Je ziet niet wat je ziet in Iraanse film over film

Ayneh (De Spiegel). Regie: Jafar Panahi. Met: Mina Mohammad Khani, Kazem Mojdehi, T. Samadpour, N. Omoumi. In: Rialto, Amsterdam; Haags Filmhuis, Den Haag; Cinemariënburg, Nijmegen.

De bussen in Teheran hebben een manneningang (vóór) en eentje voor vrouwen (achter). Dat is slechts een van de dingen die je gaan opvallen als je niet meer op het spel met fictie en werkelijkheid let dat Ayneh (De Spiegel) de toeschouwer voortovert. Zoals het opeens ook van betekenis wordt dat de jonge actrice die de achtjarige hoofdpersoon speelt bevrijdend kort haar heeft onder haar strak geknoopte hoofddoek.

Ayneh is de tweede speelfilm van de Iraanse regisseur Jafar Panahi (1960), een geestverwant van landgenoten Abbas Kiarostami en Mohsen Mahkmalbaf. Hun films zijn nu eens documentaires vermomd als speelfilms, dan weer fictie in een al te realistisch jasje. Vaker zijn het nauwelijks te ontwarren, maar vermakelijke en tot nadenken stemmende kluwens van fantasie én werkelijkheid, waarin hoofdpersonen hun filmrol becommentariëren en scènes later in de film worden ontkracht of herroepen. Het is een manier om de censors te misleiden, maar belangrijker nog een politieke stellingname tegen begrippen als waarheid en leugen. Kijk maar, je ziet niet wat je ziet, betogen hun films. Iets wat een westers publiek, getuige het bescheiden succes dat deze films buiten Iran hebben, uit postmoderne waarheidsmoeheid ook zeer kan bekoren. Panahi's films bijvoorbeeld werden tijdens de filmfestivals van Cannes en Locarno bekroond.

Wat voor Panahi, Kiarostami en Mahkmalbaf de enige manier is om films te kunnen maken, wordt echter voor een niet-Iraanse toeschouwer al snel een spelletje of een trucje dat hij al eerder heeft gezien. Dat Ayneh geen film is over een meisje dat door haar moeder aan de schoolpoorten wordt vergeten en besluit in haar eentje de weg naar huis te zoeken, is dan ook na een uitgebreid roulement van Mahkmalbafs films vorig jaar geen echte verrassing meer. Maar de manier waarop hij dat niet is, is toch ook weer te goed gevonden om hier te verraden.

Los van de plot valt bovendien op hoe met Panahi's eenvoudige, naturel-cameravoering een heel complex aan vooronderstellingen over filmwerkelijkheid en de echte realiteit kan worden opgeroepen. Zo worden je verbeeldingskracht en je kritische blik tegelijkertijd aangesproken en dat is een aangename sensatie tegenover puur documentaire ervaringen of de verleidende kracht van Hollywood. Waardering gaat ook uit naar hoofdrolspeelster Mina Mohammad Khani, die ook al de hoofdrol in Panahi's speelfilmdebuut De witte ballon voor haar rekening nam, en die over zo'n uitgebalanceerd, al is het nog wat ongevormd, scala van emoties beschikt dat je haar een acteercarrière zonder hoofddoek zou toewensen.