Het berouw van goedgelovigen

Jean-Paul Sartre schreef ooit over zijn grootmoeder: “Zij geloofde in niets; slechts haar scepsis weerhield haar ervan atheïst te worden.” Na een televisie-avond met 89 zenderwisselingen schoten deze woorden mij te binnen - niet in het Frans uiteraard, want ik ben schoolgegaan.

Geen kijker zal het ontgaan zijn: indien de televisie gisteren vervuld was van iets, dan was het scepsis. De geur ervan hing in de lucht tijdens het NCRV-programma Boven water waarin Mieke van der Wey de hoofdredacteur van het NOS-journaal Nico Haasbroek interviewde. En de ether droop ervan toen in NOVA Maartje van Weegen minister van Defensie De Grave aan de tand voelde over de afwikkeling van de Srebrenica-affaire.

Nu is mistrouwigheid niet de slechtste menselijke eigenschap, maar ook niet de beste, want dikwijls is ze overbodig. Beschavingen vallen zelden door scepsis, en regeringen al helemaal niet. Daartoe is het doorgaans voldoende om gewoon toe te kijken en te beschrijven wat er gebeurt - en zie, daar verschijnen reeds de barsten in de façade en parelen de zweetdruppels op de voorhoofden der gezagsdragers. Achterdocht is vaak weinig meer dan het berouw van goedgelovigen.

Wat ik wil zeggen, is dat ook zonder scepsis er geen enkele reden is geloof te hechten aan de werkelijkheid. Desalniettemin bracht de op de beeldbuis geëtaleerde argwaan enige verlichting op een avond die overwoekerd dreigde te worden door het aanbod van herhalingen op prime time : een episode uit Blik op de weg, NCRV's laatste poging Nederland te redden, een aflevering van Alexander Stein, de Duitse 'krimiserie' van zestig minuten die meestal een uur te lang duurt, en een deel uit Veronica's All you need is love, het amusementsprogramma van Robert ten Brink over, nu ja, blijkbaar over iets. Toch haalde Ten Brinks recente transfer naar concurrent SBS 6 ook van deze krant de voorpagina, hetgeen een indicatie moet zijn van het belang van hem voor ons vaderland.

Gelukkig won gisteren de scepsis, hoewel zij weinig vruchtbaar werd gehanteerd in wat men bijna als 'waarheidvinding' zou omschrijven. Mieke van der Weys sceptische houding tegenover Haasbroek verdampte vrijwel onmiddellijk door diens apodictische toon (zelfs toen hij onthulde met de gedachte te spelen voortaan elke journaalaflevering te besluiten met een stichtelijk spreuk). Dit kwam omdat zij niet genoeg had toegekeken en had opgeschreven wat zij zag. Nu kwam ze niet verder dan de suggestie dat het Journaal verinfantiliseert, 'ver-sbs-zest', en meer ruimte geeft aan straatinterviews in Appingedam over de tegenvallende wormenvangst dan aan ingewikkelde oorlogen in verre landen.

Maartje van Weegen had in NOVA geen leeg papiertje voor zich om haar scepsis mee te wapenen, doch “twee a-viertjes vol erge dingen”, zoals zij dit uitdrukte. Het betrof het Managementrapport dat de marechaussee vervaardigde over de gedragingen van Dutchbat tijdens het Joegoslavische debacle, maar nooit meer boven tafel was gekomen. Van Weegen beging helaas met bijna door tranen verstikte stem de - in Nederland altijd op de loer liggende - uitglijder om te zeggen dat de gerapporteerde misdragingen haar “aan de jaren 40-45 deden denken”.

Dit lijkt mij geschiedkundig aanvechtbaar. Veel eerder doet een en ander terugdenken aan de rare tijd voorafgaand aan de uitzending van het nauwelijks bewapende Nederlandse contingent naar een enclave die geen enkel ander land wilde 'beschermen'. Te onzent heerste destijds een zonderlinge mengeling van bloeddorst en de behoefte voor het oog der wereld 'iets te doen'. Als ik mij goed herinner, wilden de militairen zelf helemaal niet hun centraal verwarmde kazernes uit, maar de roep om 'in te grijpen' (die ook klonk uit de keel van menig parlementariër) zorgde voor de eerste - en beslissende - stap op een route die met humanitaire bedoelingen was geplaveid maar onontkoombaar leidde naar een mijnenveld.

Had men toen maar gewoon gekeken en opgeschreven wat men zag. Nu bleek de scepsis toch weer het berouw van goedgelovigen.