Een visitekaartje voor de onafhankelijke Belgische film; Twee broers in de hel van Luik

Hombres complicados. Regie: Dominique DeRuddere. Met: Dirk Roofthooft, Josse De Pauw, Hilde Van Mieghem, Lies Pauwels, Johanne Saunier. In: Desmet, Amsterdam; Springhaver, Utrecht; Filmcentrum Poelestraat, Groningen; Cinemariënburg, Nijmegen; Filmtheater Lumen, Delft.

Ook in België bestaat veel frustratie bij filmmakers over de rol van de traditionele filmproducenten, die de aansluiting bij de smaak van het publiek en bij de dadendrang van het creatieve talent lijken te verliezen. Regisseur Dominique DeRuddere, die in 1987 veelbelovend debuteerde met de subversieve Bukowskiverfilming Crazy Love, voltooide sindsdien twee internationale coproducties, Wait Until Spring Bandini (1989) en Suite 16 (1994). Ondanks de aanzienlijke budgets beantwoordde geen van beide films aan de hoge verwachtingen. In de winter van '96-'97 draaide DeRuddere in achttien dagen zijn vierde film, een eigen low-budgetproductie met medewerking van zijn kompanen van het eerste uur, co-scenarist Marc Didden en acteurs als Josse De Pauw en François Beukelaers. Alsof ze hun solidariteit wilden betuigen met DeRuddere worden gastrollen vervuld door Belgische collega-regisseurs als Didden (een chagrijnige campingbaas), Jaco Van Dormael (Toto le héros) en Harry Cleven (Abracadabra) als een neurotische beroepsmoordenaar. Het wonder geschiedde, want Hombres complicados, zoals DeRuddere's film heet, is een zeer geslaagde terugkeer naar de periode van Crazy Love en van Diddens vroege films Brussels by Night en Istanbul: een fantasierijke zwarte komedie, met een flinke dosis realisme.

De door Arno Hintjens geschreven titelsong van Hombres complicados, een ironisch-dreigende rock-mars, zet al meteen de toon voor de film, die laat zien hoe in een somber decor het toch nog goed kan komen met vergooide levens.

De hoofdpersonen zijn twee broers uit Brussel, die niet méér van elkaar konden verschillen. Bruno (De Pauw) is een verlepte burgerman, die nooit van zijn moeder los heeft kunnen komen. Als douanier is hij een dienstklopper, thuis zit hij onder de plak van een verzuurde echtgenote (Hilde Van Mieghem) en een altijd ziek zoontje. Broer Roger (Dirk Roofthooft, de toneelacteur die hier zijn eerste filmhoofdrol speelde en sindsdien onafgebroken voor de camera stond) is een leugenachtige klaploper, die achtervolgd wordt door twee Luikse mafiosi wegens oningeloste schulden. Hij tracht zijn moeder geld af te troggelen, maar die stelt hem alleen maar Bruno ten voorbeeld. Als de moeder kort daarna komt te overlijden, weet Roger Bruno te overreden tot het besteden van de piepkleine erfenis aan een gemeenschappelijke vakantie in de Ardennen, want zo zou 'make' het gewild hebben. Met een smoes troont hij zijn broer mee naar Luik, om hem te verleiden tot het doen van corruptiebeloften aan zijn schuldeisers.

Met veel vaart en inzicht schetst DeRuddere Luik als een vrolijke hel, waar God noch gebod meer geldt. Hier is niemand zijn leven meer zeker, vooral Vlamingen niet, die, zoals Roger uitlegt, voor Waalse criminelen nog minder waard zijn dan allochtonen.

Het scenario van Hombres complicados kent verschillende aardige wendingen, maar de kracht van de film zit toch vooral in de sfeertekening en in de voortreffelijke acteurs, met name Roofthooft en De Pauw als Kaïn en Abel.

Ook in de technische categorieën laten Belgische toptalenten als cameraman Willy Stassen, decorontwerper Hubert Pouille en editor Ludo Troch zien wat ze waard zijn in dit visitekaartje voor een onafhankelijke cinema, te vergelijken met het soort films dat in Nederland bij voorbeeld Theo van Gogh en Eddy Terstall maken.