Uitlaatklep voor de ziel

Een week geleden is Popolitika van het tv-scherm gehaald. Zes jaar lang haalde dit populaire politieke discussieprogramma iedere maandagavond hoge kijkcijfers. Ik zal het missen. Het komt niet meer terug en dat is ondanks de felle woordduels, een enkele maal gevolgd door handgemeen achter de schermen, jammer. Een Israelischer programma was niet denkbaar. De 'ziel' van het land stormde de huiskamer binnen.

De grote emotionele problemen waarmee Israel worstelt werden door een team van drie pittige journalisten keihard op tafel gelegd. Snijdende vragen zetten politici van links en rechts, Palestijnen, rabbijnen, sociologen, feministen, homoseksuelen en werklozen, in brand. De discussieleider, die van ijzer en staal moest zijn, en ook nog politiek neutraal op de buis van de staats-tv, moest wel over buitengewoon talent beschikken om door de Babylonische spraakverwarring een lijn te trekken. De emoties liepen vaak zo hoog op dat de discussie niet meer te volgen was. Er werd geschreeuwd, soms getierd. Persoonlijke beledigingen werden niet geschuwd. Een enkele keer stapte een heethoofd woedend uit de studio. Als parlementariërs in de knesseth hun zelfbeheersing verloren werd gezegd dat “het hier geen Popolitika” is.

Erg educatief was het dus niet. Instructief des te meer. Israels grote problemen, en die zijn er in overvloed, werden in hun naaktheid gepresenteerd. De Israelis konden zich gemakkelijk identificeren met de manier van discussiëren op het scherm, want dat is ook hun stijl. Ze herkenden zich er in. Daarom was het programma zo populair en ook belangrijk als uitlaatklep voor de nationale emoties. Of die nu werden opgewekt door de Palestijnse kwestie, venijnige religieuze tegenstellingen, of discriminatie van immigranten uit Ethiopië, Popolitika ging er niet om heen. De discussies ginger echter nooit erg diep. Dat was ook niet het doel van dit programma. Het ging er om ze aan te snijden en politici en anderen in de gelegenheid te stellen voor hun opvattingen op het magische scherm te vechten. In Nederland zou zo'n programma ondenkbaar zijn. Het politieke debat in ons land is doorgaans beleefder en rustiger. In de Israelische verhoudingen heeft Popolitika naar mijn idee toch een positieve rol gespeeld. De vrijheid van meningsuiting, als de hoeksteen van de democratie, nam een hoge vlucht. Palestijnen, die naast Israelische nationalisten kwamen te zitten, konden hun zegje doen. Vaak onderbroken, maar toch.

Het belang van Popolitika werd zelfs ingezien in kringen van de ultra-orthodoxe Harediem ('god vrezende joden'), die geen tv mogen kijken. Ze hebben dus nooit hun vrome vertegenwoordiger op het scherm gezien die met toestemming van de rabbijnen ieder keer opnieuw de ketterse zionisten de les kon lezen.

Het debat in de studio werd ook rechtstreeks door de staatsradio uitgezonden. Als de tv-tijd om was, werd op de radio nog wel een uur doorgepraat. Geen wonder dus dat politici aasden op een uitgenodiging. Een beter visitekaartje konden ze niet afgeven.

Uri Porath, de nieuwe tv-baas, wil die visitekaartjes niet meer zien en horen. Want er zitten naast bewonderaars van premier Netanyahu ook linkse critici bij. Natuurlijk heeft Porath zich niet in zijn kaarten laten kijken en Popolitika geschrapt met het argument de kijkers de laagheid en vulgariteit van het programma te willen besparen.

Er blijft gelukkig nog een belangrijk discussieprogramma over dat iedere vrijdagmiddag laat wordt uitgezonden. Daar wordt heel rustig gesproken, daar wordt diep door topspecialisten op de materie ingegaan. Dat lijkt meer op een tv-universiteit. Maar wie kijkt er naar als het volk van Israel zich om zes uur opmaakt voor de vrijdagavond maaltijd ? Van dat programma heeft de nieuwe tv-baas geen last. Dat mag blijven.