadeur bij de Verenigde Naties, André Kapanga, ijvert in New York voor een veroordeling door de Veiligheidsraad van de “Rwandese agressie”, maar vindt gesloten deuren. In Washington, dat Kabila's machtsovername in mei vorig jaar welwillend bejegende en hem indirect, via door Amerikanen getrainde Rwandese militairen, zelfs een handje hielp, overheerst inmiddels de kritiek op zijn omgang met de rechten van de Congolese mens. In Parijs geldt hij als anti-Frans en dat zegt genoeg. Het voormalige koloniale moederland België bewandelt de diplomatieke middenweg. Minister van Buitenlandse Zaken Erik Derycke drukt tegelijkertijd zijn zorgen uit over “de schending van Congo's territoriale onschendbaarheid” en over de jongste “etnische ontsporingen in Kinshasa”. De minister doelde op pogroms tegen etnische Tutsi's.

De opstandige Banyamulenge (Congolese Tutsi's van Rwandese afkomst) kunnen rekenen op steun van Rwanda (bewezen) en Oeganda (beweerd) - beide verwijten Kabila dat hij hun westgrenzen niet heeft gevrijwaard van rebellen - terwijl Kabila vooralsnog alleen staat in Midden-Afrika. Hij zal zich alleen kunnen handhaven als hij een 'Congolees' front weet te smeden tegen de revolterende Tutsi-militairen, als hij andere, hem evenmin gunstig gezinde buurlanden als Congo-Brazzaville en Angola weet te bewegen tot terughoudendheid en elders in Afrika steun wint voor de zaak van Congo's territoriale onschendbaarheid.

In de veelvolkerenstaat Congo is het niet eenvoudig 'nationale' snaren te bespelen en is de verleiding groot etnische ressentimenten wakker te schudden. De rebellen doen dat door Kabila bevoordeling van zijn eigen Balubavolk aan te wrijven. Kabila en zijn generale staf doen het op hun manier. Deze week riepen zij het spookbeeld op van een 'Groot Hima-Tutsirijk', met Museveni van Oeganda als keizer en vice-president Paul Kagame van Rwanda als groot-vizier.

De Hima of Tutsi - de namen zijn inwisselbaar - zijn een herdersvolk dat volgens Oegandese en Rwandese overleveringen eeuwen geleden vanuit het noorden het gebied van de Grote Meren bevolkte en tot ver in de koloniale periode de heersende bovenlaag vormde in de koninkrijken Angkole (in het huidige Oeganda), Rwanda en Burundi. Dat de huidige leiders van Oeganda en Rwanda zich voorstanders tonen van regionale integratie in het Grote Merengebied is wel uitgelegd als de 'droom van een Tutsirijk', dat Oeganda, Rwanda, Burundi en Oost-Congo zou moeten omvatten. Aanhangers van deze theorie wijzen erop dat Museveni stamt uit een clan van Bahima-veehouders in Angkole en dat Kagame een telg is uit de koninklijke familie van Rwanda. Het hele idee is ontsproten aan het brein van fanatieke Rwandese Hutu's die het als rechtvaardiging beschouwden voor massamoord op Tutsi's. Verwijzend naar de mythische herkomst van de Hima-Tutsi riepen deze Hutu-ideologen in april 1994 op “hen terug te sturen naar Ethiopië”. Wekenlang voerden de rivieren de lijken naar het noordoosten.

Het historisch besmette denkbeeld van Tutsi-imperialisme vindt in het hedendaagse Congo opnieuw aanhangers. Het schiet wortel in ongunstige ervaringen. De inwoners van Kinshasa stoorden zich aan de Rwandese en Banyamulenge-soldaten die na Kabila's intocht op 17 mei 1997 de dienst gingen uitmaken in de hoofdstad. Toen Kabila twee weken geleden alle Rwandese militairen naar huis stuurde, barstten de kinois uit in uitbundige vreugdezang. Zelfs in hun geboortestreek Kivu vormen de Banyamulenge een gewantrouwde minderheid. Een verslaggeefster van het Belgische dagblad Le Soir, die maandag een bezoek bracht aan het rebellenhoofdkwartier in Goma, registreerde deze uitspraak van een stadsbewoner: “Dankzij de Rwandezen zijn we van Mobutu verlost. Vandaag bevrijden de Rwandezen ons van Kabila, die op zijn beurt een dictator leek te worden, maar we willen niet overheerst worden door de Tutsi's, Congolees of Rwandees. Wie zal ons van hen bevrijden?” Het zijn die gevoelens die Kabila c.s. bespelen, als zij zeggen dat “Congo de droom van een Tutsirijk zal veranderen in een nachtmerrie”. Dat dit gepaard gaat met “etnische ontsporingen” laat zich raden.

Om steun te werven bij andere Afrikaanse staten voert Kabila's generale staf een tweede spookbeeld ten tonele, dat menig Afrikaanse leider boze dromen bezorgt. Woordvoerder Mumengi zei gisteren: “Wij zouden graag zien dat de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE) Rwanda en Oeganda dwingt het beginsel van de onschendbaarheid der Afrikaanse grenzen, zoals geërfd van 'Berlijn 1885', te eerbiedigen.” Als Kabila's 'volksleger' de opmars van de Tutsi-coalitie weet te stoppen, maar er niet in slaagt deze terug te dringen, kan dit leiden tot een militaire patstelling en een door Tutsi's gecontroleerde bufferzone in Oost-Congo. Het is niet uitgesloten dat de rebellenoperaties in West-Congo alleen zijn bedoeld om Kabila's troepen te binden, zodat de Tutsi-coalitie in het oosten de vrije hand heeft.

Zo'n bufferzone dient misschien de veiligheidsbelangen der Rwandezen en Banyamulenge, maar betekent desintegratie van de staat Congo. Een eventuele aansluiting bij Rwanda betekent een wijziging van ide grenzen, zoals die zijn vastgesteld tijdens het Congres van Berlijn in 1885, toen de koloniale mogendheden Afrika onderling verdeelden. Na de dekolonisatie heeft de OAE de onschendbaarheid van de 'grenzen van 1885' tot onaantastbaar leerstuk verheven. Want als er één grens sneuvelt op dit continent van grensoverschrijdende volken, gaan er meer, en het is dat schrikbeeld dat Kabila, op zoek naar medestanders, de rest van Afrika voorhoudt.