Felle concurrentie dwingt tot BP Amoco

De fusie tussen BP en Amoco is vooral ingegeven door de noodzaak tot scherpe kostenbesparing in de olie- en aardgasbranche die geplaagd wordt door aanhoudend lage olieprijzen en smalle winstmarges. Door hun alliantie ontwikkelen de partners ook meer financiële slagkracht.

ROTTERDAM, 12 AUG. “We plan prudently and think radically”, scheef Sir John Browne, president-directeur van British Petroleum in het jaarverslag 1997 van zijn bedrijf. Met herhaalde nadruk op de groeistrategie van BP stak de 50-jarige Browne zijn 56.000 werknemers een hart onder de riem na een recordjaar waarin hij de twee grootste concurrenten, Exxon en Shell, de loef afstak.

BP wist vorig jaar, terwijl de structurele daling van de olieprijs inzette, zijn nettowinst met 13 procent op te voeren. Ook Exxon slaagde erin zo'n groei te behalen, waar Shell een winstdaling van 17 procent moest incasseren. Maar met de belangrijkste graadmeter in de olie-industrie, het rendement op geïnvesteerd vermogen, haalde BP de top: 17 procent.

Als de fusie lukt, maakt de 50-jarige natuurkundige en econoom Browne, tevens beoogd bestuursvoorzitter van BP Amoco Plc, zijn radicale groeistrategie waar. Want met Amoco samen kan hij fors in de kostenstructuur van het bedrijf snijden en kapitaal vrijmaken voor grote olie- en gasprojecten in veelbelovende regio's. In BP-termen heten die New Frontiers: de Kaspische Zee, Siberië, het Shakalin-eiland in Oost-Rusland, Vietnam, Colombia en Venezuela. Binnen enkele jaren moet de synergie-operatie met het Amerikaanse Amoco al 2 miljard dollar opbrengen, onder meer door een personeelsreductie van 6.000 medewerkers.

Bij BP heeft Browne laten zien wat reorganisatie en samenwerking teweeg kunnen brengen. De Europese downstream-activiteiten (raffinage en verkoop) werden gefuseerd met die van Mobil, onder een gelijktijdige forse kwaliteitsverbetering van de raffinaderijen. De markt vraagt om schonere brandstoffen en een aanpak van het broeikasprobleem. BP was de eerste oliemaatschappij die bij monde van Browne beperking van de CO2-emissies bepleitte. Net als Shell hebben BP en Amoco zich de afgelopen jaren op de zonne-energie gestort.

De eerste prioriteit van de fusiepartners is versterking van de kernactiviteiten: olie- en gaswinning. Kostenbesparing is hun voornaamste doel, zodat ze hun (derde) positie op de ranglijst van grote oliemaatschappijen - tot de fusie de Seven Sisters genoemd - op z'n minst behouden. Nu de olieprijzen door overproductie in een dal zitten, komt de alliantie op een gunstig moment.

Door toepassing van de slimste werkmethoden kan BP de snel krimpende marges in de olie-industrie nog enigszins op peil houden. Vorig jaar behaalde de onderneming een nettowinst van twee dollar per vat gewonnen olie, het hoogste niveau in de branche. Wat betreft oliereserves (voorraden onder de grond) maken de fusiepartners een flinke sprong vooruit en met een dagproductie van ruim 3 miljoen vaten olie en gas (equivalenten) kunnen ze zich meten met een middelgrote Opec-producent.

Browne ontkwam gisteren bij de presentatie van het fusieplan niet aan reclameslogans: “We stonden tot nu toe aan de top van de tweede divisie, maar we werden nog beperkt in wat we konden doen. Deze deal verandert het spel en duwt ons in de superliga.” En: “Dit is een agressieve actie, geen defensieve.”

Met Amoco als grootste gasproducent en derde olieproducent in de Verenigde Staten maakt Browne een goede kans als er fors gereorganiseerd en gemoderniseerd wordt, vooral in de raffinage en verkoop van autobrandstoffen bij Amoco. Vorig jaar waren er al geruchten dat Amoco die sector wilde bundelen met Mobil om de kosten omlaag te brengen en meer investeringskracht te ontwikkelen. Volgens Amerikaanse analisten schoot het bedrijf tekort in zijn internationale raffinage-activiteiten en zou een fusie met een grote marktpartij slechts een kwestie van tijd zijn geweest.

Dat de fusie met BP voor de Amerikaanse partner aantrekkelijk is, valt af te leiden uit de resultaten van Amoco over het eerste halfjaar van 1998. Alle oliemaatschappijen zagen hun winst afkalven door de lage olieprijzen. Amoco had extra te lijden van de lage aardgasprijzen in de VS en moest zowel in het eerste kwartaal als over de eerste zes maanden veruit de grootste winstdaling van alle Seven Sisters incasseren: respectievelijk 36 en 43 procent.

Dat BP de belangrijkste partner is bij de 'fusie' komt tot uitdrukking in de samenstelling van de directieraad van BP Amoco. Die telt dertien leden van BP, van wie er zes in de raad van bestuur (executive board) komen, en negen leden van Amoco, dat twee bestuursleden levert. De directieleden die buiten het bestuur blijven zijn toezichthouders, te vergelijken met een Nederlandse raad van commissarissen.

De exploratie- en productie-activiteiten (winning van olie en gas) in het Westelijk halfrond zullen vanuit Houston (Texas) worden geleid, waar BP en Amoco beide kantoren hebben. Het brandstoffenmerk BP zal in alle Amerikaanse BP-tankstations geleidelijk aan door dat van Amoco worden vervangen, terwijl de BP-stations in de rest van de wereld dit merk behouden.