Verdeeld Nigeria levert 'strijd om de ziel van de natie'

De veelvolkerenstaat Nigeria is op zoek naar een nieuwe fundering. Het centralisme dat de militairen het land hebben opgelegd, voldoet niet meer. Herverdeling van de macht tussen volken en regio's kan het proces van democratisering doen ontsporen.

LAGOS/KADUNA, 11 AUG. Als een oude man struikelt, kijkt hij om, omdat hij wil weten waarom hij bijna viel. Overkomt een jonge man dit, dan holt hij zonder om te kijken door. Met dit gezegde illustreren Nigeriaanse politici in het zuidwesten en zuidoosten dat de tijd is gekomen om de fundering van de natie te herzien. Dat de tijd rijp is voor een herbezinning op de politieke constellatie in Nigeria, is overduidelijk. Of de politieke klasse volwassen genoeg zal blijken om oplossingen te vinden voor dit nijpende probleem, is minder zeker.

Het debat over een mogelijke herverdeling van de macht tussen de diverse regio's en stammen in dit land met ruim 100 miljoen inwoners, leidde de afgelopen weken tot een steeds heviger belangenstrijd. Dreigementen en beschuldigingen vliegen over en weer. “Ik vrees dat we er niet uit komen. Een nieuw burgerregime kan straks struikelen over deze geschillen”, voorspelt een invloedrijk politicus in de noordelijke stad Kaduna.

Onder de kop 'Bent u gemarginaliseerd?' opende de krant Vanguard onlangs een nieuwe rubriek op haar voorpagina. 'De nationale kwestie' heet het debat in de volksmond. “Een strijd om de ziel van de natie” noemt Emeka Izeze, hoofdredacteur van de gerespecteerde krant Guardian de discussie.

Waarnemers zien de oplossing van het slepende conflict tussen de regio's als urgenter dan de vraag wie Nigeria bestuurt, militairen of burgers. “Het probleem van Nigeria is nu niet vrije verkiezingen”, meent een intellectueel uit het zuidoosten. “Er moeten eerst nieuwe federale structuren komen, dan kunnen we aan democratie gaan denken, dan kunnen alle Nigerianen zich verwant gaan voelen met hun heersers.”

Er bestonden verscheidene stamstaten in de prekoloniale periode. De Britse kolonisten creëerden drie regio's die ze gescheiden bestuurden. Bij de onafhankelijkheid van Nigeria in 1960 bleven deze regio's bestaan met ieder een sterke vorm van autonomie: de Yoruba is het zuidwesten, de Igbo in het zuidoosten en de Hausa-Fulani in het islamitische noorden. Na de eerste militaire staatsgreep, in 1966, trok het leger alle macht naar zich toe in een sterke gecentraliseerde regering. De mislukte poging van de Igbo, eind jaren zestig, om de onafhankelijke staat Biafra te stichten, noopte de militairen tot meer decentralisatie. De achtereenvolgende militaire regimes creëerden 36 deelstaten en Nigeria heet nu een federale republiek.

Deze oplossing blijkt echter niet te voldoen. “De militairen bouwden een administratieve structuur als in de strijdkrachten, met een ondemocratisch centraal gezag”, zegt een politicoloog. “In werkelijkheid is Nigeria een van de meest gecentraliseerde staten ter wereld. De deelstaten hebben nauwelijks autonomie. Vrijwel alle nationale inkomsten vloeien naar de regering, die ze vervolgens uitdeelt aan de deelstaten. De verdeling van de nationale inkomsten is nu als op een mierenhoop waarop je wat honing laat druppelen. Het is het klassieke model van verdeel en heers.”

Nigeria valt inmiddels veel moeilijker te besturen dan bij de onafhankelijkheid. In Yorubaland, rond de steden Lagos en Ibadan, ontwikkelden zich grote industrieën. De olie in het zuidoosten werd gevonden bij relatief kleine minderheidsgroepen als de Ogoni en de Ijau, en zij nemen afstand van de Igbo die hen omringen. Het noorden bleef het meest homogeen. De noorderlingen leverden sinds de onafhankelijkheid vrijwel alle presidenten, maar het ontbreekt hun aan economische macht. De legertop raakte gedomineerd door noorderlingen.

De annulering door de militairen van de verkiezingsoverwinning van de zuiderling Moshood Abiola in 1993, gooide de knuppel in het hoenderhok. De Yoruba in het zuidwesten ervoeren dit als het ultieme bewijs van noordelijke overheersing. “De noorderlingen domineren Nigeria, ze willen de macht niet delen”, roept de Yoruba-leider Abraham Adesanya. “We eisen een herverdeling van de macht. Anders gaat Nigeria uiteenvallen.”

Igboleider Alex Ekwueme legt zijn eisen al even krachtig op tafel. “We willen de federale structuren terug die we van de Britten erfden”, betoogt hij. “Nu we terugkeren naar een burgerregime willen we ook het systeem terug van voordat de militairen de macht grepen in 1966. Dit conflict moet hoe dan ook worden opgelost, nog vóór de militairen volgend jaar de macht overdragen.”

In het noorden wordt het debat over herschikking van de federale structuren met argwaan begroet. Liman Chiroma is een invloedrijke noordelijke politicus, die jarenlang een belangrijke rol speelde bij de vorming van regeringen. “Ze houden er een geheime agenda op na”, zegt hij in Kaduna over de zuiderlingen. “Ze willen de olie inpikken.” Bedachtzaam reageert hij op de vraag of de noordelijke politieke klasse de meeste verantwoordelijkheid draagt voor de aangescherpte politieke spanningen. “Misschien misbruikten we het vertrouwen. Wij noorderlingen kunnen ons er niet op laten voorstaan de afgelopen jaren geweldige leiders te hebben voortgebracht. Laat de zuiderlingen het daarom maar eens proberen. Het probleem is echter dat ze niet over een goede leider beschikken.”

Liman behoort tot de gematigde noorderlingen. In het huis van de noordelijke politicus Abdurrahman Okene in Kaduna hebben zich traditionele oudsten verzameld. Bezoekers gaan bij binnenkomst voor hen op de knieën. Terwijl in het zuiden van het land de plotselinge dood van president Abacha met algehele vreugde werd ontvangen, weigeren deze oudsten hun medenoorderling volmondig te veroordelen. “Als die uit het zuiden klagen over noordelijke dominantie, gaan wij klagen dat zij de economische macht hebben afgenomen”, zegt Okene. “Natuurlijk hoeft de volgende president niet uit het zuiden te komen. Laat de beste kandidaat winnen.”

Het uitgebroken debat over de nationale kwestie wordt niet zozeer gevoed door tribale sentimenten. De stammentegenstellingen in Nigeria zijn in vele opzichten minder emotioneel bepaald dan in bijvoorbeeld Soedan, Kenia of Rwanda.

De competitie heeft bovenal betrekking op wie welk aandeel krijgt in de gigantische nationale rijkdommen. De minderheidsstammen in het zuidoosten hebben vermoedelijk de meeste reden tot ontevredenheid. Hun gebieden produceren de olie maar behoren tot de allerarmste van het land. Udo Udomo komt uit een invloedrijke familie vaan de zuidoostelijke minderheidsstam de Ibibio. Hij zegt: “Eisen van de Yoruba voor nieuwe federale structuren zijn ingegeven door hun wens de macht van de noorderlingen over te nemen. Zij willen hun beurt om uit de ruif te eten.”

De nieuwe militaire president, Abdulsalam Abubakar, mengt zich niet in de strijd voor herverdeling van de macht. Volgens critici draait hij daarmee om deze hete brij heen. Hij wil 'de nationale kwestie' overdragen aan de burgerregering, die dan maar een oplossing moet vinden. Hij kondigde aan dat een in 1995 door een nationale conferentie opgestelde grondwet van kracht zal worden. Kreeg tot nu toe iedere deelstaat twee procent van de inkomsten van de daar geproduceerde grondstoffen, na de bekrachtiging van de nieuwe constitutie wordt dat dertien procent. Er komt een verplichte rotatie van het presidentschap tussen noord en zuid.

Voor de noorderlingen is met de nieuwe grondwet de zaak opgelost. De zuiderlingen eisen echter veel ingrijpender hervormingen. Yoruba-leider Adesanya wil een opdeling van het land in acht autonome zones die ieder zestig procent van hun inkomsten mogen behouden. Igbo-leider Ekwueme wil zes autonome zones met ieder een eigen politiemacht. “De federale regering krijgt nog veel te veel macht volgens de nieuwe grondwet”, aldus Ekwueme. “Ze zou niets meer te maken moeten hebben met lokale aangelegenheden.”

De drie grootste stammen maken zich op voor een hevige belangenstrijd en ook de minderheidsgroepen laten steeds luider van zich horen. De noordelijke politicus Muhammadu Yusufu waarschuwde deze week voor de hoog opgelopen spanningen die het democratiseringsproces van Abubakar kunnen doen ontsporen. Het kan voor de militairen een gemakkelijk excuus worden om de burgerpolitici opnieuw onbekwaam te verklaren het land te regeren.

    • Koert Lindijer