Enthousiaste jonge musici

Concert: Nationaal Jeugd Orkest o.l.v. Jansug Kakhidze, m.m.v. Jürgen Kussmaul (altviool). Programma: Moessorgski: Nacht op de kale berg. Bartok: Altvioolconcert. Sjostakowitsj: Tiende Symfonie. Gehoord: 11/8 Concertgebouw Amsterdam.

Het Nationaal Jeugd Orkest, dat begin van dit jaar zijn veertigjarige bestaan vierde, is samengesteld uit de betere conservatoriumstudenten en de beste amateurs tussen de 15 en 25 jaar.

Omdat het orkest een brug wil slaan naar de naderende beroepspraktijk, is de programmering opmerkelijk ambitieus. Toch gaapt er nog een diepe kloof tussen het niveau van het Nationaal Jeugd Orkest en de kwaliteit van de beroepsorkesten, zo bleek gisteravond in het Amsterdamse Concertgebouw.

In de geanimeerde uitvoering van Moessorgski's Nacht op de kale berg in de originele versie, stoorden alleen de niet altijd even zuivere samenklanken, waarbij de fluiten in het zachtjes afstervende slotakkoord de kroon spanden. Maar het kleurrijke enthousiasme waarmee de jonge musici het geklets van de heksen en de verheerlijking van satan symboliseerden, compenseerde alle schoonheidsfoutjes.

Problematisch werd het concert van het Nationaal Jeugd Orkest pas tijdens de te hoog gegrepen uitvoering van Bartoks Altvioolconcert, waarin altviolist Jürgen Kussmaul de chaos vergeefs probeerde te bedwingen door overdreven duidelijk de maatstrepen van dit ritmisch zo complexe werk te benadrukken. Met zijn diep-glanzende toonvorming stelde Kussmaul alles in het werk om de schoonheid van Bartoks laatste concert tot zijn recht te laten komen, maar zijn inspanningen bleven vergeefs.

Kakhidze dirgeerde het concert alsof er überhaupt geen solist aan te pas kwam, en ondernam geen enkele poging om de hopeloze contactstoornis tussen de solist en de ijverig hun moeilijke noten spelende orkestleden te overbruggen. Het resultaat was een als los zand opstuivende aaneenschakeling van schijnbaar willekeurig thema's en motieven. Bij wijze van toegift speelde Kussmaul met serene toewijding een Sarabande uit de cellosuites van Bach, waarmee de rust wederkeerde.

Veel overtuigender musiceerde het orkest tijdens de enerverende uiteenzetting van de Tiende symfonie van Sjostakowitsj, waarin ook de soli van ondermeer de hobo, de fagot, de fluit en de hoorn over het algemeen overtuigden door het hoge instrumentale niveau en de muzikale intensiteit.

Voor de strenge Kakhidze vormde Sjostakowitsj klaarblijkelijk de aantrekkelijkste uitdaging, want pas nu verruilde hij zijn onbewogen gestiek voor bevlogen gebaren, waardoor de gruwel-daden van Stalin en de zijnen op markante, groteske en af en toe waanzinnige wijze afgeschilderd werden.