Van Melkertbanen wordt 20 pct regulier

ROTTERDAM, 11 AUG. Eén op de vijf Amsterdammers die sinds 1995 werken via een Melkertbaan heeft regulier werk gevonden. Dat blijkt uit een onderzoek naar de uitstroom van werknemers met een Melkertbaan van NV Werk, de bemiddelaar van gesubsieerde arbeidsplaatsen in Amsterdam.

Van de ruim 9.000 werkzoekenden die de afgelopen vier jaar via NV Werk aan de slag gingen, hebben 2.500 hun Melkertbaan vaarwel gezegd. Een kwart van hen is teruggevallen op een uitkering van de Sociale Dienst, de rest van de uitstromers vond een reguliere baan of ging een opleiding volgen.

De directeur van NV Werk P. Verhey noemt de resultaten redelijk. Positief noemt hij de gunstige score van allochtone werknemers. Die vinden net zo vaak regulier werk als anderen met een Melkertbaan. “Dat bevestigt dat de allochtone doelgroep in gelijke mate kan profiteren van de maatregel.”

Verhey schat dat een op de zes werklozen er nog steeds weinig voor voelt een Melkertbaan te accepteren. NV Werk heeft onlangs aangekondigd om samen met de Sociale Dienst moeilijk plaatsbare werklozen via een project in Amsterdam-Zuidoost door commerciële bemiddelaars te laten plaatsen.

Landelijk werken ruim 28.000 werknemers via Melkertbanen in de publieke sector. Ongeveer de helft van werkt via gemeentes, die werknemers onder meer inzetten bij openbare veiligheid en toezicht, bijvoorbeeld als tramconducteur of stadswacht, maar ook in het onderwijs, als conciërge op een school. De andere helft werkt in de zorgsector, veelal in ziekenhuizen, verpleeghuizen en verzorgingstehuizen.

Een werknemer met een Melkertbaan verdient honderd tot honderdtwintig procent van het minimumloon bij een werkweek van 32 uur. Voor een alleenstaande komt dat neer op een bedrag van zo'n 1.300 gulden per maand.

Volgens een woordvoerder van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn landelijk ruim 4.000 werknemers met een Melkertbaan, zo'n 15 procent van het totaal, “uitgestroomd”, hetzij naar regulier werk, hetzij terug naar een uitkering. Het ministerie onderzoekt nog hoe landelijk de verhouding tussen uitstromers naar een baan en uitstomers naar een uitkering verdeeld is.